Meer contracten van onbepaalde duur en meer jobmobiliteit

17 november 2021
Tekst
Jo Cobbaut
Beeld
shutterstock
Meer contracten van onbepaalde duur en meer jobmobiliteit

De arbeidsmarkt heeft zich hersteld van de coronacrisis. Dat blijkt onder meer uit de cijfers over het aantal nieuwe arbeidscontracten van onbepaalde duur dat Belgische bedrijven de afgelopen maanden afsloten. Qua aantallen zitten die nu terug op het niveau van voor corona.

Een en ander blijkt uit een analyse door hr-diensteverlener Acerta van data van 260.000 werkende Belgen. In januari-augustus 2021 tekenden zelfs iets meer werkgevers en werknemers een arbeidsovereenkomst dan in dezelfde periode in 2019:+1,7 %. De instroom van werknemers in nieuwe jobs noteert na de zomermaanden zelfs bijna een kwart hoger dan vorig jaar:+23,7 %. Al was 2020 natuurlijk vooral hét coronajaar en toen was aanwerven of van job veranderen geen prioriteit voor werkgevers én werknemers.

Olie

Nele Ronsmans, expert talent ontwikkeling, wijst erop dat het voor onze Belgische ondernemingen nog steeds een enorme uitdaging blijft om geschikte mensen te vinden. “Openstaande vacatures zijn nog geen garantie op contracten van onbepaalde duur. Dat er de eerste acht maanden van dit jaar al een kwart meer arbeidscontracten getekend zijn dan vorig jaar, is dus echt goed nieuws.”

De instroom van werknemers in een nieuwe job heeft zich niet overal op dezelfde manier hersteld. De resultaten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijven na deze zomer nog onder de pre-corona resultaten: -5,9 % in vergelijking met het einde van de zomer van 2019 .

Meer nieuwe arbeidscontracten in kleine kmo’s

In de kleinste ondernemingen is het herstel van de instroom in nieuwe jobs het opmerkelijkst. Dat mag niet verwonderen, want wellicht gaat dat over ‘jonge’ bedrijven die nog hun eerste werknemer moesten aanwerven, een stap die ze logischerwijze niet in het coronajaar hebben gezet, maar wel tijdens het herstel van de economie.

Voor de grote bedrijven blijft de instroom echter nog altijd onder het niveau van 2019 (-31 %) en zelfs onder dat van 2020 (-11 %). Nele Ronsmans vermoedt dat het in grotere organisaties extra uitdagend was om medewerkers betrokken te houden tijdens de lange periode van verplicht thuiswerk. “Het is niet ondenkbaar dat mensen daarom afscheid genomen hebben van hun bedrijf en eerder een toekomst gezocht hebben in een kleinere organisatie. Bovendien hebben medewerkers het voorbije jaar ook echt de tijd gehad om na te denken over hun loopbaan, wat de jobmobiliteit waarschijnlijk ook heeft beïnvloed. Nu we opnieuw (een paar dagen per week) naar kantoor mogen, kunnen organisaties best nadenken over hoe de tijd op de werkvloer zo nuttig mogelijk ingevuld kan worden. Het is belangrijk dat er voldoende ruimte is voor teammeetings en ook voor informele momenten wanneer medewerkers fysiek samen zijn. Die momenten zullen de verbinding met de collega’s onderling, maar ook met de organisatie, verbeteren en dat gaat ten goede van de retentie.”

Onboarding

Nele Ronsmans leidt uit de positieve cijfers af dat bedrijven en sollicitanten zich het afgelopen anderhalf jaar snel hebben aangepast. “Het rekruteringsproces dat voorafging aan de nieuwe contracten van 2021 is nog op de coronamanier gebeurd: vanop afstand en met moeite. Het vertrouwen in de arbeidsmarkt is in ieder geval terug: werknemers durven en willen nieuwe werkuitdagingen aangaan. Nieuwe mensen onboarding in een hybride werkcontext zal de eerstvolgende test zijn. Want de inspanning en de investering die werkgevers en werknemers hebben gedaan om elkaar te vinden, verdient nu ook een passend vervolg. Een vervolg dat rekening houdt met de nieuwe realiteit van meer telewerk en meer autonomie.”