Vraag van de maand

Mogen uitzendkrachten, die niet meer tewerkgesteld zijn bij een bedrijf op de dag van de sociale verkiezingen, deelnemen aan de stemming?

6 november 2019

De onderneming ANC (“ANC”) zal in 2020 sociale verkiezingen moeten organiseren, aangezien zij tussen 1 oktober 2018 en 30 september 2019 gewoonlijk en gemiddeld meer dan 50 werknemers tewerk heeft gesteld. Deze drempel werd onder meer bereikt omdat ANC regelmatig een beroep doet op uitzendkrachten.
De sociale verkiezingen van ANC zijn gepland op 11 mei 2020 (dag Y).

Mag een uitzendkracht die aan de kiesvoorwaarden voldoet, maar die niet meer tewerkgesteld is bij ANC op de dag van de verkiezingen (dag Y) deelnemen aan de stemming?

Correct!

Nieuw voor de sociale verkiezingen van 2020 is dat uitzendkrachten voortaan ook stemrecht zullen hebben bij de gebruiker op voorwaarde dat zij voldoen aan twee cumulatieve kiesvoorwaarden:

i. De uitzendkracht moet gedurende een referteperiode die een aanvang neemt op de eerste dag van de 6e maand die voorafgaat aan dag X en eindigt op dag X (voor ANC zal deze referteperiode lopen van 1 augustus 2019 t.e.m. 11 februari 2020) hetzij tewerkgesteld zijn gedurende minstens drie ononderbroken maanden bij de gebruiker, hetzij, ingeval van onderbroken tewerkstellingsperiodes, tewerkgesteld zijn gedurende minstens 65 effectieve arbeidsdagen bij de gebruiker (‘eerste kiesvoorwaarde’);

ii. De uitzendkracht moet gedurende een referteperiode die een aanvang neemt op dag X en eindigt op de dertiende dag die de verkiezingen voorafgaat (dag Y-13) (voor ANC zal deze referteperiode lopen van 11 februari 2020 t.e.m. 28 april 2020) tewerkgesteld zijn gedurende minstens 26 effectieve arbeidsdagen bij de gebruiker (‘tweede kiesvoorwaarde’).

In tegenstelling tot de kiesvoorwaarden voor de vaste werknemers, vereisen deze kiesvoorwaarden voor uitzendkrachten niet dat een uitzendkracht tewerkgesteld moet zijn bij de gebruiker op dag Y. Bijgevolg zal een uitzendkracht die op de dag van de stemming (dag Y) niet meer bij de gebruiker werkt, toch nog stemrecht hebben indien hij/zij aan bovengenoemde voorwaarden voldoet.

Hier stelt zich dan de vraag of een gebruiker een uitzendkracht (die op dat ogenblik niet meer bij haar tewerkgesteld is) de toegang tot haar gebouwen kan weigeren op basis van argumenten van privacy of het recht op eigendom. Gelet op het feit dat de wetgeving met betrekking tot de sociale verkiezingen van openbare orde is, zal een gebruiker ons inziens dit stemrecht van uitzendkrachten moeten respecteren en zal zij deze uitzendkrachten tot het stembureau moeten toelaten, ook al zijn zij op dat ogenblik niet langer bij haar tewerkgesteld.

Niet enkel de afwezigheid van de verplichting nog bij de gebruiker tewerkgesteld te zijn op de dag van de verkiezingen, doch ook het feit te moeten voldoen aan een dubbele kiesvoorwaarde met een dubbele referteperiode voor uitzendkrachten kan in de praktijk tot problemen leiden. Inderdaad, op dag X (11 februari 2020) zal de gebruiker al voorlopige kiezerslijsten moeten opstellen en communiceren, doch op dit ogenblik zal hij enkel kunnen nagaan of aan de eerste kiesvoorwaarde voldaan werd en weet hij nog niet welke uitzendkrachten ook aan de tweede cumulatieve voorwaarde (tewerkstelling van 26 arbeidsdagen tussen 11 februari 2020 en 28 april 2020) zullen voldoen. De gebruiker zal op dag X op de voorlopige kiezerslijsten dan die uitzendkrachten moeten opnemen die alvast voldoen aan de eerste kiesvoorwaarde. Indien op dag Y-13 dan zou blijken dat een uitzendkracht op de voorlopige kiezerslijsten toch niet voldoet aan de tweede voorwaarde, dan zal deze uitzendkracht geschrapt kunnen worden van de definitieve kiezerslijsten. Evenwel, een dergelijke schrapping van de kiezerslijsten is enkel mogelijk mits unanieme beslissing van de Ondernemingsraad, het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk of alle leden van de vakbondsafvaardiging. M.a.w. indien de Ondernemingsraad, het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk of de vakbondsafvaardiging deze schrapping zou weigeren, dan blijven deze uitzendkrachten op de definitieve kiezerslijsten staan en zouden zij zich in principe op de dag van de verkiezingen kunnen aanbieden op het stembureau.

