Coronacrisis duwt meer werknemers en zelfstandigen vervroegd op pensioen

2 juni 2021
Coronacrisis duwt meer werknemers en zelfstandigen vervroegd op pensioen

In 2020 duwde de coronacrisis 11,6 procent meer werknemers op vervroegd pensioen. Ook 3,9 procent zelfstandigen stopten vroeger. Ruim één op de drie werknemers en ruim de helft van de zelfstandigen die vorig jaar op pensioen gingen, deden dat vóór de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar.

Dat blijkt uit een analyse door hr-dienstenbedrijf ACERTA van de gegevens van 280.000 werknemers en 210.000 zelfstandigen.

Eén op drie werknemers wacht niet tot 65

Van de Belgische werknemers uit de private sector die in 2020 definitief afzwaaiden, deed bijna 37 % dat vóór de leeftijd van 65 jaar. Dat zijn er bijna 12 % meer dan het jaar ervoor. Volgens Acerta speelt de coronacrisis hierin een belangrijke rol.

Figuur 1: % werknemers met contract onbepaalde duur dat op welke leeftijd met pensioen gaa

Mieke Bruyninckx, juridisch adviseur kenniscentrum Acerta, wijst erop dat de voorwaarden om op pensioen te kunnen gaan, tussen 2019 en 2020 niet gewijzigd zijn. “Medewerkers hebben door de gedwongen sluitingen, het thuiswerk, de schrik om het openbaar vervoer te gebruiken én het feit dat de 60’ers tot de risicogroep behoorden, toch de beslissing genomen om wat eerder op pensioen te gaan.”

Helft van zelfstandigen op pensioen voor 65

Door de coronacrisis gaan ook meer zelfstandigen vroeger op pensioen. De stijging (+3,9 %) is weliswaar minder uitgesproken dan bij de werknemers, maar de absolute cijfers blijven wel erg hoog. Ruim de helft van de zelfstandigen (54,8 %) die in 2020 op pensioen gingen, deed dat voor de leeftijd van 65 jaar.

De verwachting dat het corona-effect zich het felst liet voelen in de door corona hardst getroffen sectoren, blijkt te kloppen. In de horeca, bijvoorbeeld, was er een toename van zelfstandigen die voor 65 jaar met pensioen gingen met 12,4 %, flink wat hoger dus dan de gemiddelde toename met 3,9 %.

De landingsbaan en loopbaansparen

Ellen Van Grunderbeek, Juridisch adviseur Kenniscentrum Acerta, wijst op de mogelijkheid van een geleidelijke uitstap, die het voor werkgevers mogelijk maakt om overdracht van taken te regelen. “De landingsbaan, waarbij de werknemer vanaf 60 jaar (en voldoende loopbaanjaren) afbouwt naar een halftijds schema of een vier vijfde, is ondertussen een populair systeem.”

In sommige sectoren is nu ook het loopbaansparen een optie. “Dat houdt in dat werknemers rechten op werkvrije dagen (bv. extralegale vakantie, recup van overuren) kunnen opsparen en dat potje kunnen ‘innen’ aan het einde van hun loopbaan.”

Loopbaansparen biedt de grootste flexibiliteit en autonomie, maar “het vraagt wel wat (administratieve) opvolging en langetermijnplanning.”