Erin A. Cech Erin A. Cech
Tekst
Jo Cobbaut
Beeld
Erin A. Cech

Het probleem met passie

2 mei 2022
Ik formuleer een kritiek op de postindustriële kapitalistische economie, die van ons verwacht dat we ons niet alleen terugvinden in de producten die ze ons verkoopt, maar nu ook in de productie ervan
Wie werkt vanuit zijn passie, werkt nooit. Toch? Volgens de Amerikaanse professor Erin A. Cech is dat een mythe. Zelfs voor veel sterk gekwalificeerde starters blijkt het nastreven van de job die perfect aansluit bij hun passie, een dood spoor. En niet zelden leidt die zelfs naar een burn-out.

Wie werkt vanuit zijn passie, werkt nooit. Toch? Volgens de Amerikaanse professor Erin A. Cech is dat een mythe. Zelfs voor veel sterk gekwalificeerde starters blijkt het nastreven van de job die perfect aansluit bij hun passie, een dood spoor. En niet zelden leidt die zelfs naar een burn-out.

Erin A. Cech, een assistant professor in de sociologie aan de Universiteit van Michigan, deed onderzoek naar sociale factoren die job- en carrièrekeuzes bepalen. In haar boek The Trouble with Passion analyseert ze hoe een keuze voor een baan die aansluit bij persoonlijke passies, voor slechts weinigen uitmondt in een stabiele en bevredigende carrière.

Vooral wie een arbeidersachtergrond heeft of behoort tot een eerste generatie van hoger opgeleiden, loopt een sterk verhoogd risico om vanuit hun keuze voor hun passie, te blijven steken in slecht betaalde banen en onzekere arbeidsverhoudingen. Erin Cech stelde vast dat nogal wat jongeren, geïnspireerd door het passiediscours, lang blijven aanmodderen in precaire statuten. Jonge volwassenen uit de middenklasse of de hogere klasse houden dat hard werken voor weinig zekerheid of loon een stuk langer vol. Deze gepriviligieerden kunnen een tijdje aanmodderen zonder al te veel zorgen over een zware studielening en wat langer onbetaalde stages doen in de hoop een voet tussen de deur te krijgen in de organisatie van hun dromen. Ze rekenen ondertussen op financiële steun van ouders en op steun van het netwerk van die ouders.

Offers

De uiteindelijke winnaars zijn de werkgevers, zo concludeert Erin Cech uit een experiment. Ze analyseerde hoe potentiële werkgevers reageerden op redenen die sollicitanten opgaven voor hun kandidatuur. Ze bracht met name in kaart hoe kandidaten die ‘passie’ opgaven, in vergelijking met kandidaten die andere redenen naar voor schoven. ‘Gepassioneerde’ sollicitanten kregen effectief de voorkeur. Erin A. Cech stelde ook vast dat een substantieel aantal van die gepassioneerden bereid waren tot offers, zoals salaris, jobzekerheid en vrije tijd. Ze denkt dat de voorkeur van werkgevers voor gepassioneerden veel te maken heeft met de veronderstelling dat die harder zullen werken zonder opslag te verwachten.

De idee dat wie doet wat hij graag doet, nooit hoeft te werken, is wellicht minder relevant voor mensen zonder hogere opleiding of specifieke skills. Maar Erin Cech is daar niet zo zeker van: zelfs werknemers die werk doen waarvoor ze geen passie voelen, worden soms toch verondersteld om te doen alsof. In een steekproef zag Erin Cech aanwijzingen dat werknemers in front desks onder druk staan om te doen alsof ze dat met hart en ziel doen.

Individualisme en zelfrealisatie

Maar waar komt dat passiediscours vandaan? Erin Cech stelde vast dat stabiel werk voor kenniswerkers gedurende de voorbije dertig jaar steeds schaarser werd. In tegenstelling tot hun ouders en grootouders met een hogere opleiding komt deze generatie steeds meer terecht in precaire werkomstandigheden. Zelfs wie goed werk levert, kan niet rekenen op een vaste baan. Tegelijk stellen werkgevers steeds hogere eisen: ze verwachten ook van witteboordwerkers langere uren en meer productiviteit.

Een volgende puzzelstuk is de sterk toegenomen populariteit van idealen als individualisme en zelfexpressie. Erin Cech ziet die drang naar zelfexpressie in elk aspect van ons leven.

