Het sociaal overleg moet anders. Of niet?

30 april 2019
Tekst
Jo Cobbaut
Het sociaal overleg moet anders. Of niet?

'Een vergeetput', zo noemt arbeidseconoom Stijn Baert het sociaal overleg van de laatste jaren. Het functioneert niet meer en de sociale partners zouden beter een andere rol krijgen. De arbeidseconoom van UGent vroeg de politieke partijen naar hun mening over zijn idee.

Op VRT nws formuleert Stijn Baert de idee dat de federale regering niet enkel het kader zou vastleggen voor dossiers – zoals ze nu doet – maar ook een default invulling. De sociale partners zouden dan moeten bespreken of ze dat aanvaarden, of hoe ze dat eventueel willen aanpassen, maar altijd binnen het door de regering bepaalde kader. Raken ze het voor de deadline niet eens over een alternatief, dan wordt de default invulling van de regering automatisch wet.

Baert illustreert zijn idee met het dossier 'zware beroepen'. In zijn model geeft de regering aan wat alle zware beroepen samen mogen kosten en doet ze de sociale partners een suggestie voor een lijst van zware beroepen. Werkgeversorganisaties en vakbonden kunnen de lijst aanpassen binnen het budget. Lukt dat niet, dan wordt de oplossing van de regering wet.

Akkoord: Open VLD, N-VA

Open VLD is het daar bij monde van kamerlid Egbert Lachaert 'volmondig mee eens'. Het huidige consensusdenken binnen de Groep van 10 leidt tot blokkering van voorstellen om de arbeidsmarkt te moderniseren. Verkozen politici moeten niet na de verkiezingen alle beslissingsmacht over die hervormingen doorschuiven naar niet-verkozen partners. Het beleid moet uiteindelijk beslissen, vrij van ultimata en eisen met teksten waar beleidsmensen niet meer mogen over discussiëren.

Ook Axel Ronse van N-VA wil het sociaal overleg hervormen. Het optrekken van de instapleeftijd voor brugpensioen (SWT) kwam er bijvoorbeeld niet, ondanks een politieke consensus. Voor N-VA moet de regering in overleg met werkgevers en vakbonden naar akkoorden zoeken en desnoods de knoop doorhakken. N-VA wil het sociaal overleg trouwens op niveau van bedrijven en sectoren leggen, met mogelijkheid tot 'opt-outs'.

Akkoord, maar... SP.A en CD&V

Yasmine Kherbache (sp.a) vindt het ook "onvoorstelbaar" dat een regering over maatschappelijk gewichtige dossiers als de pensioenhervorming gewoon ‘een advies’ vraagt zonder zelf een evenwichtig en overwogen plan en een akkoord onder coalitiepartners. "De regering kan met die visie en dat plan haar rol opnemen in tripartite overleg met de sociale partners om tot duurzame akkoorden te komen.”

Robrecht Bothuyne (CD&V) vindt dat besluiten over transities en hervormingen maar duurzaam zijn als ze breed gedragen worden. Dat draagvlak kan er enkel komen door permanent overleg met de sociale partners. Daarom houdt CD&V vast aan het interprofessioneel akkoord. Tegelijk wil CD&V het sectoraal overleg hervormen (hergroepering) en een grotere rol voor het bedrijfsniveau. Maar bij een impasse moet een regering kunnen ingrijpen en zelf een gedragen voorstel uitwerken dat wél steeds bij de sociale partners voor overleg en advies kan terugkeren. Het Vlaamse model (VESOC) van tripartite overleg kan ook een meerwaarde zijn op federaal niveau.

Tom Vandendriessche (Vlaams Belang) vindt het sociaal overleg bijzonder waardevol, maar is volgens hem ontaard in een stellingenoorlog waar particuliere belangen primeren op het algemeen belang. Vlaams Belang stelt het primaat van de politiek, sociale partners zijn in hoofdzaak adviserend.

Niet akkoord, tenzij... Groen

Imade Annouri (Groen) gaat niet akkoord met Stijn Baerts idee, want akkoorden tussen sociale partners zijn de beste garantie op sociale vrede. Een default invulling achter de hand houden getuigt van veel wantrouwen. Anderzijds pleit hij er wel voor om een voorstel van invulling van grote hervormingen voor te bereiden én die ook kenbaar te maken aan de sociale partners. Dan weten ze over hoeveel ruimte ze beschikken en kunnen ze motiveren waarom ze eventueel gezamenlijk van oordeel zijn dat een akkoord deze ruimte niet respecteert en waarom de sociale partners zouden opteren voor een alternatieve hervorming.

Niet akkoord: PVDA

Jos D'Haese is het helemaal niet eens met Baerts voorstel. Hij stelt dat de Europese Commissie, de regering en natuurlijk ook de werkgeversorganisaties af willen van de interprofessionele akkoorden om het overleg "zoveel mogelijk te versnipperen naar sectoren, bedrijven en individuele werknemers".

De PVDA verdedigt sterke interprofessionele akkoorden en verzet zich tegen het ingrijpen van de regering in die akkoorden. Daarom moet ook de loonwet van 1996, die een bindende 'loonnorm' oplegt, worden afgeschaft. Net na de Tweede Wereldoorlog werd het sociaal overleg geïnstitutionaliseerd, een toegeving van 'patroonszijde' in ruil voor sociale vrede. PVDA wil niet dat geraakt wordt aan verworvenheden als de rol van de sociale bewegingen bij de dienstverlening en besluitvorming op het vlak van de lonen, de gezondheidszorg, de sociale zekerheid. Hetzelfde geldt voor verworvenheden als de wet op de cao’s en de paritaire comités, de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk.

Bron: Stijn Baert, Hoe kijken de politieke partijen naar belangrijke arbeidsmarkthervormingen?