Helaas foutief...

Nieuw voor de sociale verkiezingen van 2020 is dat uitzendkrachten voortaan ook stemrecht zullen hebben bij de gebruiker op voorwaarde dat zij voldoen aan twee cumulatieve kiesvoorwaarden:

i. De uitzendkracht moet gedurende een referteperiode die een aanvang neemt op de eerste dag van de 6e maand die voorafgaat aan dag X en eindigt op dag X (voor ANC zal deze referteperiode lopen van 1 augustus 2019 t.e.m. 11 februari 2020) hetzij tewerkgesteld zijn gedurende minstens drie ononderbroken maanden bij de gebruiker, hetzij, ingeval van onderbroken tewerkstellingsperiodes, tewerkgesteld zijn gedurende minstens 65 effectieve arbeidsdagen bij de gebruiker (‘eerste kiesvoorwaarde’);

ii. De uitzendkracht moet gedurende een referteperiode die een aanvang neemt op dag X en eindigt op de dertiende dag die de verkiezingen voorafgaat (dag Y-13) (voor ANC zal deze referteperiode lopen van 11 februari 2020 t.e.m. 28 april 2020) tewerkgesteld zijn gedurende minstens 26 effectieve arbeidsdagen bij de gebruiker (‘tweede kiesvoorwaarde’).

In tegenstelling tot de kiesvoorwaarden voor de vaste werknemers, vereisen deze kiesvoorwaarden voor uitzendkrachten niet dat een uitzendkracht tewerkgesteld moet zijn bij de gebruiker op dag Y. Bijgevolg zal een uitzendkracht die op de dag van de stemming (dag Y) niet meer bij de gebruiker werkt, toch nog stemrecht hebben indien hij/zij aan bovengenoemde voorwaarden voldoet.

Hier stelt zich dan de vraag of een gebruiker een uitzendkracht (die op dat ogenblik niet meer bij haar tewerkgesteld is) de toegang tot haar gebouwen kan weigeren op basis van argumenten van privacy of het recht op eigendom. Gelet op het feit dat de wetgeving met betrekking tot de sociale verkiezingen van openbare orde is, zal een gebruiker ons inziens dit stemrecht van uitzendkrachten moeten respecteren en zal zij deze uitzendkrachten tot het stembureau moeten toelaten, ook al zijn zij op dat ogenblik niet langer bij haar tewerkgesteld.

Niet enkel de afwezigheid van de verplichting nog bij de gebruiker tewerkgesteld te zijn op de dag van de verkiezingen, doch ook het feit te moeten voldoen aan een dubbele kiesvoorwaarde met een dubbele referteperiode voor uitzendkrachten kan in de praktijk tot problemen leiden. Inderdaad, op dag X (11 februari 2020) zal de gebruiker al voorlopige kiezerslijsten moeten opstellen en communiceren, doch op dit ogenblik zal hij enkel kunnen nagaan of aan de eerste kiesvoorwaarde voldaan werd en weet hij nog niet welke uitzendkrachten ook aan de tweede cumulatieve voorwaarde (tewerkstelling van 26 arbeidsdagen tussen 11 februari 2020 en 28 april 2020) zullen voldoen. De gebruiker zal op dag X op de voorlopige kiezerslijsten dan die uitzendkrachten moeten opnemen die alvast voldoen aan de eerste kiesvoorwaarde. Indien op dag Y-13 dan zou blijken dat een uitzendkracht op de voorlopige kiezerslijsten toch niet voldoet aan de tweede voorwaarde, dan zal deze uitzendkracht geschrapt kunnen worden van de definitieve kiezerslijsten. Evenwel, een dergelijke schrapping van de kiezerslijsten is enkel mogelijk mits unanieme beslissing van de Ondernemingsraad, het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk of alle leden van de vakbondsafvaardiging. M.a.w. indien de Ondernemingsraad, het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk of de vakbondsafvaardiging deze schrapping zou weigeren, dan blijven deze uitzendkrachten op de definitieve kiezerslijsten staan en zouden zij zich in principe op de dag van de verkiezingen kunnen aanbieden op het stembureau.

Vragen? Wij helpen graag verder!