55+'ers zijn niet langer 'uitbollers'

5 juni 2019
Tekst
Jo Cobbaut
55+'ers zijn niet langer 'uitbollers'

Gemiddeld 7 procent van de nieuwe collega’s die in 2018 in dienst kwamen was 55 jaar of ouder. Dat betekent dat bedrijven bijna 10 procent meer 55+’ers hebben aangeworven dan een jaar eerder. Die cijfers bevestigen de trend van de voorbije jaren, behalve dan in Wallonië, zo analyseert HR-dienstverlener Acerta.

55-plussers namen het voorbije jaar alweer een iets groter aandeel van de instroom voor hun rekening. In 7% van de aanwervingen in 2018 viel de keuze op een 55-plusser.

Evolutie aanwervingen volgens leeftijd 2011-2018

Bijna een kwart (23,5%) van de nieuwe collega’s aangeworven in 2018 is ouder dan 45. Werknemers van 45 jaar hebben nog zo’n twintig jaar te gaan tot hun pensioen en blijkbaar hebben werkgevers die groep (her)ontdekt als valabele kandidaten.

Verwachtingen

Tom Vlieghe, director Acerta Consult, denkt dat de wetgeving en de sensibilisering over pensionering ervoor gezorgd hebben dat werknemers de 45-plusser nu als 'jonger' percipiëren. De arbeidskrapte dwingt hen ook verder te kijken dan het klassiek-populaire segment van 25-45-jarigen. Dat is overigens nog altijd goed voor bijna 60% van de aanwervingen.

Werknemers van 55-plus zien ook zichzelf niet meer 'uitbollen'. Op 55 jaar koesteren ze nog professionele verwachtingen. Van de nieuw aangeworven 55-plussers is de groep 55-jarigen het grootst. Maar de spreiding is in 2018 toch alweer iets breder dan in 2017. Tot 59 jaar haalt elke leeftijd nog minstens 10% van het 55-plusaandeel.

55-plus-vrouwen halen mannen in

Ook binnen de segmenten mannen en vrouwen zet de toename van het aandeel 55-plussers in de aanwervingen zich door. Het aandeel vrouwen (6,65%) scoort in 2018 nog maar goed een half procentpunt onder de mannen (7,38%). Ze halen hiermee een belangrijk deel van de achterstand in ten opzichte van hun mannelijke leeftijdsgenoten.

Tabel: Spreiding aanwervingen over de leeftijden, mannen en vrouwen, 2018

Grotere ondernemingen kunnen kiezen

De instroom van 55-plussers hinkt in de grootste ondernemingen wel iets achterop: in 2018 halen de 55-plussers er geen 6% van de aanwervingen. Mogelijk is dat het resultaat van de houding langs zowel werkgevers- als werknemerszijde. Tom Vlieghe: “Grotere ondernemingen bieden dikwijls  interessantere bijkomende loon- en arbeidsvoorwaarden aan oudere werknemers. Ze hebben bijvoorbeeld extra leeftijdsvakantie of een hogere premie die betaald wordt voor de groepsverzekering. Deze extra kosten kunnen ertoe leiden dat grotere bedrijven iets selectiever zijn in hun keuze om een oudere werknemer aan te werven. Grotere ondernemingen liggen tegelijk ook goed bij jongere werknemers. Zij zien daar volop kansen om hun loopbaan uit te bouwen.”

Veel beweging onder arbeiders van 55-plus

Een aparte analyse van aanwervingen bij arbeiders en bedienden leert dat oudere arbeiders verhoudingsgewijs meer instromen dan oudere bedienden: 8,3% vs. 6%. Tom Vlieghe: “Verloning is voor de aanwerving van oudere arbeiders minder een doorslaggevende factor. Dat zal zeker spelen. Ook blijkt het soms fysiek zwaardere werk van arbeiders, de aanwerving van oudere arbeiders niet af te schrikken. Of werkgevers slagen er blijkbaar in om hen aangepast werk aan te bieden.”

Spreiding aanwervingen over de leeftijden, arbeiders-bedienden, 2018

Van de drie Belgische regio’s is de arbeidskrapte in Vlaanderen het grootst. Niet toevallig is het aandeel 55-plussers in de aanwervingen er ook het hoogst: 7,16%. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn de oudere aanwervingen in vergelijking met de andere regio’s het minst goed vertegenwoordigd: 5,8%. Dit gewest kent dan ook een jonge populatie, veel bediendejobs en genoeg 25-45-jarigen om die in te vullen. In Wallonië noteren we voor het recentste jaar een daling van het aandeel aanwervingen boven de 55 jaar met net geen procentpunt, van 7,61% naar 6,71%.

Niet ten koste van min-25’ers

De aanwervingen onder de 25 jaar dalen. Dat betekent niet automatisch dat 55-plussers de min-25’ers verdrongen. Tom Vlieghe: “Er zijn meer jobs dan vroeger, er zijn meer oudere werknemers beschikbaar voor de arbeidsmarkt, jongeren komen later op de arbeidsmarkt, wie pas begint verandert niet meteen van job... De 7% 55-plussers zegt wat hun aandeel is van alle aanwervingen, het zegt niet of er in absolute cijfers meer of minder ouderen, of meer of minder jongeren zouden zijn aangeworven. We hebben het hier over de spreiding over de verschillende leeftijden. Daar zien we dat de hoogste leeftijd opschuift naar boven.”

Niet de volle anciënniteit

De stijging van het aantal 55-plussers dat aan een nieuwe uitdaging begint, zet zich al jaar na jaar door. Tom Vlieghe stelt vast dat 62 jaar vandaag de werkelijke pensioenleeftijd is, dus heeft iemand van 55 jaar nog gemiddeld zeven jaar voor zich. Dan kan je als bedrijf nog investeren in zo iemand. En voor een werknemer van 55 jaar kan het 'verfrissend' zijn om nog een nieuwe uitdaging aan te gaan bij een nieuwe werkgever.

Vorig onderzoek van Acerta leert echter ook dat de 55+'er niet mag verwachten dat zijn nieuwe werkgever hem automatisch zal betalen volgens de anciënniteit bij zijn vorige werkgever. Wel zullen werkgevers nog moeten investeren in opleidingen, ook voor 55+'ers. En 55+'ers moeten daartoe bereid zijn. "Ook iemand die als 55-plusser binnenkomt zal in de volgende jaren van zijn carrière zijn job nog zien veranderen en met deze verandering positief moeten omgaan."