Het denken over werk als passie biedt een (schijn)oplossing voor twee soorten druk: de economische druk om steeds harder te werken en de sociaal-culturele druk richting zelfexpressie. Individuen verzoenen zich als het ware met die druk door de idee dat ze hun passie volgen in hun werk en daaraan ontlenen ze een zekere zingeving.

HRmagazine vroeg Erin Cech of er dan geen sprake kan zijn van een win-winsituatie: de werkgever krijgt gemotiveerde werkers die zich ook kunnen uitleven in wat ze graag doen? Erin E. Cech: “Als we proberen werk te vinden dat we heel passionerend vinden, stemmen we een zeer groot stuk van wie we zijn af op ons betaald werk. Dat maakt ons besef van identiteit afhankelijk van een instituut dat daar niet voor bedoeld was. En dat is riskant voor iedereen, niet alleen maar voor wie financieel niet zo veilig zit en geen last heeft van economische inzinkingen.”

Het valt toch niet te ontkennen dat mensen voldoening halen uit hun werk, een deel zelfontwikkelinng en dat ze er sociale contacten leggen? Ook Erin Cech denkt dat het belangrijk is “om plezier te beleven aan je werk, zij het door de collega’s waar je graag mee samenwerkt, of omwille van de missie van de organisatie. Maar proberen je passie te vinden in betaald werk, niet zelden ten koste van andere motieven, zoals jobzekerheid of salaris, of ten koste van vrije tijd om te investeren in zaken die we de moeite vinden, is fundamenteel problematisch. Die intrinsieke motivatie belemmert ons om een breder evenwicht te vinden in het leven en om betekenis en zingeving te vinden buiten ons betaald werk. Vandaar dat ik in het boek wijs op het belang van diversificatie van onze betekenisgevende activiteiten. We mogen niet stoppen met andere zinvolle activiteiten te zoeken in ons leven.

“Het kan al heel wat zijn om werk te doen dat niet meteen samenvalt met je ideale job, zolang je voldoening haalt uit contact met collega’s, of als je gelooft dat de organisatie zinvolle zaken doet. Het kan ook oké zijn werk te doen dat ons financieel onafhankelijk maakt en toch slechts een beperkte impact heeft op ons dagelijks leven, zodat we bijvoorbeeld meer tijd kunnen doorbrengen met onze familie of vrienden, …”

Postindustrieel kapitalisme

Erin Cech pleit dan ook voor een beter sociaal vangnet en voor een remedie tegen de verpletterende druk van de studielening waaronder nogal wat jongeren gebukt gaan in de Verenigde Staten. Dat zou alvast ook het passiezoeken minder riskant maken.

Maar de fundamentele correctie ziet ze breder. Erin Cech pleit ervoor om de kwaliteit van alle werk te verbeteren en om afstompend werk te vermijden. Collectieve oplossingen zoals betere werkuren, betere extralegale voordelen en minder overuren, zouden niet alleen passiezoekers helpen, maar ook werkers in banen met weinig potentieel voor de expressie van individuele passies. “Laten we werk binnen duidelijke perken houden en ruimte overhouden voor zinvolle activiteiten of hobbies buiten de werkuren”, zo suggereert Erin A. Cech.

Als we bijvoorbeeld kunnen vermijden dat mensen het gevoel hebben dat ze dag en nacht beschikbaar moeten zijn, zal dat iedereen helpen, zowel mensen in afstompende banen als mensen in werk dat sterk samenvalt met hun passie. “Ik formuleer inderdaad een fundamentele kritiek op de postindustriële kapitalistische economie, die van ons verwacht dat we ons niet alleen terugvinden in de producten die ze ons verkoopt, maar nu ook in de productie ervan. Dat veronderstelt een té radicale band tussen tewerkstelling en levensdoelen van mensen.”

Erin Cech, die zelf ooit geloofde in de idee van je werk als je passie, denkt ook dat leraars, ouders en opvoeders het idee van werk dat samenvalt met je passie, sterk moeten relativeren en wijzen op gevaren. “Bovendien mag het passiezoeken geen moreel toontje krijgen.”

Het onderzoek

We vroegen Erin E. Cech naar het onderzoek waarop haar boek berust. “Ik interviewde honderd studenten aan Stanford University, University of Houston en Montana State University en een derde van die individuen volgde ik twee tot vijf jaar na hun afstuderen.” Ze deed ook een representatieve bevraging van 1.700 universitair opgeleide werkenden. Bovendien deed ze interviews met 24 carrière-adviseurs in de VS.