Helft werkgevers traint nauwelijks proactief

2 september 2019
Tekst
Jo Cobbaut
Helft werkgevers traint nauwelijks proactief

Een op de twee werkgevers in België geeft werknemers pas opleidingen zodra ze signalen ontvangen dat de werknemer op zoek is naar een andere job. En hoe langer werknemers in dienst zijn, hoe minder opleidingen ze mogen volgen.

Hr-dienstverlener Acerta concludeert een en ander uit haar tweejaarlijks onderzoek bij CEO’s en leidinggevenden over opleidingen van hun personeel. Opleiding aanbieden is blijkbaar nog veeleer een reactieve reflex en geen deel van een proactief beleid.

Opleiding eerste troef i.p.v. laatste redmiddel

Op de vraag aan welke werknemers eerder opleiding zal worden aangeboden, wijst 51% van de werkgevers naar die werknemers met een ‘risico op vertrek’. Terwijl werknemers opleiding toch zien als een belangrijke factor in de beslissing om al dan niet voor een werkgever te kiezen, zo stelt Dirk Neefs, managingcConsultant Acerta, uit ervaring. “Werknemers onderhandelen over opleiding al voor de start van een samenwerking.”

Bron - Werkgeversbevraging Acerta/Indiville maart/april 2019

Hoe meer anciënniteit, hoe minder opleidingen

Andere, door werkgevers nog vaker aangestipte aanleidingen om werknemers een opleiding aan te bieden, zijn: de individuele vraag van medewerkers zelf (77%) en de bezorgdheid over hun prestaties, betrokkenheid en/of inzetbaarheid (67%). Ook dit wijst op een reactieve houding van werkgevers tegenover opleiding.

Dezelfde reactieve opstelling zien we tegenover werknemers die al langer in dienst zijn. Slechts 9% van de werkgevers voorziet opleiding voor werknemers met een anciënniteit van twintig jaar en meer. Dirk Neefs: “Terwijl zij net zo goed gemotiveerd en inzetbaar moeten blijven. Net de medewerkers met een hoge anciënniteit kunnen opleidingen gebruiken om nieuwe technologieën en nieuwe werkprocessen onder de knie te krijgen.”

Twee op de drie organiseren geen werkplekleren

Opleidingen die werknemers het meest naar waarde schatten, zijn opleidingen op de werkvloer. Ze zeggen daar het merendeel van hun vaardigheden te hebben opgedaan. Werkgevers hoeven het dus niet ver te zoeken. Toch schakelt amper 34% van de werkgevers eigen personeel in om opleidingen te geven.

Een dergelijke laagdrempelige vorm van opleiding is werkplekleren. Werkplekleren in de betekenis van: leren van elkaar en competenties op de werkvloer toepassen. Dirk Neefs: “Let wel, werkplekleren is meer dan al doende leren. Ook deze vorm van opleiding ter plekke moet worden georganiseerd, gestuurd en opgevolgd. Het is niet de bedoeling dat de opleiding sneuvelt zodra er wat meer druk op de ketel komt.”

Een op de drie bedrijven evalueert impact opleiding

Een werkgever op de drie evalueert op een of andere manier expliciet of een opleiding haar doel heeft bereikt. 18% doet dat helemaal niet. Het illustreert dat werkgevers  de meerwaarde van opleidingen nog niet ten volle uitspelen in hun hr-beleid. Opleiding rendeert nochtans meer als de werkgever op voorhand met de werknemer bespreekt

  • wat er van de opleiding wordt verwacht,
  • hoe de toepassing ervan zal worden gefaciliteerd,
  • hoe de opgedane kennis of vaardigheid verder zal worden doorgegeven.
Evaluatie opleiding - Werkgeversbevraging Acerta-Indiville maart tot april 2019

Wat iemand nog wil leren, moet je blijven vragen

Opleidingen zijn dus nog dikwijls reactief. Er zijn nochtans veel redenen om ze proactief in te zetten:

  • de arbeidskrapte;
  • de arbeidsmarkttransitie;
  • de automatisering en de digitalisering;
  • de consensus over levenslang leren.

Dirk Neefs: “'Wat wil je nog leren?' Die vraag zou de werkgever regelmatig en gedurende de hele loopbaan aan zijn werknemers moeten blijven stellen.”