Platformwerkers zijn zelfstandig. Toch?

17 december 2021
Tekst
Angela Broux en Frédérique Gillet
Beeld
shutterstock
Platformwerkers zijn zelfstandig. Toch?

Op 8 december 2021 oordeelde de Brusselse arbeidsrechtbank dat Deliveroo-koeriers als zelfstandigen worden beschouwd. Een dag later, op 9 december, diende de Europese Commissie een ontwerprichtlijn in om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren voor wie via een digitaal platform werkt. Ondertussen was hun statuut al het voorwerp van ruim honderd juridische oordelen en vijftien administratieve besluiten in de Europese Unie.

De platformeconomie evolueert razendsnel en daarmee ook de manier waarop mensen hun werk organiseren. Angela Broux en Frédérique Gillet, beiden advocaten bij DLA Piper UK LLP, stellen ook vast dat wie via zo'n digitaal platform werkt, dat meestal doet als zelfstandige. Maar met dat statuut hebben platformwerkers geen recht op de bescherming die loontrekkende werknemers genieten. In sommige gevallen gaat het zelfs om verborgen schijnzelfstandigheid. Van de 28 miljoen mensen die momenteel binnen de Europese Unie via digitale platformen werken, zijn er 5,5 miljoen van wie het statuut mogelijk fout geclassificeerd is.

Welk statuut hebben platformwerkers dus eigenlijk? Die vraag heeft al tot meer dan honderd juridische oordelen en vijftien administratieve besluiten geleid in de Europese Unie. In de meeste gevallen oordeelde de rechter dat de zelfstandige eigenlijk als werknemer moest worden ingeschreven, terwijl in sommige gevallen het zelfstandigenstatuut van de koerier werd bevestigd. En dan zijn er nog tal van lopende zaken waarin nog geen beslissing is genomen.

De zaak-Deliveroo

Wat besliste de arbeidsrechtbank van Brussel dan precies over de Deliveroo-koeriers op 8 december 2021?

In deze zaak oordeelde de rechtbank dat de koeriers als zelfstandigen moeten worden beschouwd, en dus niet als werknemers. In de transportsector geldt automatisch het vermoeden dat er een arbeidsrelatie bestaat tussen twee partijen. Is dat niet het geval, dan moet dit voor de arbeidsrechtbank worden bewezen. Daarbij wordt rekening gehouden met de volgende elementen:

  • er mag geen mogelijkheid bestaan dat de koeriers worden bestraft (als ze een voorgesteld traject weigeren),
  • ze moeten vrij zijn om hun eigen werk te organiseren (zonder een bepaald traject te volgen) en
  • hun werktijden moeten worden geregistreerd en gerespecteerd.

Zo'n zaak wordt behandeld in hoger beroep.

Wat zegt de ontwerprichtlijn?

Wat staat er in de ontwerprichtlijn die de Europese Commissie op 9 december 2021 heeft ingediend om de arbeidsvoorwaarden voor platformwerkers te verbeteren?

Wel, de richtlijn heeft twee doelen: de arbeidsvoorwaarden voor platformwerkers verbeteren en tegelijkertijd de duurzame groei van digitale platformen in de Europese Unie bevorderen.

Om te garanderen dat platformwerkers de gepaste arbeidsrechten en sociale bescherming genieten, draait het voorstel rond een weerlegbaar vermoeden: dit stelt dat het digitale platform en de platformwerker gebonden zijn door een arbeidsrelatie als het platform 'controle op de uitvoering van het werk' uitoefent. Die controlevoorwaarde wordt als voldaan beschouwd als minstens twee van de voorwaarden in het ontwerp van toepassing zijn:

  • Het platform bepaalt de verloning.
  • Het platform houdt toezicht op het werk of de afwezigheid van de platformwerker.
  • Het platform bepaalt de regels over het voorkomen van de platformwerker en over diens gedrag naar de ontvangers van de geleverde diensten toe.
  • De platformwerker kan taken aanvaarden of weigeren, uitbesteden of door een vervanger laten uitvoeren.
  • De platformwerker mag geen eigen klantenbestand opbouwen of opdrachten uitvoeren voor een ander bedrijf.

Dat vermoeden geldt voor iedereen, inclusief voor socialezekerheidsinstanties. De EU-lidstaten moeten wel in de mogelijkheid voorzien om het tegendeel te bewijzen.

Om te verzekeren dat dit vermoeden effectief is, omvat het ontwerp ook de verplichting om de platformwerkers en hun vertegenwoordigers te informeren, de verplichting om werk aan te geven op het platform (het aantal personen die regelmatig voor het platform werken, hun statuut, hun algemene arbeidsvoorwaarden) en de verplichting om die informatie met de bevoegde autoriteiten te delen (met name de RSZ en de arbeidsinspectie). Er moet ook een systeem worden ingevoerd dat bescherming biedt voor loontrekkende of zelfstandige medewerkers die vinden dat ze ontslagen zijn (of het slachtoffer zijn van een evenwaardige maatregel, zoals deactivering van hun account).

Er moet dus goed worden gelet op het gevolg dat aan deze ontwerprichtlijn wordt gegeven en in tweede instantie ook op de maatregelen die de lidstaten treffen om de richtlijn toe te passen.

Het voorstel sluit niet uit dat platformwerkers als zelfstandige kunnen werken, maar dat is alleen mogelijk (als het vermoeden van toepassing is) als het geldende vermoeden van een arbeidsrelatie wordt ontkracht. Als dit voorstel wordt aangenomen, zal dit er ongetwijfeld toe leiden dat de platformen hun werkwijze zullen herzien.

Meer

De Groen W., Kilhoffer Z., Westhoff L., Postica D. and Shamsfakhr F. (2021). Digital Labour Platforms in the EU: Mapping and Business Models

Commission proposals to improve the working conditions of people working through digital labour platforms