Topmaanden horeca zullen tijdelijke werkloosheid verminderen

4 augustus 2020
Tekst
Jo Cobbaut
Topmaanden horeca zullen tijdelijke werkloosheid verminderen

In juni stond de helft van de vaste horeca-werknemers op tijdelijke werkloosheid. Dat blijft een grote groep, maar er was voor het eerst in maanden wel een daling van het aantal tijdelijk werklozen in de sector.

De horeca was een groeiende sector, tot corona. Ten opzichte van januari 2019 was de tewerkstelling in februari 2020, de laatste pre-coronamaand, 32% gestegen. Die groei manifesteerde zich niet onder de vorm van flexi- of studentenjobs, het aandeel daarvan bleef nagenoeg gelijk, het ging wel degelijk over meer vaste jobs.

Figuur- tewerkstelling horeca met januari 2019 als referentiemaand; aandeel flexi, student, tijdelijke werkloosheid

Maar in maart 2020 kwam corona en moest de horeca de deuren sluiten. Dat deed de groei van een heel jaar teniet en in april 2020 zakte de tewerkstelling zelfs 23% onder referentiemaand januari 2019, nl. naar 77,2%. Tegenover topmaand januari van dit jaar, is de tewerkstelling in de horecasector in juni, het dieptepunt, zelfs nagenoeg gehalveerd; die ging van 138,3% naar 71,5% (tegenover referentiemaand januari 2019), -48,3% dus.

Cafés en restaurants werden zwaarder getroffen dan hotels en andere verblijfsaccommodaties: respectievelijk 69,2% en 97,2% van tewerkstelling in referentiemaand januari 2019.

Flexijobs weg, studentenjobs gehalveerd, 68% vast personeel tijdelijk werkloos

Direct getroffen door de lockdown was de zogenaamde flexibele schil van de horecasector: de flexi- en de studentenjobs. In vergelijking met referentiemaand januari 2019 gingen de flexijobs in april 2020 van een aandeel van 22% naar een verwaarloosbare 3,9%. En de studenten gingen van 31,8% naar 15,7%, een halvering.

67,9% van de vaste medewerkers kreeg in april te maken met tijdelijke werkloosheid van één dag of meer.

Veerkracht redt jobs

Leen Smeets, Juridisch adviseur Kenniscentrum Acerta, concludeert dat vaste medewerkers de taken van een tijdelijk contract overnamen, zodat de flexibele schil zo sterk kromp. “Maar dat we niet naar nul procent flexi- en studentenjobs zijn gegaan en zelfs naar 100% tijdelijke werkloosheid, heeft vooral te maken met de veerkracht van de sector, met horeca-activiteiten die ondanks de pandemie toch doorgingen of waarnaar zaken zijn overgeschakeld, denk aan restaurants die afhaalmenu’s voorzagen. Zo bleef er dus wel keukenpersoneel aan de slag. En koeriers. Vooral die laatsten zijn niet zelden studenten.”

Juni 2020 dieptepunt tewerkstelling maar ook keerpunt

Het signaal van de voorbije maand juni 2020 is nog dubbel: enerzijds is de tewerkstelling naar een dieptepunt gezakt (71,5% vs. januari 2019), anderzijds zijn minder horecawerknemers tijdelijk werkloos geweest dan in maart, april en mei.
Leen Smeets: “Als we herstel mogen verwachten, dan moeten we dat ook eerst zien in de tijdelijke werkloosheidscijfers. Pas als die zullen zijn gedaald, zullen we flexijobbers en studenten naar de horeca zien terugkomen. De tijdelijke werkloosheid is nu al wel minder in juni: nog “maar” 50,8% van de vaste horecamedewerkers had ermee te maken. Het tij lijkt dus stilaan te keren.”

Flexijobbers: first out, last in

Leen Smeets verwacht dat de tijdelijke werkloosheid in de horeca verder zal dalen. De zomermaanden zijn immers klassieke topmaanden voor het toerisme en voor de horeca en dat effect zal zelfs in coronatijden blijven spelen. “Wellicht zien we ook weer studenten bijspringen. Zij die het eerste zijn uitgevallen, nl. de flexijobbers, zullen wellicht ook het laatst terugkeren.”