Thuiswerk nu ook in minder evidente beroepsgroepen

6 april 2021
Tekst
Jo Cobbaut
Beeld
Shutterstock
Thuiswerk nu ook in minder evidente beroepsgroepen

Dat thuiswerken door de coronacrisis sterk steeg, zit nu ook in de statistieken. Bovendien blijkt dat nu ook beroepsgroepen van thuis werken voor wie dat eerder niet evident was. Bij technici bijvoorbeeld verdubbelt het thuiswerk.

Een en ander blijkt uit nieuwe cijfers van Statbel, het Belgische statistiekbureau over thuiswerk bij de loontrekkende bevolking. Het thuiswerk is al twintig jaar aan een zachte opmars bezig, van 6 à 8% begin jaren 2000 naar 18,9% in 2019. Met een gemiddelde van 29% thuiswerkers in 2020 laat het effect van de coronacrisis zich duidelijk zien.

Beroepsgroepen

De meest opvallende stijging zit echter bij de beroepsgroepen: bij het ‘administratief personeel’ evolueerde het aantal thuiswerkers van 11,8% in 2019 naar 28,9% in 2020. Ook bij de ‘technische en verwante beroepen’ was er een verdubbeling, van 17,2% in 2019 naar 33% in 2020.

bron STATBEL

Bij beroepsgroepen waar thuiswerk al meer ingeburgerd was, is in 2020 een bijkomende stijging zichtbaar. In de beroepsgroep ‘Managers’ gaf in 2019 al 44,6% aan soms of gewoonlijk thuis te werken. In 2020 steeg dat naar 62,2%. Ook voor de ‘Intellectuele, wetenschappelijke en artistieke beroepen’ was er een stijging met ongeveer een vierde: in 2019 lag het aantal thuiswerkers al vrij hoog, met 45,1%, in 2020 steeg dat tot 56,9%.