Daling structurele tewerkstelling kmo’s treft vooral arbeiders

22 februari 2021
Tekst
Jo Cobbaut
Beeld
Shutterstock
Daling structurele tewerkstelling kmo’s treft vooral arbeiders

Voor het eerst in twee jaar kent januari per saldo jobverlies i.p.v. jobaangroei in onze kmo’s. Hoewel die maand meestal een aangroei kent, zijn er in januari 2021 opnieuw minder kmo’s die aanwerven (12,11%) en méér kmo’s die contracten beëindigen (nl. 15,70%). Vooral arbeiders zijn daarvan het slachtoffer.

Augustus is steevast de maand met het grootste aandeel werkgevers met contractbeëindigingen (nl. 20,5%), gevolgd door september en januari. Een en ander blijkt uit analyse van SD Worx van de cijfers van ruim 21.000 kmo-werkgevers met 320.000 werknemers over de laatste 2 jaar in privébedrijven.

Structurele tewerkstelling daalt

De structurele tewerkstelling bij kmo’s tot 250 werknemers (in aantal koppen) daalt in 2020 met 0,66% t.o.v. eind 2019, terwijl SD Worx in 2019 nog een jobaangroei van 2,70% optekende bij kmo’s; ongeveer een kwart van de kmo-jobgroei van 2019 ging het jaar nadien verloren; het jobverlies in kmo’s zet zich in januari 2021 nog feller door, waardoor de tewerkstelling terugvalt op het niveau van april 2019.

“De eerste reactie van werkgevers op de crisis was de aanwervingen on hold zetten. Enkel in zomermaanden was er een korte heropleving, met meer aanwervingen dan in 2019. Werkgevers gingen in 2020 gelukkig niet massaal over tot contractbeëindigingen; de effectieve beëindigingen liggen ook iets lager dan de intenties, die we elke drie maanden onderzoeken. De negatieve trend van hogere ontslagen in 2020 leek even gestopt in november en december.

Maar in januari 2021 ziet SD Worx nu een jobverlies in januari, terwijl januari normaal gezien een jobaangroei kent.

Omgevingen met arbeiders reageren sneller en heviger op crisis

In aantal jobs is het verlies in januari 2021 (t.o.v. december 20) bij arbeiders vijf keer groter dan bij bedienden, nl. -1,08% bij arbeiders en -0,21% bij bedienden.

Omgevingen met arbeiders schakelen sneller bij deze crisis: zowel qua terugval als herstel. In april en mei was de afname in aantal koppen minimaal dubbel zo groot bij arbeiders als bij bedienden. Bij arbeiders vielen de jobs in onze kmo’s (in aantal koppen en van maand tot maand) in april en mei terug met -1,54% en met -0,47%.

Bij bedienden daalde het volume met -0,66% en met -0,27%, (telkens minder dan de helft). Ook was het herstel in juni en juli groter bij arbeiders (met resp. 1,47% en 0,50% groei in juni en juli), bij bedienden duurt het langer: de stijgingen zijn minder groot (nl. resp. 0,21% en 0,64% voor juni en juli). Bij bedienden zet zich voor september en oktober nog een hoopvolle evolutie in, maar de arbeidersjobs bleven dalen, tot -0,71%% in december.

Sectoren

Qua sectoren zijn er grote verschillen voor kmo’s: meest getroffen op jaarbasis qua aantal jobs is de Horeca (-16,49 %). Sectoren met een dalende tot licht dalende trend zijn het (niet-publieke) ‘Onderwijs’ (-1,81%), ‘Transport en opslag’ (-1,38%), ‘Bouw’ (-1,35%) en ‘Administratieve en ondersteunende diensten (-1,55%). De jobs in de sectoren ‘Gezondheidszorg en dienstverlening’ stegen met 2,57%, net als financiële activiteiten en verzekeringen’ (+ 1,32%), ‘Informatie en communicatie’ (vorig jaar nog de sterkste stijger met 6%) met resp. 1,15%,  net als ‘vrije beroepen, wetenschappelijke en technische activiteiten’ (+ 0,55%).