Zorgwerkers zijn veerkrachtig maar hebben nood aan psychologische steun

30 juni 2020
Tekst
Jo Cobbaut
Zorgwerkers zijn veerkrachtig maar hebben nood aan psychologische steun

Medewerkers in de zorg zijn nog veerkrachtig, maar na drie metingen van de ZorgSamen Barometer blijkt dat er nood is aan psychologische ondersteuning.

In totaal vulden 8.350 zorgwerkers drie online bevragingen in (april, mei en juni), zowel artsen, verpleegkundigen, medewerkers management & administratie, welzijnswerkers en andere zorgverleners uit verschillende sectoren (ziekenhuizen, woonzorgcentra, voorzieningen voor personen met een beperking, eerstelijnszorg, welzijn en geestelijke gezondheidszorg).

Grote impact op persoonlijk vlak

De Barometer vroeg naar persoonlijke psychische reacties zoals angst, vermoeidheid, flashbacks, hyperalertheid enz. Elke deelnemer gaf een score van 0 (nooit last van) tot 10 (altijd last van) voor zowel de afgelopen week als onder normale omstandigheden.

Bij de eerste bevraging in april rapporteerden de zorgwerkers drie tot zeven maal meer negatieve gevoelens dan normaal.

  • 62% voelde zich onder druk staan (normaal 24%);
  • 56% voelde zich vermoeid (normaal 22%);
  • 62% hyperalert (normaal 22%);
  • 27% zei flashbacks te hebben (normaal 8%);
  • 23% sprak over concentratiestoornissen (normaal 7%);
  • 37% had ‘angst’ (normaal 5%).

Veerkracht

Drie acute stressreacties (angst, onder druk staan en hyperalertheid) daalden in mei en juni aanzienlijk. Dat is een positief teken van veerkracht.

De psychische reactie met het grootste verschil tussen vóór Covid en tijdens was er voor “angst”. Die angstscore was in april het meest uitgesproken bij verpleegkundigen.

De factoren die veeleer te maken hebben met langdurige druk (vermoeidheid, slaaptekort, geen regelmaat in het leven, concentratiestoornissen, ongelukkig & neerslachtig) bleven voor de drie meetperiodes nagenoeg onveranderd. Uit deelanalyses blijkt dat de scores van verpleegkundigen en het management op bijna alle reacties hoger liggen dan de andere beroepsgroepen.

Professionele impact

Een aantal vragen peilde de professionele impact van de crisis, onder meer het gevoel er alleen voor te staan, twijfelen aan kennis en kunde, onzekerheid binnen het team en het verspreiden van risicovolle aspecten zijn in april significant hoger dan normaal en blijven nagenoeg onveranderd tijdens de drie metingen. De factor “willen stoppen met het uitoefenen van het beroep” stijgt zelfs licht over de drie meetperioden heen. In juni scoort bijna 20% een 7 of hoger. Bij artsen en verpleegkundigen ligt dit het hoogst, met een sterke verhoging bij artsen tussen april en de maanden mei en juni.

Meer schuldgevoel

De tweede Barometer (mei) bevroeg ook het schuldgevoel. 36% gaf toen aan zich erg schuldig te voelen omdat ze hun werk niet in normale omstandigheden konden uitvoeren. Meer dan een derde kampte met een schuldgevoel dat ze het virus misschien zouden overdragen naar de eigen familie. Een kwart sprak dan weer over “ernstig schuldgevoel over het infectierisico naar andere patiënten, bewoners, cliënten of collega’s”.

Waar steun zoeken?

De Barometer ging ook na in welke mate de deelnemers tijdens de voorbije week hun emoties en gedachten hadden gedeeld met andere mensen. Daaruit blijkt dat de meesten een beroep deden op de normale en meest voor de hand liggende steunpilaren: partner, eigen collega’s en vrienden buiten de organisatie. Online systemen of een helpdesk psychosociale opvang gebruikten ze niet.

Weinigen deden een beroep op een psycholoog of een professioneel opgeleide ondersteuner, maar één deelnemer op de zes gaf wel aan hier een behoefte te hebben.

Opmerkelijk is de score van de leidinggevende. 43% gaf aan hiermee positief gepraat te hebben, voor 12% was dat een negatieve ervaring, 30% had geen behoefte om in gesprek te gaan met de leidinggevende over emoties en gedachten, 15% had het niet gedaan maar zei wel er nood aan te hebben.

Ondersteuningsmechanismen

60 procent van de deelnemers kijkt naar de leidinggevende als de persoon die zeker of waarschijnlijk ondersteuning moet geven om emoties en gedachten te delen. 15 procent denkt aan een psycholoog en huisarts.

De heropstart van de normale activiteiten vraagt om nieuwe uitdagingen. Hoewel angst en hyperalertheid weer richting normale scores gaan, moet er aandacht blijven voor vermoeidheid en lichamelijke klachten. De directe persoonlijke en professionele omgeving én professionals moeten de medewerkers in zorg en welzijn blijven ondersteunen, zo concluderen de onderzoekers in het team van Kris Vanhaecht (KU Leuven).