ACV: werknemers testen kan niet zomaar

29 mei 2020
Tekst
Jo Cobbaut
ACV: werknemers testen kan niet zomaar

Werknemers testen op Covid-19 kan niet zomaar, stelt het ACV. De christelijke vakbond reageert daarmee op berichten in de media over bedrijven die werknemers grootschalig zouden gaan testen. Op basis van de bestaande wetgeving is dat expliciet verboden, aldus het ACV. Wat wel kan, is een doorverwijzing naar een arbeidsarts.

Dergelijke testen zijn bedoeld om medische informatie in te winnen over de gezondheidstoestand van de werknemers en dat brengt hun privacy sterk in het gedrang, zegt het ACV.

Op basis van de bestaande wetgeving, meer bepaald op basis van de Codex Welzijn op het Werk en de Wet Mahoux, kunnen werkgevers niet zonder meer beslissen om hun werknemers te laten testen op COVID-19 met zogenoemde PCR-testen (via de keel of neus).

In de context van een arbeidsrelatie moet hier zeer omzichtig mee omgesprongen worden. Ervan uitgaan dat werknemers in deze context vrijblijvend kunnen beslissen, en dus testen kunnen weigeren, weerspiegelt de realiteit niet. Het ACV zal hierover volgende week de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk interpelleren.

Doorverwijzing naar arbeidsarts

Wat wel kan, is dat de werkgever een werknemer doorverwijst naar de arbeidsarts. De arbeidsarts beslist autonoom of een gezondheidstoezicht nodig is en bepaalt welke medische handelingen en/of testen aangewezen zijn. In beide gevallen kan het formulier voor gezondheidsbeoordeling enkel vermelden of de werknemer al dan niet geschikt is en eventueel vermelden dat de werknemer op ziekteverlof moet worden gestuurd.

Het ACV ziet geen reden om af te wijken van de algemene verbodsbepaling. De cijfers leren dat slechts enkele procenten van de Belgische bevolking COVID-19 heeft doorgemaakt. Bovendien wordt tot 30 procent van de besmettingen niet opgemerkt via PCR-testen. In die zin is het weinig zinvol dat werkgevers massaal werknemers laten testen op COVID-19, meent het ACV.

Afwijking

De christelijke vakbond vindt het wel legitiem om af te wijken van deze algemene verbodsbepaling wanneer werknemers beroepsmatig vaak in contact komen met groepen die een hoger risico lopen op een ernstig verloop van COVID-19. Het gaat dan om zieke personen, ouderen, … Deze afwijking kan worden gerechtvaardigd vanuit het standpunt van de volksgezondheid. Belangrijk is ook dat zo’n afwijking voorafgaand wordt besproken op het sociaal overleg, en goed omschreven en strikt afgebakend wordt. Wanneer er een vaccin bestaat tegen COVID-19 zou deze uitzondering ook opnieuw geëvalueerd moeten worden.

Bron: ACV