Het statuut van een bestuurder in een NV / BV onder de nieuwe vennootschapswetgeving

1 december 2019
Tekst
Partner Content
Het statuut van een bestuurder in een NV / BV onder de nieuwe vennootschapswetgeving

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen ("WVV") trad in werking op 1 mei 2019 voor ondernemingen die na deze datum werden opgericht.

Voor de bestaande ondernemingen zal het WVV in werking treden op 1 januari 2020, tenzij zij vrijwillig hebben gekozen om hun bepalingen al vroeger toe te passen. Zij zijn bovendien verplicht om tegen 1 januari 2024 hun statuten aan te passen overeenkomstig het WVV.

Hieronder belichten wij één hr-aspect van dit WVV binnen de meest gangbare private vennootschapsvormen, de besloten vennootschap ("BV", de opvolger van de bvba) en de naamloze vennootschap ("NV"), met name het statuut van het bestuurdersmandaat.

Sinds de invoering van het WVV is het (eindelijk!) wettelijk bevestigd dat de bestuurdersmandaten in een BV en een NV op zelfstandige basis moeten worden uitgevoerd, en dus niet onder het werknemersstatuut.

Voor een bestuurder van een NV verandert dit niet veel, aangezien dit principe al uitdrukkelijk werd bevestigd in de wet. Eigenlijk is dat ook zo voor een zaakvoerder van een bvba (thans "bestuurder" van een BV), hoewel sommige auteurs van mening waren dat het vroeger theoretisch mogelijk bleef om dit mandaat onder het werknemersstatuut uit te voeren.

Voor de leden van een directiecomité binnen een NV was de situatie voordien niet zo duidelijk: volgens sommigen kon het lidmaatschap van een directiecomité in bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld ingeval van een directiecomité met beperkte bestuursbevoegdheden) onder het werknemersstatuut worden uitgevoerd.

Het WVV neemt nu alle onduidelijkheid weg en bevestigt uitdrukkelijk dat bestuurdersmandaten in een NV en in een BV op zelfstandige basis moeten worden uitgevoerd.

Hetzelfde geldt voor de leden van een raad van toezicht en een directieraad in een NV, als er wordt gekozen voor een duaal bestuurssysteem. Als een NV de leden van haar directiecomité wil benoemen in haar nieuwe raad van toezicht of directieraad, moet zij dus eerst verzekeren dat zij hun lidmaatschap op zelfstandige basis uitvoeren uiterlijk vanaf het moment dat het WVV op haar van toepassing wordt.

Wil dit dan zeggen dat een mandataris binnen een NV of een BV niet door een arbeidsovereenkomst met de betrokken vennootschap verbonden kan zijn?

Neen. Dit blijft mogelijk voor de uitvoering van taken die kunnen worden onderscheiden van de activiteiten in uitvoering van het bestuurdersmandaat (bijvoorbeeld taken van technische aard), en voor zover aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:

· Er bestaat een ondergeschikt verband tussen de werknemer en de vennootschap, waarbij de vennootschap effectief werkgeversgezag kan uitoefenen over de werknemer tijdens de uitvoering van zijn of haar arbeidsovereenkomst. Dit zal bijvoorbeeld niet het geval zijn indien een arbeidsovereenkomst werd ondertekend met de enige bestuurder van een BV of een NV (onder het WVV kan een NV inderdaad slechts één bestuurder tellen); en

· Er wordt loon betaald aan de werknemer ter compensatie van de uitvoering van zijn of haar arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld in combinatie met een onbezoldigd bestuurdersmandaat.

De nieuwe vennootschapswetgeving neemt alle twijfels weg in verband met het statuut van bestuurdersmandaten in een BV (bvba) en een NV. Deze mandaten moeten op zelfstandige basis worden uitgevoerd. Maar dat wil niet zeggen dat de mandataris niet meer door een arbeidsovereenkomst met de betrokken vennootschap verbonden kan zijn.

Pierre Dion
Lead Lawyer DLA Piper

DLA Piper