Nieuwe kostenrealiteit voor werkgevers: regionale verschillen in verzuimcijfers 2025

Foto
Katleen Jacobs, Business Manager Explore & Innovate bij SD Worx
Sinds 1 februari 2026 worden organisaties geconfronteerd met een gewijzigde kostenstructuur bij ziekteverzuim. Werkgevers met meer dan 50 werknemers dragen voortaan ook bij aan de kosten van de tweede en derde maand ziekte-uitkering. Uit een recente analyse van SD Worx over het jaar 2025 blijkt dat het absenteïsme sterk varieert per regio.
De cijfers tonen aan dat het middellang verzuim (tussen één maand en één jaar) grote provinciale contrasten vertoont. Terwijl Limburg het hoogste aandeel middellang verzuim van België optekent, scoren Brussel en Vlaams-Brabant op dit vlak het laagst.
"Vanaf 1 februari krijgen werkgevers met 50 werknemers en meer te maken met een extra kost bij ziekteafwezigheden van langer dan één maand, boven op het gewaarborgd loon. Die cijfers verschillen per organisatie en ook naargelang sector en aard van het werk. Organisaties die hun ziekteverzuim in die context analyseren, kunnen gerichter maatregelen nemen, zowel op vlak van re-integratie als preventie”, verduidelijkt Katleen Jacobs van SD Worx bij de cijfers.
Limburg: Hoog verzuimaandeel, maar daling in duur
In Limburg was bijna één op de vijf werknemers (17,64%) in 2025 middellang afwezig. Hoewel dit het hoogste cijfer in België is, stelt SD Worx een dalende trend vast in de duur van de afwezigheden: het aantal ziektedagen per zieke werknemer daalde van 21 naar 19 dagen per jaar.
Opmerkelijk is dat Limburg voor langdurig verzuim (langer dan een jaar) juist het laagste cijfer van Vlaanderen noteert (2,70%). Desondanks bedraagt het totale verlies aan werkdagen in de provincie 12,15%, wat erop wijst dat de zieken die er zijn, langdurig afwezig blijven.
West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant: Kortste verzuimduur
Werknemers in West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant zijn gemiddeld het minst lang kortdurend ziek, met een gemiddelde van 16 dagen.
West-Vlaanderen kent met 8,85% het laagste totale verlies aan werkdagen in België. De provincie kampt echter met het hoogste aandeel werknemers dat langer dan een jaar afwezig is (3,91%). Vlaams-Brabant vertoont eerder een gunstige combinatie van beperkt verzuim en korte afwezigheden, met een totaal verlies aan werkdagen van 9,15%.
Brussel: Koploper in hoogste directe kost
Hoewel Brussel samen met Vlaams-Brabant het laagste aandeel middellang verzuim kent (circa 11%), is de directe kost van kortverzuim er het hoogst. Deze bedraagt 180.700 euro per 100 voltijdse werknemers, tegenover een nationaal gemiddelde van 160.000 euro. Dit verschil is volgens de analyse direct gerelateerd aan het hogere loonniveau in de hoofdstad.
Oost-Vlaanderen: Hoogste incidentie van kortverzuim
In Oost-Vlaanderen valt in 2025 vooral het hoge aandeel werknemers op dat kortdurend afwezig is: 67,28% van de medewerkers was minstens één dag en minder dan een maand ziek, het hoogste cijfer van alle Belgische provincies. Daarnaast was bijna één op de zeven werknemers (13,99%) middellang afwezig. De gemiddelde verzuimduur bleef met 18 dagen stabiel.
De financiële impact van het kortverzuim (het gewaarborgd inkomen) ligt in Oost-Vlaanderen met 161.000 euro per 100 voltijdse werknemers nagenoeg exact op het nationale gemiddelde. Het totale verlies aan werkdagen bedraagt er 11%, waarbij de grootste impact voortkomt uit het langdurig verzuim (3,66%).
Antwerpen: Dalende verzuimduur
De provincie Antwerpen vertoont een relatief gunstig beeld. Hoewel 12,56% van de werknemers middellang ziek was, daalde de gemiddelde verzuimduur van 17 naar 16 dagen. Het aandeel langdurig zieken (langer dan een jaar) bleef met 2,86% stabiel en lager dan het Belgische gemiddelde. Enkel Limburg en Brussel noteren op dit vlak nog lagere cijfers.
Financieel gezien presteert Antwerpen eveneens iets beter dan het gemiddelde: de directe kost voor kortdurend ziekteverzuim bedraagt hier 158.000 euro per 100 medewerkers. Met een totaal verlies aan werkdagen van 9,45% behoort Antwerpen, samen met West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant, tot de best presterende provincies wat betreft de globale verzuimdruk.
Deze kost is niet per verzuimer, maar per werknemer en exclusief patronale bijdragen. Deze kosten hebben enkel betrekking op de niet-gepresteerde werkuren. Indirecte kosten als productiviteits- en kwaliteitsverlies, vervanging zoeken, stijgende werkdruk, mogelijk motivatieverlies bij collega's en ontevredenheid bij klanten zijn nog niet meegerekend.
25K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






