Vraag van de maand

Vraag van de maand

Heeft Een Werknemer Die Werkt Op Zondag Steeds Recht Op Overloon?

1 november 2021

Charlotte werkt als ICT-bediende bij de vennootschap Covida NV. Zij werkt er op voltijdse basis (38 uren per week) van maandag tot vrijdag. Covida NV valt onder het toepassingsgebied van PC n° 200.

Een computerhacking veroorzaakt op zaterdagavond een ernstige verstoring van de softwaresystemen bij een klant. Charlotte, die eerder die week ziek was, wordt door haar manager gevraagd om op zondag de nodige herstellingen uit te voeren. Om de continuïteit van haar dienstverlening te kunnen garanderen, is het immers cruciaal dat de interne systemen van de klant op maandag opnieuw operationeel zijn. Charlotte is die zondag gedurende 6 uren aan de slag om de nodige herstellingen uit te voeren. Wanneer Charlotte op het einde van de maand haar loon ontvangt, stelt zij vast dat zij geen overloon heeft ontvangen voor het werk verricht op zondag. Charlotte spreekt haar werkgever hierop aan.

Kan Charlotte aanspraak maken op overloon voor het werk dat zij op zondag heeft verricht?

 

 

 

Helaas foutief...

Zondagsarbeid is bij wet verboden. Een tewerkstelling op zondag is enkel mogelijk indien de werkgever kan terugvallen op een wettelijke uitzondering. In dit geval is het werk op zondag toegestaan op grond van de wettelijke uitzondering “dringende arbeid aan machines of materieel voor derden”.

De Arbeidswet van 16 maart 1971 voorziet niet in een automatische loontoeslag in geval van een tewerkstelling op zondag . De overloontoeslag voor zondagsarbeid (gelijk aan 100%) is enkel verschuldigd indien er sprake is van een overschrijding van de maximale dagelijkse en/of wekelijkse arbeidsduur. Niet elke arbeidsprestatie verricht op zondag zal dus aanleiding geven tot de betaling van overloon.

Daarenboven mag men niet uit het oog verliezen dat men het recht op overloon vaststelt op basis van effectieve prestaties, en niet op basis van gelijkgestelde prestaties (dat laatste is wel het geval om na te gaan op hoeveel uren inhaalrust de werknemer recht heeft). Wanneer men die principes toepast op bovenstaande casus, komt men tot de vaststelling dat Charlotte geen recht heeft op overloon:

Maandag (7u36) Charlotte was ziek op maandag en heeft die dag niet gewerkt. 
Dinsdag (7u36)  Charlotte was ziek op dinsdag en heeft die dag niet gewerkt.
Woensdag (7u36)  Charlotte heeft op woensdag gewerkt volgens het toepasselijke uurrooster.
Donderdag (7u36)  Charlotte heeft op donderdag gewerkt volgens het toepasselijke uurrooster.
Vrijdag (7u36)  Charlotte heeft op vrijdag gewerkt volgens het toepasselijke uurrooster.
Zaterdag  Zaterdag is een inactiviteitsdag. Charlotte werkt niet op zaterdag.
Zondag Zondag is een inactiviteitsdag. Normaliter werk Charlotte niet op zondag. Deze week heeft Charlotte uitzonderlijk 6 uren gewerkt op zondag.

 

Op zondag werd de maximale daggrens (9 uren) niet overschreden. Ook de weekgrens (40 uren) werd niet overschreden: Charlotte heeft slechts 28 uren en 48 minuten gewerkt. De dagen waarop Charlotte ziek was en geen arbeidsprestaties heeft verricht, neemt men niet in aanmerking om te bepalen of Charlotte recht heeft op overloon. Charlotte heeft bijgevolg geen recht op overloon.

Let wel, Charlotte kan wel aanspraak maken op inhaalrust. Charlotte heeft (i) recht op inhaalrust voor de arbeidsprestaties die ze op zondag heeft verricht, enerzijds en (ii) recht op inhaalrust voor het overschrijden van de wekelijkse arbeidsduur, anderzijds.

(i) Inhaalrust voor arbeidsprestaties verricht op een zondag

Een werknemer die op zondag arbeidsprestaties verricht, heeft recht op inhaalrust. Het begrip inhaalrust is echter “relatief” aangezien men de inhaalrust kan toekennen op een normale inactiviteitsdag (bijv. op zaterdag of zondag). De werkgever moet die inhaalrust verlenen binnen de zes kalenderdagen volgend op de zondag waarop arbeidsprestaties werden verricht. De inhaalrust is bovendien onbezoldigd. Deze regeling verschilt substantieel van de modaliteiten van toepassing bij de toekenning van inhaalrust wegens arbeidsprestaties verricht op een wettelijke feestdag.

(ii) Inhaalrust wegens overschrijding van de wekelijkse arbeidsduur

In tegenstelling tot wat geldt om te bepalen of een werknemer al dan niet recht heeft op overloon, moet men bij het bepalen van het recht op inhaalrust niet alleen rekening houden met effectieve prestaties maar ook met gelijkgestelde tijd. Zo wordt onder meer een periode van ziekte gelijkgesteld met arbeidstijd voor de berekening van inhaalrust. In bovenstaande casus heeft Charlotte 6 uren inhaalrust opgebouwd wegens het overschrijden van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur. Zij moet die opnemen binnen de van toepassing zijnde referteperiode om te garanderen dat de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur wordt nageleefd.

