Ziekteverzuim naar nieuw record in 2022

19 januari 2023
Tekst
Jo Cobbaut
Beeld
Tempoteam

Het ziekteverzuim in België heeft in 2022 een nieuw recordniveau bereikt. Gemiddeld ging 6,6 procent van de werkdagen in de privésector verloren aan korte of middellange ziekte.

In zijn Employment Tracker, met salarisgegevens van bijna een miljoen werknemers in de privésector in België, ziet SD Worx dat het kortverzuim (minder dan één maand) de grootste stijging kende: 20 procent (tot 3,43 procent).

Het kortverzuim ligt nu voor het eerst hoger dan het middellange verzuim (tussen 1 maand en 1 jaar); dat laatste steeg met 1,65 procent tot 3,18 procent. Gemiddeld ging er in 2022 6,6 procent dagen verloren door afwezigheid van korte of middellange duur.

Al waren er dus vooral méér mensen kortdurend ziek, namelijk 68 procent. Slechts één op de drie werknemers (32 procent) was geen enkele dag kortdurend ziek. Bijna 13 procent was middellang (tussen 1 maand en 1 jaar) afwezig.

Recordmaand

Het hoogste kortverzuim registreerde SD Worx in januari. Toen ging 4,67 procent van de te werken dagen verloren aan ziekte van minder dan 1 maand. De eerste maanden van het jaar bleven de percentages ook boven die van 2019 en 2021.

In de tweede helft van het jaar zag SD Worx het kortverzuim afnemen, maar de maand december zorgde opnieuw voor een piek: 3,5 procent van de te werken dagen ging toen verloren aan ziekte.

Omikronpiek

In 2022 werden gevoelig meer werknemers getroffen door kortdurende ziekte. Bijna 68 procent was minstens 1 dag afwezig, een stijging van 16 procent. “In het begin van 2022 kregen we te maken met de omikronpiek van de coronacrisis”, zegt Katleen Jacobs, legal consultant bij SD Worx. “Vanaf april daalde die. In september steeg het kortverzuim opnieuw. We zien dat ook in het referentiejaar 2019. De herfst zorgt traditioneel voor een verkoudheids- en griepgolf. Toch was vooral de piek in december opvallend, ten opzichte van 2021 en 2019.”

Middellange verzuim

Bij het middellange verzuim tekent SD Worx eenzelfde trend op, waarbij het verzuim in de eerste helft van het jaar een stuk hoger ligt ten opzichte van vorige jaren. In de tweede helft van het jaar duiken de cijfers van ziekte tussen 1 maand en 1 jaar onder de cijfers van 2021, maar wel nog hoger dan referentiejaar 2019. Katleen Jacobs van SD Worx ziet regionale verschillen. “Het absenteïsme steeg dit jaar opnieuw, maar dat is vooral te wijten aan de afwezigheden gedurende minder dan een maand, waar meer werknemers door getroffen werden. In Vlaanderen zijn de koplopers voor kortverzuim Limburg en Oost-Vlaanderen. Meer dan zeven op de tien werknemers was daar minstens 1 dag afwezig wegens ziekte (<1 maand). Limburg heeft ook het hoogste middellang verzuim in Vlaanderen. In Wallonië gingen de meeste dagen verloren aan kort en middellang verzuim, met respectievelijk 3,59 procent en 3,52 procent van de te werken dagen. Op provinciaal niveau ligt het verzuim het hoogst bij bedrijven in Luxemburg en Henegouwen in Wallonië.”