Papier blijft belangrijk om te studeren

11 februari 2020
Tekst
Jo Cobbaut
Papier blijft belangrijk om te studeren

Slechts 4% van de studenten verkiest om via louter digitale dragers te studeren, 35% opteert voor een combinatie digitaal en papier en 51% werkt nog op papier.

Leermiddelenmaker VAN IN vroeg een driehonderdtal studenten hoger onderwijs hoe ze studeren en of ze daarbij gebruikmaken van papieren of digitale leermiddelen. 51% studeert bij voorkeur op papier. De meest gebruikte leermiddelen zijn het handboek/de cursus en de presentatie van de docent. 

Digital natives verkiezen toch papier

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, hebben de studenten een voorkeur voor papieren dragers bij het studeren (51%). De combinatie papier/digitaal volgt op korte afstand met 45%. Slechts 4% wenst (louter) digitale dragers bij het studeren. 

Op de vraag waarom ze papier verkiezen, antwoordt deze generatie digital natives onder meer dat:

  • ze zich beter kunnen concentreren met een papieren cursus;
  • notities toevoegen of markeren sneller en makkelijker gaat;
  • ze minder worden afgeleid dan met een pc of tablet;
  • en dat schrijven ook helpt om de leerstof te memoriseren.

Studenten die papier en digitaal combineren, vinden dat beide complementair zijn: de papieren cursus bevat alle leerstof, de online presentatie toont welke accenten de docent legde. Samenvattingen maken studenten het liefst op hun pc. 

De studenten toonden zich in deze bevraging heel milieubewust. Informatie die ze maar korte tijd nodig hebben, printen ze niet om milieuredenen.

Cursus/handboek populairst

Welk materiaal gebruiken de studenten bij voorkeur om te studeren?

  • een handboek/cursus: 83%.
  • de presentatie van de docent: 55%.
  • het digitaal materiaal bij het handboek of de cursus: 33%. 

65% koopt de handboeken die op de verplichte materiaallijst staan liefst nieuw, vooral om zeker de laatste versie te hebben, zonder markeringen. 29% gaat voor tweedehands. 

Winfried Mortelmans, CEO van VAN IN, denkt dat hij terecht investeerde in de platformen Bingel (basisonderwijs) en Diddit (secundair onderwijs), maar innovatief zijn wil niet zeggen dat alles digitaal moet zijn. "Wij ontwikkelen wat nodig is om tot leerwinst te komen bij de lerenden, dat is de essentie."