Wat verwachten medewerkers van het nieuwe werken?

14 september 2021
Tekst
Jo Cobbaut
Beeld
IDEWE
Wat verwachten medewerkers van het nieuwe werken?

Werknemers die een een flexibele werkregeling genieten waarin ze tijd en plaats van hun werk kunnen bepalen, lopen een lager risico op burn-out. Ze ervaren ook meer werkplezier. Al moet er ook wel goede ondersteuning zijn door elektronische communicatie.

Dat concludeert IDEWE uit een bevraging van 1.299 bedienden - en beleidsmakers. IDEWE, een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, concludeert eerst en vooral dat “werkgevers best zo weinig mogelijk aannames doen over wat hun werknemers willen.”

Hybride werken als kader voor meer welzijn

De studie zag minder risico op burn-out en meer werkplezier bij werknemers met een hoge mate van flexibiliteit van werkregeling om tijd en plaats van hun werk te bepalen, die tegelijk ook ondersteund worden door elektronische communicatie – een lager risico op een burn-out lopen en meer plezier in het werk ervaren.

Van de personen die helemaal geen of slechts een beperkte flexibele werkregeling hebben, heeft 7% een verhoogd burn-out risico en beleeft 78% werkplezier. Maar medewerkers met een sterk hybride-gerichte werkregeling, scoren daar significant beter op: slechts 2% loopt een verhoogd burn-outrisico en maar liefst 84% beleeft werkplezier. Ook worden in die laatste categorie de psychologische basisbehoeften aan autonomie en verbondenheid in hogere mate bevredigd.

“Deze cijfers betekenen natuurlijk niet dat bedrijven die het hybride werken invoeren, daarmee automatisch het welzijn van hun werknemers gaan zien stijgen”, zegt Lode Godderis, CEO bij IDEWE. “Maar we kunnen wel stellen dat een hybride werkomgeving vandaag een goed kader is waarin we dat welzijn op een aantal punten kunnen optimaliseren.”

Bron: IDEWE

Slechts 1 op 3 beslist zelf over werkplek en uurregeling

De studie toont aan dat het basisconcept van het hybride werken al ingeburgerd is. Bij de bevraagde werkende Belgen geeft meer dan 70% aan dat ze gebruikmaken van informatietechnologie (zodat ze op elke locatie of op elk tijdstip kunnen werken), zodat er geregeld vanop afstand gewerkt kan worden.

Voor een aantal gerelateerde concepten is dat echter veel minder het geval. Zo beslist slechts 34% zelf waar en wanneer ze werken, werkt slechts 30% activity-based – wat betekent dat de activiteit bepaalt op welke locatie of in welke ruimte we werken – en past slechts 32% het systeem van flex-desks toe.

Opvallend is dat er een grote bereidheid is bij de bevraagde werknemers (variërend tussen de 78% en 86%) om deze concepten met betrekking tot het nieuwe werken toe te passen, met één grote uitzondering: slechts 36% is bereid zijn eigen bureau op te geven in ruil voor een systeem met flex-desks.

Hoewel de cijfers onder de beleidsmakers en werkgevers grotendeels dezelfde trend tonen, springen enkele verschillen in het oog.

  • Werkgevers staan meer open voor het invoeren van flex-desks dan werknemers (49% tegenover 36%) en activity-based werken (87% tegenover 78%).
  • Voor een systeem waarbij werknemers zelf beslissen waar en wanneer ze werken, geldt het omgekeerde (73% tegenover 85%).

Lode Godderis: “Het hybride werken is duidelijk nog in volle groei. Vooral het verschil in bereidheid rond een aantal zaken valt op, wat aantoont dat werkgevers voorzichtig moeten zijn met aannames over wat hun werknemers willen. Bedrijven die bijvoorbeeld een overschakeling op flex-desks plannen, zonder dat af te toetsen met het hele team, denken daar beter nog eens over na. Daarnaast is ook het lage aantal mensen dat activity-based werkt een aandachtspunt. Het woord ‘hybride’ omvat immers veel meer dan het pure locatiegegeven: het is belangrijk dat we ook nadenken over wát we daar doen, op welke manier en met welke infrastructuur.”

Voltijds thuiswerken na de coronacrisis: slechts 5% is vragende partij

Als we kijken naar het aandeel thuiswerk in de werktijd, geeft 55% van de deelnemers aan dat ze momenteel 61% van de werktijd of meer van thuis uit werken. Ook al verschillen de voorkeuren op dat vlak sterk van persoon tot persoon, globaal blijkt dat meer mensen op dit moment liefst wat minder thuis willen werken. Vandaag is nog 16% van de werkenden bereid om voltijds thuis te werken, terwijl dat aantal zakt naar 5% wanneer hen gevraagd wordt of ze daar ook na de coronacrisis toe bereid zullen zijn.

“Qua voorkeursregime in termen van aantal dagen thuiswerk per week – en daarbij hebben we enkel de antwoorden van de voltijdse werknemers weerhouden – zien we dat 54% een voorkeur heeft voor twee tot drie dagen thuiswerk per week. Maar uiteraard hangt dat af van de aard van de activiteiten in elk bedrijf. Ook hier ligt de sleutel in overleg tussen werkgevers en werknemers”, besluit Godderis.