Vraag van de maand

Kan de werkgever zijn werknemers op tijdelijke werkloosheid wegens ‘COVID-19 overmacht’ een aanvullende vergoeding toekennen bovenop de werkloosheidsuitkering ?

1 augustus 2020

De BVBA Viert is een onderneming die feestartikelen verkoopt op een fysiek verkooppunt en niet beschikt over een webshop om haar producten aan de man te brengen. Door de COVID-19-crisis heeft de BVBA Viert te kampen met een aanzienlijke omzetdaling, waardoor zij noodgedwongen besliste om al haar werknemers op tijdelijke werkloosheid te plaatsen. BVBA Viert deed hiervoor een beroep op de vereenvoudigde procedure voor tijdelijke werkloosheid wegens overmacht naar aanleiding van de COVID-19-crisis.

Helaas heeft deze maatregel tot gevolg dat de werknemers van BVBA Viert een (substantieel) inkomensverlies lijden. Aangezien de BVBA Viert de afgelopen maanden en jaren goede resultaten heeft gerealiseerd, wenst zij haar spaarpotje aan te wenden om de werknemers een bijkomende vergoeding toe te kennen bovenop de werkloosheidsuitkeringen die zij ontvangen naar aanleiding van de tijdelijke werkloosheid. Dit met als doel om het inkomensverlies te compenseren. Kan dit zomaar?

Correct!

In geval van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht bedraagt de uitkering voor werknemers, ongeacht hun gezinstoestand, in principe 65% van hun gemiddeld loon (dat begrensd wordt op 2.754,76 euro per maand). Voor de periode van 1 februari 2020 tot en met 31 augustus 2020 werd dit percentage evenwel verhoogd naar 70% van hun gemiddeld loon. Op deze uitkering zijn geen sociale bijdragen verschuldigd. In principe wordt hierop 26,75% bedrijfsvoorheffing ingehouden, doch voor de maanden mei 2020 tot en met december 2020 werd deze inhouding verlaagd tot 15% zodat tijdelijk werkloze werknemers een hoger netto bedrag ontvangen.

Daarnaast zal een werknemer die, in de periode van 1 maart 2020 tot 31 augustus 2020, tijdelijk werkloos wordt gesteld wegens overmacht omwille van de COVID-19-crisis een supplement ten laste van de RVA ontvangen ten belope van 5.63 euro per dag. Ook op dit supplement zal bedrijfsvoorheffing worden ingehouden (normaal 26,75%, doch voor de maanden mei 2020 t.e.m. december 2020 werd dit percentage verlaagd tot 15%).

Bovenop de hierboven vermelde uitkeringen is het werkgevers toegestaan om hun werknemers onder tijdelijke werkloosheid een aanvulling toe te kennen. De RSZ heeft bovendien uitdrukkelijk aangegeven dat er ook op deze aanvulling geen sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn voor zover de som van de RVA-uitkeringen en de aanvulling van de werkgever niet tot gevolg heeft dat de werknemer netto meer zou ontvangen dan wanneer hij gewerkt had en op voorwaarde dat de werkgever alle werknemers van eenzelfde categorie gelijk behandelt. Uiteraard zal ook op deze aanvulling bedrijfsvoorheffing moeten worden ingehouden. Op dit door de werkgever betaalde supplement bedraagt de bedrijfsvoorheffing 26,75% en wordt het verlaagde percentage van 15% niet toegepast.

Hierbij moet worden opgemerkt dat in bepaalde sectoren dergelijke aanvulling op de werkloosheidsuitkeringen van de RVA verplicht wordt opgelegd. Zo werd bijvoorbeeld bij CAO van 23 maart 2020 voor de bedienden van de metaalfabrikantennijverheid (PC 209) bepaald dat een bediende in tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ‘coronavirus’ recht heeft op een aanvullende vergoeding, voor de helft betaald door de werkgever en voor de helft door het Sociaal Fonds en dit ten belope van 12,07 euro per volledige werkloosheidsuitkering (met een verrekening indien een gunstigere regeling zou zijn overeengekomen op ondernemingsvlak). Ook in andere sectoren werd dit voorbeeld gevolgd.

Tenslotte wensen wij te vermelden dat het vereenvoudigde regime tijdelijke werkloosheid wegens ‘COVID-19 overmacht’ (voorlopig ?) slechts loopt t.e.m. 31 augustus 2020, tenzij voor ondernemingen en sectoren ‘die uitzonderlijk hard zijn getroffen door de coronacrisis’, voor dewelke dit regime ‘COVID-19 overmacht’ van toepassing zou zijn t.e.m. 31 december 2020. Deze uitzonderlijk hard getroffen ‘sectoren’ zullen nog bepaald worden bij ministerieel besluit; de ‘ondernemingen’ die uitzonderlijk hard getroffen zijn, zijn de werkgevers die tijdens het 2de kwartaal 2020 een aantal dagen tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen en wegens COVID 19-overmacht kennen van ten minste 20% van het globaal aantal aan de RSZ aangegeven dagen.

