Terug naar kantoor. Maar naar welk kantoor?

Foto
Jean-Philip Vroninks, CEO van Befimmo en Stijn Baert, arbeidsmarktexpert ©An Clapdorp
Meer werknemers kiezen opnieuw voor kantoor, maar wat ze daar aantreffen, sluit niet altijd aan bij hoe ze willen werken. Vooral de klassieke kantoortuin met flexplekken botst op haar grenzen. Arbeidsmarktexpert Stijn Baert en Befimmo-CEO Jean-Philip Vroninks pleiten voor meer keuze op de werkvloer. “Wie uitsluitend stuurt op het aantal vierkante meters, kan op termijn verliezen op het vlak van mensen en prestaties.”
Een derde van de Belgische werknemers wil helemaal niet meer thuiswerken. 55% werkt vandaag nooit van thuis uit en zes op de tien hebben geen vaste thuiswerkdag meer. Dat blijkt uit de Office Barometer 2026 van Befimmo, uitgevoerd door iVOX bij 1.000 werkenden en 200 studenten.
Van een massale terugkeer naar kantoor wil arbeidsmarktexpert Stijn Baert evenwel niet spreken. Hij ziet vooral een polarisatie. Een groep houdt sterker vast aan thuiswerk, een andere groep kiest nadrukkelijker voor kantoor.
“Er is niet zoiets als de gemiddelde werknemer die massaal meer terug wil naar de werkvloer. Wel zien we een uitbreiding van een minderheidsgroep die echt veel liever naar kantoor komt.”
De flexplek botst op haar grenzen
Wie naar kantoor komt, verwacht er ook goed te kunnen werken. Daar wringt het schoentje. De Office Barometer toont dat amper 12% van de werknemers vandaag in een omgeving werkt die open en afgesloten ruimtes combineert. In zo'n gemengde omgeving zegt 64% zich goed te kunnen concentreren. In een flexdesk-omgeving zakt dat tot 33%.
Voor Stijn raakt die discussie aan meer dan comfort. Flexplekken en landschapskantoren kunnen autonomie, betrokkenheid en competentie onder druk zetten. Werknemers hebben minder controle over hun werkomgeving, ervaren sneller afleiding en kunnen zich moeilijker afzonderen. Ook de mogelijkheid om een werkplek persoonlijk te maken, verdwijnt.
Stijn is daarom kritisch voor organisaties die uitsluitend voor dat model kiezen. “Een besparing op kantoorruimte kan leiden tot een onderbenutting van een veel zwaardere kostenpost, namelijk het menselijk kapitaal. Wie uitsluitend stuurt op het aantal vierkante meters, kan daardoor op termijn verliezen op het vlak van mensen en prestaties.”
De verkeerde meters
Ook Jean-Philip Vroninks, CEO van Befimmo, ziet bedrijven hun kantoorstrategie bijsturen. Alleen betekent dat volgens hem niet dat organisaties opnieuw massaal meer oppervlakte zoeken.
“Wat wij in onze gesprekken zien, is geen terugkeer naar meer vierkante meters, maar een correctie op het soort vierkante meters. Bedrijven hebben tijdens de hybride jaren vooral bureaus geschrapt en die blijken nu weer nodig. Tegelijk is er zelden geïnvesteerd in wat het kantoor onderscheidt van thuis, zoals stilteplekken, belhokjes en goede vergaderruimte.”
Flexibiliteit zelf hoeft volgens Jean-Philip dan ook niet op de schop. De invulling ervan wel. De Office Barometer toont dat slechts 13% van wie alleen een flexplek heeft, iedere dag naar kantoor wil komen. Bij werknemers met een gesloten kantoor is dat 38%. Zijn conclusie: flex werd te vaak ingevoerd als een manier om bureaus te besparen, in plaats van als een werkplekconcept met verschillende soorten ruimtes.
Stijn schuift een gelijkaardige oplossing naar voren: een gemengde, werknemergerichte inrichting met flexplekken, ruimtes voor geconcentreerd werk, mogelijkheden voor telewerk en, waar nodig, traditionele afgesloten kantoren.
Niet elke vergadering verdient een zaal
Ook vergaderen zet de inrichting van het kantoor onder druk. Bijna twee op de drie kantoormedewerkers die vergaderen, vinden minstens de helft van hun vergaderingen nutteloos. Stijn pleit daarom voor meer selectiviteit en ziet ook mogelijkheden in vergadervrije dagdelen.
Dat betekent niet dat fysieke ontmoetingen hun waarde verliezen. Voor een belangrijk gesprek met een klant of externe partner kiest 73% bewust voor een fysieke vergadering. Bij 18- tot 34-jarigen loopt dat op tot 81%. Tegelijk boekt een kwart van de werknemers weleens externe vergaderruimte of weet dat dit binnen de organisatie gebeurt, onder meer omdat intern geen ruimte beschikbaar is.
“Het gesprek dat wij vandaag voeren, gaat zelden over meer of minder vierkante meter”, zegt Jean-Philip. “Het gaat vooral over wat mensen hier daadwerkelijk doen en of de indeling daar nog mee klopt.”
Van vastgoed naar hr-beleid
Daarmee verschuift ook de plaats van het kantoor binnen de organisatie. “Het kantoor is expliciet een hr-argument geworden”, zegt Jean-Philip. Vijf jaar geleden draaiden gesprekken met kandidaat-huurders vooral om oppervlakte, huurprijs en looptijd. Vandaag komen daar gebruiksdata, verschillende soorten werkplekken, dienstverlening, bereikbaarheid en duurzaamheid bij. Locatie en bereikbaarheid worden volgens hem steeds vaker gekoppeld aan retentie.
Een toekomstbestendige werkplek hoeft daarom niet te voorspellen hoe we in 2040 zullen werken. Jean-Philip ziet meer in gebouwen die kunnen veranderen wanneer het werk verandert. “De fout die de sector de afgelopen jaren heeft gemaakt, is een gebouw ontwerpen rond één werkmodel. Wie dat doet, ontwerpt per definitie voor gisteren.”
28K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






