Naar hybride werkvormen op basis van een beleid voor telewerk en mobiliteit

24 september 2020
Tekst
Jo Cobbaut
Naar hybride werkvormen op basis van een beleid voor telewerk en mobiliteit

Belgische medewerkers presteren ook in september nog steeds een aanzienlijk deel van hun uren via telewerk. Deze trend zal nog tot in 2021 aanhouden en telewerk wordt sowieso een blijver. De crisis leert ons ook dat het structureel organiseren van telewerk en mobiliteit sterk verweven zijn.

Dat concludeert alvast hr-dienstverlener Attentia uit eigen cijfers. Uit cijfers van het Verkeerscentrum leert de hr-dienstverlener dat verkeersdrukte en files op onze wegen de voorbije maand met 32 procent afgenomen zijn tegenover dezelfde periode vorig jaar. Attentia legt de link met de resultaten van een steekproef bij 70.000 medewerkers uit bedrijven met minstens honderd medewerkers. Sinds de uitbraak van COVID-19 is telewerk in veel bedrijven ingeburgerd geraakt. De piek lag in april, toen bedienden wel 40 procent van hun uren via telewerk presteerden. Bij directie- en kaderleden was dit zelfs 61 procent.

Telewerk is een blijver

Die piek in telewerk is intussen achter de rug, maar de trend niet. In augustus werkten bedienden nog steeds 22 procent van hun uren op afstand, tegenover 40 procent bij kaderleden. Bij arbeiders is telewerk verwaarloosbaar, omdat deze werknemers in de meeste gevallen fysiek aanwezig dienen te zijn om hun werk uit te voeren.

Tijdelijke werkloosheid daalde sterk

In het voorjaar waren veel bedrijven ook genoodzaakt om tijdelijke werkloosheid in te roepen. Arbeiders waren in de piekmaand april voor 39 procent van hun uren tijdelijk werkloos, bij bedienden was dat 22 procent. Intussen is de tijdelijke werkloosheid fors gedaald tot 4,5 procent bij arbeiders en 5,4 procent bij bedienden. En die trend zal zich ook in september vermoedelijk doorzetten, aangezien de regels rond het invoeren van tijdelijke werkloosheid verstrengd zijn.

Telewerk nu meer structureel geregeld

Telewerk heeft vandaag een groot aandeel in het werkritme van de Belgische medewerkers en dat zal niet gauw meer veranderen. Eigenlijk zat telewerk voor corona ook al in de lift, maar de cijfers waren toen veel minder spectaculair. Zo presteerden bedienden en kaderleden voor COVID-19 gemiddeld slechts drie tot vijf procent van hun uren via telewerk. Maar Attentia wijst erop dat dat cijfer een vertekend beeld geeft, want telewerk werd toen in weinig bedrijven structureel geregeld. Dus werd het ook in de meeste gevallen niet geregistreerd.

Mobiliteit

Telewerk en mobiliteit zijn bovendien duidelijk nauw met elkaar verbonden. Uit de analyse van Attentia blijkt dat het gebruik van de privéwagen voor woon-werkverkeer (met een woon-werkvergoeding) de voorbije maanden fors is afgenomen. In april was er bij arbeiders sprake van een daling van 43% procent in vergelijking met de maand januari, traditioneel een van de drukste maanden op de weg. Bij bedienden daalde het gebruik van de privéwagen met 49,5 procent. Sinds augustus is de situatie wel genormaliseerd.

Ook het gebruik van de fiets, die al verschillende jaren in de lift zit voor woon-werkverplaatsingen, is tijdelijk gedaald.

Vandaag vragen veel bedrijven zich af wat te doen met de budgetten die ze aan mobiliteitsvergoedingen geven als de medewerkers voortaan veel meer van thuis werken. “Vandaag is er vooral nood aan flexibele oplossingen, afhankelijk van het afgesproken thuiswerkregime per werknemer,” zo bedenkt Katrien Nijs, Senior Legal Consultant bij Attentia: “Waarom zou een bedrijf bijvoorbeeld een voltijds abonnement voor openbaar vervoer betalen als een medewerker een deel van de tijd aan telewerk doet?” Als een medewerker slechts een beperkt aantal woon-werkverplaatsingen per week moet doen, groeit de kans bovendien dat hij gaat nadenken over alternatieve vervoersoplossingen. “Misschien is een combinatie van een bedrijfsfiets met een te besteden budget binnen een flexibele mobiliteitsapp voor deze medewerker een valabel alternatief.”

Hybride formules

Yves Labeeu, Tax & legal consultant bij Attentia, ziet nu al dat werkgevers zoeken naar oplossingen om het vrijgekomen budget voor de woon-werkvergoeding naar opties voor telewerk te kunnen overdragen. “Denk maar aan een extra beeldscherm of een ergonomische bureaustoel voor in het thuiskantoor. Dat de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid zich hierin opvallend flexibel opstelt, is een teken dat we telewerk ernstig mogen nemen. Het is duidelijk dat het telewerkbeleid en het mobiliteitsbeleid vandaag de dag onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.”