Hoe impacteerde de crisis de kwaliteit van het werk?

22 oktober 2020
Tekst
Jo Cobbaut
Hoe impacteerde de crisis de kwaliteit van het werk?

COVID-19 kelderde de sociale interactie op het werk van 8 op 10 werknemers. Anderzijds lijkt het risico op meer stress en burn-out niet gestegen.

Een en ander blijkt uit een bevraging die vacaturesite StepStone deed in samenwerking met de Universiteit van Leuven bij Belgische werknemers. De bevraging concludeert dus dat de sociale contacten een klap gekregen met thuiswerk als norm. Het belangrijkste gevolg van de Covid-19-crisis is dus het risico om eenzaam en sociaal geïsoleerd te worden.

  • 78% zegt dat de sociale interactie op het werk is afgenomen tijdens de coronacrisis
  • 50,6% zag zijn sociale interactie zelfs drastisch afnemen;
  • 16,7% bleef dezelfde de sociale contacten houden;
  • 5,3% zag ze toenemen.

Meer werkdruk? Niet voor iedereen

De evolutie van de werkdruk en de autonomie op het werk was veel minder uniform. Op de vraag of de werkdruk is toegenomen, antwoordt 41% van de respondenten positief. Werkdruk is te begrijpen als de mate waarin we onder tijdsdruk en in een hoog tempo moeten werken. Anderzijds zegt 29,2% dat de werkdruk is afgenomen en voor 29,3% bleef hij even hoog als voor COVID-19.

Meer autonomie? Verre van

Ook op het gebied van de autonomie op het werk is het beeld verre van uniform. Dit heeft betrekking op de mate waarin de werknemer kan bepalen wat, wanneer en hoe hij/zij iets gaat doen op het werk. Voor

  • 63,7% is hier niets veranderd;
  • 24,5% is hun autonomie op het werk afgenomen;
  • 11,6% is zijn autonomie toegenomen.

Vijf veranderingspatronen

De onderzoekers concluderen dat het aantal stressvolle jobs niet gestegen is en dat we niet automatisch op langere termijn ook meer burn-outgevallen moeten verwachten. Op basis van werkdruk en autonomie zien we voor

  • 38% géén verandering;
  • 25% minder mogelijkheden voor groei en ontwikkeling/minder stimulerend werk;
  • 17% méér mogelijkheden voor groei en ontwikkeling/meer stimulerend werk;
  • 1,5% meer ontspannen werk;
  • 9% stressvoller werk.

Conclusie 1: géén verandering voor vier op tien

Er kunnen drie interessante conclusies worden getrokken. Ten eerste is de jobinhoud voor ongeveer 40% van de werknemers niet veranderd. Hun werkdruk en hun autonomie werden in het geheel niet beïnvloed door de Covid-19-crisis. Vooral deze respondenten ervoeren een hoge mate van werkzekerheid en meldden de hoogste niveaus van job- en levenstevredenheid.

Conclusie 2: niet méér stresserend jobs

Ten tweede: dit onderzoek bevestigt niet de wijd verspreide veronderstelling dat de meeste jobs stressvoller werden. Slechts 9% van de jobs van de respondenten zag zijn werkdruk stijgen en zijn autonomie dalen. Vooral de respondenten in de publieke sector meldden een evolutie naar een meer stressvolle job. Respondenten van dit type zijn minder tevreden met hun job en leven en zijn minder tevreden met de manier waarop hun werkgever met de Corona-crisis omging. Ze voelen zich ook onzekerder over hun job en over de evolutie van de kwaliteit ervan.

Conclusie 3: corona fnuikt vooral groei en ontwikkeling

Ten derde hebben de belangrijkste effecten van de Covid-19-crisis betrekking op de mogelijkheden voor groei en ontwikkeling. Dit betekent dat de crisis vooral de motivatie en de energie van de respondenten heeft aangetast; hun jobs stimuleren hen nu minder tot actie en prestaties. Ongeveer een kwart van de respondenten ervaarde een evolutie naar minder autonomie en minder werklast. Een dergelijk patroon wordt vooral geassocieerd met passiviteit. Deze verandering is dominanter voor zelfstandigen en arbeiders. Zij waren vaker tijdelijk werkloos. Ze voelen zich ook onzekerder over de toekomst van hun job en linken de Corona-crisis aan die onzekerheid.

Er is ook een groep van 17% die meldt dat hun job sinds de Covid-19-crisis meer mogelijkheden biedt voor groei en ontwikkeling. Hun job werd stimulerender (toename van de werklast en toename van de autonomie). Dit patroon gaat gepaard met meer energie, meer activiteit en hogere prestaties. Vooral bedienden van hoger niveau en managers meldden een dergelijke verandering. Ze voelden ook zekerheid over het behoud van hun werk in de toekomst.

De impact van de thuissituatie

De auteurs van de studie, prof. Dr. Hans De Witte en Anahí Van Hootegem (Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de KU Leuven) wijzen erop dat géén rekening werd gehouden met zaken als het thuisonderwijs van kinderen. Deze studie richtte zich echter alleen op het beroepsleven: veranderingen in functiekenmerken en bijbehorende ervaringen zoals motivatie en stress. Stress uit de privésfeer die het beroepsleven beïnvloedt, werd dus niet in aanmerking genomen, maar speelde ongetwijfeld een rol in deze periode voor een relevant aantal respondenten.