Vrouwen maken minder promotie dan mannen

13 januari 2021
Tekst
Jo Cobbaut
Vrouwen maken minder promotie dan mannen

Hoewel jonge vrouwen beter geschoold zijn dan mannen en succesvoller de overgang naar de arbeidsmarkt maken, krijgen ze minder promotie dan mannen. Ook in het begin van de loopbaan, als er meestal nog geen sprake is van kinderen. Promotie is overigens meestal interne promotie.

Volgens onderzoek van Randstad Research heeft ongeveer één op vier werknemers naar eigen zeggen de voorbije vijf jaar een promotie gemaakt. Dat betekent dat betrokkene een functie krijgt met meer verantwoordelijkheden en een hoger salaris en/of voordelen.

Managers hebben de meeste kans om promotie te hebben gemaakt (60%), bij elementaire beroepen is dat slechts (17%).

Promotiepiek voor 35

Ook tussen hoog- en kortgeschoolden is er een verschil, zij het minder uitgesproken (34 en 22%). Tussen kort- en middengeschoolden is er zelfs geen verschil.

De meeste promotie vindt plaats in de leeftijdsklasse 25-34 jaar (38%), nadien daalt dit naar (29%). Maar ook bij het begin (-25) en, meer verrassend, bij het einde van de loopbaan is promotie geen marginaal gegeven (19 en 17%).

Promotie is duidelijk leeftijds- en anciënniteitsgebonden, maar is zeker niet marginaal in het prille begin en in het loopbaaneinde, zo ziet Jan Denys (woordvoerder en arbeidsmarktdeskundige bij Randstad). Maar de promotiepiek valt duidelijk in de eerste loopbaanhelft. “Na 35 is er reeds een dalende trend merkbaar. Als loopbanen opnieuw langer worden, zouden we kunnen verwachten dat ook die piekleeftijd opschuift.”

Ook jonge vrouwen maken minder promotie

Het is weinig verrassend dat mannen nog steeds meer promotie maken dan vrouwen (33 en 21%). Die kloof is er ook bij hooggeschoolden. Bij kort- en middengeschoolden bedraagt de kloof tussen mannen en vrouwen telkens 11 procentpunten (pp), bij de hooggeschoolden zelfs 14 pp.

Maar de grootste verrassing ziet Jan Denys bij de jonge vrouwen (-25). Ook daar blijft de kloof 11 pp. (resp. 14 en 25 %). Deze kloof verbreedt later nog, vermoedelijk na de komst van kinderen. De kloof op heel jonge leeftijd is opmerkelijk, want vrouwen verlaten de ouderlijke woning op gemiddeld 24 jaar. En ze krijgen een eerste kind op gemiddeld 29 jaar. Jan Denys: “Het is dus niet op het ogenblik dat huishoudelijke taken zich opdringen en meer nog de komst van kinderen, dat vrouwen achterstand oplopen ten opzichte van de mannen. Dit patroon zien we reeds vroeger in de loopbaan.”

Jan Denys oppert een aantal verklaringen.

  • Anticipeert een aantal jonge vrouwen reeds vroeg in de loopbaan op een latere gemengde rol van huishouden en betaald werk?
  • Misschien kiezen vrouwen nog steeds meer voor beroepen in vlakke loopbanen.
  • Het gedrag van de leidinggevende kan een rol spelen.
  • Een oorzaak kan ook zijn dat ze minder investeren in netwerken of in onderhandelingsskills.

Promotie vooral intern

Bij de overgrote meerderheid gebeurde deze promotie intern in het bedrijf (83%). “Dit heeft grote gevolgen voor de ontwikkeling van de loopbaan,” zo analyseert Jan Denys. Veel werknemers die op één of andere manier intern geen openingen zien, moeten eerst op zoek naar een andere organisatie en vanuit deze nieuwe positie alsnog een promotie trachten af te dwingen.