Werkhervattingen in de lift

14 oktober 2019
Tekst
Jo Cobbaut
Werkhervattingen in de lift

Meer Belgische werknemers gaan deeltijds weer aan het werk bij hun werkgever na een afwezigheid door ziekte of ongeval. Het aantal verdubbelde bijna op 5 jaar tijd. Vandaag hervatten 1,92% van de zieke werknemers het werk progressief.

Dat stelt hr-dienstenbedrijf Acerta op basis van zijn cijfers voor 2018 vast. Een op twee werknemers in België valt in een jaar al eens uit door ziekte of ongeval. Dat kan gaan over enkele dagen maar soms ook veel langer.

Progressieve hervatting

Van de arbeidsongeschikte werknemers hervat 1,92% het werk bij zijn werkgever progressief (cijfers 2018). Vier jaar eerder, in 2014 maakte de Belg van de mogelijkheid tot progressieve werkhervatting veel minder gebruik: slechts 1,07% hernam het werk toen gedeeltelijk.

Regionale verschillen

Het Vlaams Gewest volgt het nationale gemiddelde met 1,91%, in het Brussels Hoofdstedelijk maken 2,33% van de zieken gebruik van progressieve werkhervatting. In het Waals Gewest doet 1,38% dat.

Nieuwe regels

Karen Van den Bergh, Senior Consultant Acerta: “Sinds eind 2016 bestaat een formele re-integratieprocedure die werkgever en werknemer kunnen gebruiken om het traject naar een werkhervatting te vergemakkelijken. Sinds april 2018 veranderden de regels rond de uitkering bij progressieve werkhervatting. Werknemers die progressief het werk hernemen, krijgen voortaan steeds een uitkering voor de dagen dat ze nog ziek blijven. De uitkering werd afhankelijk gemaakt van het percentage dat de werknemer het werk hervat. Beide wijzigingen in de regelgeving hebben een positief effect op het aantal progressieve werkhervattingen.”

Driekwart progressieve werkhervatting binnen het half jaar, 10% nog na 1 jaar

Net niet de helft van wie progressief weer aan het werk gingen bij hun werkgever, hebben dat binnen de 90 dagen (3 maanden) gedaan.

Een kleine drie kwart heeft het werk progressief hervat na 6 maanden.

Maar misschien nog het opvallendste is dat bijna 10% van wie het werk in stappen hervat, daarmee start na meer dan een jaar afwezig te zijn geweest.

Progressief genezen, progressief werk hervatten, het is logisch

Het werk progressief hervatten kan voor alle gevallen, mits goedkeuring van de adviserende arts van de mutualiteit. Die kan dat doen voor een duur van maximaal twee jaar. Een eventuele verlenging hangt van het oordeel van de arts af.

Het voordeel van progressieve werkhervatting is dat een werknemer en de arts niet meteen moeten beslissen over volledig fit zijn of niet. Soms is dat ook de realiteit: na ziekte ben je niet ineens weer helemaal de oude, je wordt geleidelijk beter. Het werk geleidelijk hernemen is dus de logica zelf in bepaalde situaties.

Dubbel zoveel progressieve werkhervattingen bij grote bedrijven

Het percentage werknemers dat na een ziekte of ongeval het werk progressief hervat, stijgt met de grootte van de werkgever. In de grootste ondernemingen komt progressieve werkhervatting zelfs dubbel zo vaak voor als in de kleinste.

Karen Van den Bergh, Senior Consultant Acerta, noemt progressieve werkhervatting een vorm van hr-individualisering. "Wanneer en hoeveel een zieke werknemer het werk best hervat, vraagt een geïndividualiseerde aanpak en dus een inspanning, die grotere ondernemingen gezien hun organisatie wellicht makkelijker voor elkaar krijgen." Maar het principe van progressieve werkhervatting volgt de logica van herstel dus kan progressieve werkhervatting in elke onderneming aangewezen zijn. "Eventueel met enige assistentie zouden alle ondernemingen, ook de kleinste, deze vorm van hr-individualisering moeten kunnen voorzien.”

Ontslag wegens medische overmacht neemt af

Soms lukt het werk hervatten niet, zelfs niet gedeeltelijk of in een andere functie. Of is er geen andere functie beschikbaar bij de werkgever. Wanneer het officiële traject van re-integratie is doorlopen zonder succes, kan een contract dus toch op zijn einde lopen. We spreken dan van overmacht om medische redenen.

3,14% van de contracten van onbepaalde duur die in 2018 zijn beëindigd, waren in dat geval. Dat is lager dan de jaren daarvoor. Bovendien doet de daling zich in alle segmenten voor, met één uitzondering: de bedienden. De relatieve stijging daar naar 2,31% is wel absoluut het laagste percentage van alle segmenten. Het hoogste percentage 'einde van de arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht' vinden we terug in de social profit: 5,12%.

Karen Van den Bergh van Acerta ziet toch vooral een bevestiging van het positieve effect van de wetgeving omtrent re-integratie zoals die eind 2016 is ingegaan. "Ook inzake het aantal werknemers wier arbeidsovereenkomst een einde neemt omwille van medische definitieve overmacht. Bovendien moet de werkgever in het scenario waarin hij een einde maakt aan de tewerkstelling op grond van medische definitieve overmacht sinds dit voorjaar een outplacementbegeleiding aanbieden.”