Moet een werkgever zonder bedrijfslocatie in België cao nr. 85 over het telewerk toepassen of niet?

1 juli 2019
Tekst
Manon Denis
Moet een werkgever zonder bedrijfslocatie in België cao nr. 85 over het telewerk toepassen of niet?

Het verschil is miniem, maar toch moet er een onderscheid worden gemaakt: moeten we een persoon die regelmatig thuiswerkt, beschouwen als een thuiswerker of een telewerker? Ter herinnering: voor de twee categorieën geldt een verschillende reglementering en dus zijn de verplichtingen voor de werkgever ook anders. Denk maar aan de verplichtingen bij een arbeidsongeval en de vergoeding van de kosten voor het thuiswerken.

Met het arrest van het arbeidshof van Antwerpen van 2 maart 2016 kunnen we gemakkelijk op deze vraag antwoorden als een werknemer in dienst was van een buitenlandse werkgever die geen bedrijfslocatie heeft die toegankelijk is voor zijn werknemers in België. De les die we konden trekken uit dit arrest, was hoofdzakelijk gebaseerd op de interpretatie door het hof van de definitie van telewerk, zoals die is opgenomen in artikel 2 van cao nr. 85:“een vorm van organisatie en/of uitvoering van het werk waarin, met gebruikmaking van informatietechnologie, in het kader van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden die ook op de bedrijfslocatie van de werkgever zouden kunnen worden uitgevoerd, op regelmatige basis en niet incidenteel buiten die bedrijfslocatie worden uitgevoerd“.

Geen bedrijfslocatie
Volgens het arbeidshof was cao nr. 85 niet van toepassing als een telewerker die thuis prestaties levert, niet kan beslissen om gebruik te maken van de voorzieningen die beschikbaar zijn op de bedrijfslocatie van zijn werkgever omdat deze zich niet in België bevindt. Volgens het hof voldeed deze situatie op zich al namelijk niet aan de voorwaarde die vermeldt dat de werkzaamheden “op de bedrijfslocatie van de werkgever zouden kunnen worden uitgevoerd”.

In overeenstemming met deze jurisprudentie kan een werknemer die thuis werkt voor een buitenlandse onderneming die geen bedrijfslocatie heeft in België, dus alleen worden beschouwd als een thuiswerker volgens de wet van 3 juli 1978 en niet als een telewerker.

In een vonnis van 1 maart 2018 heeft de arbeidsrechtbank van Brussel evenwel deze analyse niet gevolgd. Deze zaak ging over een werkneemster die in België werkte voor een onderneming die in het Verenigd Koninkrijk is gevestigd. Omdat de onderneming geen bedrijfslocatie had in België, was contractueel overeengekomen dat de werkneemster vanuit haar woning in België zou werken.

In het vonnis zag de rechtbank af van de interpretatie van de definitie van telewerker, zoals die vermeld staat in het arrest dat het arbeidshof van Antwerpen twee jaar eerder had uitgesproken.

Mobiele werknemers
Voor de rechtbank was de voorwaarde dat het bij telewerk moet gaan om werkzaamheden die kunnen worden uitgevoerd op de bedrijfslocatie van de werkgever, namelijk alleen maar bedoeld om de aard van de taken van de werknemer te bepalen. Het was met andere woorden de bedoeling om zogenaamde 'mobiele' werknemers (dit wil zeggen handelsvertegenwoordigers) van wie de functie en de bijbehorende taken in elk geval moeten worden uitgevoerd buiten de bedrijfslocatie van de werkgever, uit te sluiten van het toepassingsgebied van cao nr. 85.

In tegenstelling tot het arbeidshof van Antwerpen meent de arbeidsrechtbank van Brussel dus dat de afwezigheid van een bedrijfslocatie in België niet tot gevolg kan hebben dat een buitenlandse werkgever cao nr. 85 niet toepast. Deze argumenten zouden de 'telewerkers' namelijk ten onrechtede bescherming van cao nr. 85 ontzeggen, ten opzichte van werknemers die in identieke omstandigheden werken maar tewerkgesteld zijn door een werkgever met een bedrijfslocatie in België.

De vraag of een buitenlandse werkgever zonder bedrijfslocatie in België cao nr. 85 moet toepassen, blijft tot vandaag onbeantwoord door de jurisprudentie. Elk afzonderlijk geval moet dus uitvoerig worden geanalyseerd.