Indien de BVBA Viert niet zou kwalificeren als een sector of onderneming die bijzonder hard getroffen is door de coronacrisis, dan zal zij in principe vanaf 1 september 2020 een beroep kunnen doen op het systeem van tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen (mits omzet- of productiedaling van min. 10%) waarvoor t.e.m. eind 2020 voorzien wordt in een overgangsregeling met versoepelde voorwaarden.

In het kader van dit systeem zal de BVBA Viert aan haar werknemers die tijdelijk werkloos worden gesteld op grond van economische oorzaken verplicht een aanvullende vergoeding bovenop de werkloosheidsuitkering moeten betalen van minstens 2 EUR of 5 EUR per dag (of een hoger bedrag indien een sector-CAO dit zou voorzien).

Helaas foutief...

In geval van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht bedraagt de uitkering voor werknemers, ongeacht hun gezinstoestand, in principe 65% van hun gemiddeld loon (dat begrensd wordt op 2.754,76 euro per maand). Voor de periode van 1 februari 2020 tot en met 31 augustus 2020 werd dit percentage evenwel verhoogd naar 70% van hun gemiddeld loon. Op deze uitkering zijn geen sociale bijdragen verschuldigd. In principe wordt hierop 26,75% bedrijfsvoorheffing ingehouden, doch voor de maanden mei 2020 tot en met december 2020 werd deze inhouding verlaagd tot 15% zodat tijdelijk werkloze werknemers een hoger netto bedrag ontvangen.

Daarnaast zal een werknemer die, in de periode van 1 maart 2020 tot 31 augustus 2020, tijdelijk werkloos wordt gesteld wegens overmacht omwille van de COVID-19-crisis een supplement ten laste van de RVA ontvangen ten belope van 5.63 euro per dag. Ook op dit supplement zal bedrijfsvoorheffing worden ingehouden (normaal 26,75%, doch voor de maanden mei 2020 t.e.m. december 2020 werd dit percentage verlaagd tot 15%).

Bovenop de hierboven vermelde uitkeringen is het werkgevers toegestaan om hun werknemers onder tijdelijke werkloosheid een aanvulling toe te kennen. De RSZ heeft bovendien uitdrukkelijk aangegeven dat er ook op deze aanvulling geen sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn voor zover de som van de RVA-uitkeringen en de aanvulling van de werkgever niet tot gevolg heeft dat de werknemer netto meer zou ontvangen dan wanneer hij gewerkt had en op voorwaarde dat de werkgever alle werknemers van eenzelfde categorie gelijk behandelt. Uiteraard zal ook op deze aanvulling bedrijfsvoorheffing moeten worden ingehouden. Op dit door de werkgever betaalde supplement bedraagt de bedrijfsvoorheffing 26,75% en wordt het verlaagde percentage van 15% niet toegepast.

Hierbij moet worden opgemerkt dat in bepaalde sectoren dergelijke aanvulling op de werkloosheidsuitkeringen van de RVA verplicht wordt opgelegd. Zo werd bijvoorbeeld bij CAO van 23 maart 2020 voor de bedienden van de metaalfabrikantennijverheid (PC 209) bepaald dat een bediende in tijdelijke werkloosheid wegens overmacht ‘coronavirus’ recht heeft op een aanvullende vergoeding, voor de helft betaald door de werkgever en voor de helft door het Sociaal Fonds en dit ten belope van 12,07 euro per volledige werkloosheidsuitkering (met een verrekening indien een gunstigere regeling zou zijn overeengekomen op ondernemingsvlak). Ook in andere sectoren werd dit voorbeeld gevolgd.

Tenslotte wensen wij te vermelden dat het vereenvoudigde regime tijdelijke werkloosheid wegens ‘COVID-19 overmacht’ (voorlopig ?) slechts loopt t.e.m. 31 augustus 2020, tenzij voor ondernemingen en sectoren ‘die uitzonderlijk hard zijn getroffen door de coronacrisis’, voor dewelke dit regime ‘COVID-19 overmacht’ van toepassing zou zijn t.e.m. 31 december 2020. Deze uitzonderlijk hard getroffen ‘sectoren’ zullen nog bepaald worden bij ministerieel besluit; de ‘ondernemingen’ die uitzonderlijk hard getroffen zijn, zijn de werkgevers die tijdens het 2de kwartaal 2020 een aantal dagen tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen en wegens COVID 19-overmacht kennen van ten minste 20% van het globaal aantal aan de RSZ aangegeven dagen.

Indien de BVBA Viert niet zou kwalificeren als een sector of onderneming die bijzonder hard getroffen is door de coronacrisis, dan zal zij in principe vanaf 1 september 2020 een beroep kunnen doen op het systeem van tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen (mits omzet- of productiedaling van min. 10%) waarvoor t.e.m. eind 2020 voorzien wordt in een overgangsregeling met versoepelde voorwaarden.

In het kader van dit systeem zal de BVBA Viert aan haar werknemers die tijdelijk werkloos worden gesteld op grond van economische oorzaken verplicht een aanvullende vergoeding bovenop de werkloosheidsuitkering moeten betalen van minstens 2 EUR of 5 EUR per dag (of een hoger bedrag indien een sector-CAO dit zou voorzien).

Vragen? Wij helpen graag verder!