Voor de volledigheid:

  • Charlotte kan de inhaalrust maar opnemen wanneer ze een volledige inhaalrustdag van 7 uren en 36 minuten heeft opgebouwd. Het is niet mogelijk om de inhaalrustdag op versnipperde wijze op te nemen (bijv. door zes dagen lang telkens één uur inhaalrust op te nemen);
  • Charlotte zou geen recht hebben op inhaalrust indien ze de werken zou hebben uitgevoerd aan de IT-systemen van haar eigen werkgever (in plaats van aan de IT-systemen van een klant).

Correct!

Zondagsarbeid is bij wet verboden. Een tewerkstelling op zondag is enkel mogelijk indien de werkgever kan terugvallen op een wettelijke uitzondering. In dit geval is het werk op zondag toegestaan op grond van de wettelijke uitzondering “dringende arbeid aan machines of materieel voor derden”.

De Arbeidswet van 16 maart 1971 voorziet niet in een automatische loontoeslag in geval van een tewerkstelling op zondag . De overloontoeslag voor zondagsarbeid (gelijk aan 100%) is enkel verschuldigd indien er sprake is van een overschrijding van de maximale dagelijkse en/of wekelijkse arbeidsduur. Niet elke arbeidsprestatie verricht op zondag zal dus aanleiding geven tot de betaling van overloon.

Daarenboven mag men niet uit het oog verliezen dat men het recht op overloon vaststelt op basis van effectieve prestaties, en niet op basis van gelijkgestelde prestaties (dat laatste is wel het geval om na te gaan op hoeveel uren inhaalrust de werknemer recht heeft). Wanneer men die principes toepast op bovenstaande casus, komt men tot de vaststelling dat Charlotte geen recht heeft op overloon:

Maandag (7u36) Charlotte was ziek op maandag en heeft die dag niet gewerkt. 
Dinsdag (7u36)  Charlotte was ziek op dinsdag en heeft die dag niet gewerkt.
Woensdag (7u36)  Charlotte heeft op woensdag gewerkt volgens het toepasselijke uurrooster.
Donderdag (7u36)  Charlotte heeft op donderdag gewerkt volgens het toepasselijke uurrooster.
Vrijdag (7u36)  Charlotte heeft op vrijdag gewerkt volgens het toepasselijke uurrooster.
Zaterdag  Zaterdag is een inactiviteitsdag. Charlotte werkt niet op zaterdag.
Zondag Zondag is een inactiviteitsdag. Normaliter werk Charlotte niet op zondag. Deze week heeft Charlotte uitzonderlijk 6 uren gewerkt op zondag.

 

Op zondag werd de maximale daggrens (9 uren) niet overschreden. Ook de weekgrens (40 uren) werd niet overschreden: Charlotte heeft slechts 28 uren en 48 minuten gewerkt. De dagen waarop Charlotte ziek was en geen arbeidsprestaties heeft verricht, neemt men niet in aanmerking om te bepalen of Charlotte recht heeft op overloon. Charlotte heeft bijgevolg geen recht op overloon.

Let wel, Charlotte kan wel aanspraak maken op inhaalrust. Charlotte heeft (i) recht op inhaalrust voor de arbeidsprestaties die ze op zondag heeft verricht, enerzijds en (ii) recht op inhaalrust voor het overschrijden van de wekelijkse arbeidsduur, anderzijds.

(i) Inhaalrust voor arbeidsprestaties verricht op een zondag

Een werknemer die op zondag arbeidsprestaties verricht, heeft recht op inhaalrust. Het begrip inhaalrust is echter “relatief” aangezien men de inhaalrust kan toekennen op een normale inactiviteitsdag (bijv. op zaterdag of zondag). De werkgever moet die inhaalrust verlenen binnen de zes kalenderdagen volgend op de zondag waarop arbeidsprestaties werden verricht. De inhaalrust is bovendien onbezoldigd. Deze regeling verschilt substantieel van de modaliteiten van toepassing bij de toekenning van inhaalrust wegens arbeidsprestaties verricht op een wettelijke feestdag.

(ii) Inhaalrust wegens overschrijding van de wekelijkse arbeidsduur

In tegenstelling tot wat geldt om te bepalen of een werknemer al dan niet recht heeft op overloon, moet men bij het bepalen van het recht op inhaalrust niet alleen rekening houden met effectieve prestaties maar ook met gelijkgestelde tijd. Zo wordt onder meer een periode van ziekte gelijkgesteld met arbeidstijd voor de berekening van inhaalrust. In bovenstaande casus heeft Charlotte 6 uren inhaalrust opgebouwd wegens het overschrijden van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur. Zij moet die opnemen binnen de van toepassing zijnde referteperiode om te garanderen dat de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur wordt nageleefd.

Voor de volledigheid:

  • Charlotte kan de inhaalrust maar opnemen wanneer ze een volledige inhaalrustdag van 7 uren en 36 minuten heeft opgebouwd. Het is niet mogelijk om de inhaalrustdag op versnipperde wijze op te nemen (bijv. door zes dagen lang telkens één uur inhaalrust op te nemen);
  • Charlotte zou geen recht hebben op inhaalrust indien ze de werken zou hebben uitgevoerd aan de IT-systemen van haar eigen werkgever (in plaats van aan de IT-systemen van een klant).

Vragen? Wij helpen graag verder!