Crisis legt structurele zwaktes van onze arbeidsmarkt bloot

29 maart 2021
Tekst
Jo Cobbaut
Beeld
Shutterstock
Crisis legt structurele zwaktes van onze arbeidsmarkt bloot

In 2020 daalde het aantal vrijwillige ontslagen van werknemers met een vast contract met 18 procent tegenover een jaar eerder. “Door een algemeen gevoel van onzekerheid onder werknemers, kiezen ze eerder voor werkzekerheid dan voor een nieuwe job.”

Dat is alvast de conclusie van Frank Vander Sijpe, Director HR Trends & Insights bij Securex. Hij baseert zich op een steekproef met data van 42.477 werknemers (18.797 arbeiders en 23.680 bedienden).

Het aantal werknemers met een vast contract dat in 2020 uit eigen beweging hun werkgever verliet, daalde met 18% tegenover 2019, terwijl er tussen 2015 en 2019 een jaarlijkse toename van 6% was. In 2019 waren er 6,22% vrijwillige vertrekkers; in 2020 nog 5,05%.

“Minder mensen verlaten vrijwillig hun job omdat er minder nieuwe jobopportuniteiten zijn door de crisis en werknemers dus liever op veilig spelen, ook al stellen ze zich soms vragen bij hun huidige job. We verwachten dan ook er opnieuw meer vrijwillige ontslagen zullen zijn na de crisis, wanneer er opnieuw meer vacatures zijn,” zegt Frank Vander Sijpe, Director HR Trends & Insights bij Securex.

De tendensen in deze cijfers lopen vrijwel gelijk in het volledige land, zowel tussen de gewesten als op vlak van bedrijfsgrootte.

Labour hoarding

“De gezondheidscrisis liet zich duidelijk ook voelen op onze arbeidsmarkt. De werkgelegenheid werd maximaal beschermd via tijdelijke werkloosheid voor werknemers en overbruggingsrecht voor zelfstandigen. Deze maatregelen, normaal bedoeld om tijdelijk te worden ingezet, kregen een quasi-structureel karakter en zorgden voor een ongezien effect van ‘labour hoarding’: er is als het ware een stolp gezet op de werkgelegenheid. De traditionele indicatoren verbergen, tenminste voorlopig, de ernst van de crisis,” waarschuwt Paul Verschueren, regionaal directeur van Federgon, de federatie van particuliere arbeidsmarktactoren en hr-dienstverleners.

De horeca- en evenementensectoren zijn het zwaarst getroffen door de coronacrisis: twee sectoren met een hoog aantal arbeiders. Toch worden bedienden gemiddeld vaker onvrijwillig ontslagen dan arbeiders (3,8% arbeiders vs. 5,25% bedienden). Dit komt wellicht doordat de primaire en essentiële sectoren, zoals de landbouw, in veel mindere mate getroffen werden en, net als de zwaarst getroffen sectoren, meer handarbeiders tellen. De dienstensector, die klassiek meer bedienden telt, werd op zijn beurt harder getroffen door de coronacrisis.

Faillissement en (pre)pensioen

Binnen de onvrijwillige contractbeëindigingen ligt het aantal wegens faillissement en (pre)pensioen op het hoogste niveau sinds 2015. In 2019 bedroeg het aantal opzeggingen wegens faillissement nog 0,23%, maar in 2020 steeg dit cijfer naar 0,80%: het hoogste percentage sinds 2015.

Securex verwacht dat dit percentage omwille van de crisis zal blijven stijgen. De maatregelen die in het kader van de coronacrisis genomen werden, zorgden voor een gedeeltelijke bevriezing van de faillissementen. Het valt dan ook binnen de verwachtingen dat, eens die maatregel opgeheven worden, het aantal faillissementen zal toenemen.

Securex ziet binnen de onvrijwillige vertrekken een hoger percentage vertrekken door (vervroegd en regulier) pensioen. Dat ging van 0,39% in 2019 naar 0,6% in 2020.

Frank Vander Sijpe van Securex ziet niet alleen de vergrijzing als oorzaak, maar ook dat sommige bedrijven hun werknemers tijdens de crisis regelingen voor pensioen of vervroegd pensioen aangeboden hebben om loonkosten te drukken. “Daarom verwachten we dat dit cijfer in de komende jaren niet zal dalen.”

De inactiviteitsmotor draait nog volop

Deze cijfers voor 2020 wijzen in de richting van een vergelijkbaar of zelfs moeilijker jaar 2021, al zal het uiteindelijke verloop afhangen van de duur van de crisis.

“Van 2020 onthouden we vooral dat een aantal structurele zwaktes van onze arbeidsmarkt zeer duidelijk zijn blootgelegd. De inactiviteitsmotor bleef op volle toeren draaien, vrijgekomen arbeidstijd werd nauwelijks aangewend voor competentieversterking en de traditioneel zwakke arbeidsmobiliteit is bevestigd en accentueert het eerder gesloten karakter van onze arbeidsmarkt,” besluit Paul Verschueren van Federgon.