Het kleiner geheel. ‘Voorgoed’ heeft een nieuwe betekenis

30 maart 2021
Tekst
Ralf Caers
Beeld
Ralf Caers
Het kleiner geheel. ‘Voorgoed’ heeft een nieuwe betekenis

In ‘Het Kleiner Geheel’ fileert Ralf Caers de actualiteit en zoekt hij uit wat we van het wereldtoneel moeten onthouden om ons eigen leven en werk beter te maken. Deze week: Alexander De Croo.

Enkele weken geleden schreef ik de column ‘De Vroomheid van de kappers’ voor dit geweldige HR-vakblad. Daarin kaderde ik de belofte van Alexander De Croo in het model van Vroom en waarschuwde ik voor een verlies aan instrumentaliteit als de kappers op 13 februari toch niet open zouden mogen gaan. Met andere woorden, als De Croo in zo’n symbooldossier op zijn woord zou terugkomen, dan zou niemand hem nog geloven bij een nieuwe belofte. Het liep gelukkig goed af, want de kappers gingen open.

Maar vorige week liep het toch nog mis. Onder druk van wederom stijgende cijfers, sloot De Croo opnieuw de kappers. Hij verdedigde die beslissing door te verwijzen naar de goede praktijken van crisismanagement: als de situatie verandert, dan gaan de oude plannen de schuif in en moet je durven bijsturen. Maar hoewel daar waarheid in zit, is zijn toepassing van het concept ietwat dubieus.

Leiders moeten altijd stroeve soepelheid toepassen bij het opvolgen van de targets die ze voor hun ondergeschikten hebben gesteld. Als de situatie danig veranderd is, dan moet men durven bijsturen omdat het geen zin heeft om doelen na te streven waarvan iedereen weet dat ze onhaalbaar geworden zijn. Maar hoe frequenter je bijstuurt, hoe meer het er ook op gaat lijken dat je zelf niet goed weet waar je naartoe gaat en dat je de toekomst niet goed kan voorspellen. In zo’n geval laten de ondergeschikten de leider los en wachten ze tot er weer consistentie in zijn beslissingen zit om zijn doelen opnieuw na te streven.

De Croo ondervindt in deze kwestie zeker de weerslag van de sterk wisselende coronamaatregelen over de voorbije maanden, zowel door de vorige regering als door de zijne. Daardoor lijkt de nieuwe sluiting van de kappers eerder op stuurloosheid dan op een weloverwogen leiderschapsbeslissing. Bovendien mag De Croo de context van zijn belofte niet verdoezelen. De uitspraak dat men de kappers pas zou openen als ze voorgoed open konden blijven, kwam er destijds om tijd te winnen. De ‘voorgoed’ moest goedmaken dat de kappers al niet eerder open mochten. Door de kappers toch nu weer te sluiten, verliezen zij dus niet alleen de omzet voor de komende weken, maar eigenlijk ook omzet uit de voorbije weken die ze hadden verdiend als men toen wel een jojo-beweging had toegelaten. Als de opening toch niet voorgoed was, dan hadden ze vroeger open gekund.

De sluiting van de kappers is dus geen fait divers. Het hypothekeert de relance van onze economie. Internationale bedrijven die op zoek zijn naar nieuwe buitenlandse investeringen, zijn niet gediend met politieke wispelturigheid. Zodra ze investeren zijn ze immers locked-in en moeten ze hopen dat de regering haar afspraken nakomt. Anno 2021 klinken beloftes van de Belgische regering ook voor hen anders en zien we mogelijk nog meer multinationals voor de buurlanden kiezen. Bovendien mogen we ook niet onderschatten wat dit met onze jongeren doet. We hebben soms de illusie dat onze huidige belastingen zorgen voor een spaarpot die later onze pensioenen betaalt. Maar dat is niet zo. Onze pensioenen hangen in grote mate af van de bereidwilligheid van de jongeren om in België te werken en belastingen te betalen. Als die jongeren geloven dat ze zwaarder moeten afdragen dan elders, door besparingen minder krijgen en bovendien onzeker zijn dat ze ooit zelf een pensioen zullen krijgen, dan maken we emigratie zelf aantrekkelijk. De regering kan dan hopen dat onze jongeren het zich herinneren hoe de Belgische staat voor hen gezorgd heeft toen ze jong en onopgeleid waren, maar dat is mogelijk niet genoeg. En beloven dat men hen voorgoed zal soigneren is dat ook niet meer.

Ralf Caers is professor HRM aan de KULeuven, gastprofessor HRM aan de Ehsal Management School en de Universiteit Hasselt en zaakvoerder van de coachingpraktijk Passiemento.