Zal het onze regering lukken om meer mensen aan het werk te krijgen?

Foto
Shana Mertens
De nieuwe maatregelen van de Belgische regering richten zich op het snel activeren van werklozen, maar bieden geen structurele oplossingen. Dr. Sophie Cuinen benadrukt de noodzaak van duurzame werkgelegenheid en het wegnemen van barrières om de niet-werkende bevolking daadwerkelijk te integreren op de arbeidsmarkt.
Hoewel het werkloosheidspercentage in België relatief laag ligt (vier procent), is het aandeel niet-beroepsactieven erg hoog – maar liefst 24% van de bevolking op beroepsleeftijd is niet op zoek naar werk of niet beschikbaar voor werk. De nieuwe regering wil deze cijfers verlagen door strengere activeringsmaatregelen, zoals een beperking van de duur van de werkloosheidsuitkering en een koppeling aan de gewerkte jaren. Verder zou er moeten worden ingezet op flexibilisering, zowel in arbeidsuren als aan de hand van flexi- en studentenjobs. Maar zal die aanpak echt helpen om meer mensen aan het werk te krijgen?
Dr. Sophie Cuinen, Assistant Professor in de arbeids- en organisatiepsychologie aan de Open Universiteit, deelt haar inzichten op basis van haar doctoraatsonderzoek aan KU Leuven naar de niet-werkende bevolking in Vlaanderen.
PRECAIR WERK
De Belgische regering wil de werkloosheidsuitkering beperken in de tijd om zo mensen sneller aan het werk te helpen. Wat vind jij van deze maatregel?
“De maatregel focust eigenlijk enkel op wie reeds op zoek is naar werk – enkel zij krijgen namelijk een werkloosheidsuitkering. De maatregel lijkt op het eerste gezicht logisch, maar de vraag is ook of dat de meest duurzame oplossing is. Hoewel werk financiële zekerheid en sociale integratie zou moeten bieden, wordt te weinig gekeken naar de kwaliteit en stabiliteit van de jobs die mensen aannemen. Veel werkzoekenden belanden in precaire jobs, zoals tijdelijke contracten of platformwerk, waardoor ze na korte tijd opnieuw werkloos worden. Dit creëert een draaideureffect in plaats van een structurele oplossing. Het beleid moet dus niet alleen focussen op méér jobs, maar vooral op bétere jobs die mensen op lange termijn perspectief bieden.”
De werkloosheidsuitkering geleidelijk aan afbouwen, zal dus niet per se werken?
“Nee, inderdaad. Uit onderzoek blijkt dat financiële druk juist een omgekeerd effect kan hebben. Mensen die financieel in de problemen komen, hebben het moeilijker om zich effectief voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Ze kunnen bijvoorbeeld geen aanvullende opleiding volgen, geen degelijke kinderopvang betalen, geen vervoer regelen om op sollicitaties te gaan. Werkzoekenden die in een financieel onzekere situatie belanden, kunnen zo ontmoedigd raken. In plaats van sneller werk te vinden, komen ze in een soort verliesspiraal terecht waarin het net steeds moeilijker wordt om uit de werkloosheid te raken.”
MEN WIL GEWOON NIET WERKEN
Die nieuwe maatregelen lijken te vertrekken van de veronderstelling dat veel mensen niet willen werken. Is dat een juiste veronderstelling?
“Het klopt inderdaad dat de huidige maatregelen focussen op sanctionering, dergelijke maatregelen kunnen stigmatiserend werken: wie niet aan de slag is, doet niet genoeg zijn best, lijkt de achterliggende gedachte te zijn. Nochtans toont ons onderzoek bij zowel werkzoekenden als niet-beroepsactieven dat een aanzienlijke groep wel wil werken en kan werken, maar alsnog de toegang niet vindt tot de arbeidsmarkt.
De ‘onwillenden’ zijn slechts een klein percentage van die grotere groep niet-werkenden. De meeste mensen willen werken, maar vinden de juiste job niet of botsen op andere structurele barrières, zoals een gebrek aan kinderopvang, gezondheidsproblemen, niet de juiste taal spreken of een gebrek aan opleidingskansen.”
DUURZAME TEWERKSTELLING
Moeten we ons er dan bij neerleggen dat er altijd een aanzienlijke groep niet-werkenden zullen zijn?
“Nee, maar we moeten het probleem wel anders benaderen. De oplossing ligt niet in het simpelweg activeren van mensen, maar ook in het wegnemen van die structurele barrières. Als mensen een job vinden die goed bij hen past en waar ze langere tijd kunnen blijven, wordt het aandeel niet-werkenden ook lager. Maar dat vraagt een beleid dat verder kijkt dan enkel ‘zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk aan het werk krijgen’, de zogenaamde no-matter-what-employment.”
Welke andere maatregelen zouden kunnen helpen om jobs duurzamer te maken?
“Een van de belangrijkste dingen is beleidsmatig inzetten op duurzame loopbanen. Werk moet niet alleen productief zijn, maar ook gezond en gelukkig maken. We zien bijvoorbeeld dat veel precaire jobs fysiek zwaar of gevaarlijk zijn. We moeten nadenken over hoe we werknemers in zulke situaties beter kunnen ondersteunen. Een ander voorbeeld is de regulering van platformwerk en daardoor ook de bescherming van werknemers in dit type van werk. Ook daar is nog heel wat werk aan de winkel.”
Ook bij werkgevers liggen er bepaalde kansen: “Er zijn een aantal mooie voorbeelden van bedrijven die actief aan outreaching doen, personen benaderen en op persoonlijk niveau drempels willen wegwerken. Dat kan erg praktisch zijn, door bijvoorbeeld een gsm te betalen of een fiets aan te bieden, maar ook veel verder gaan, door bijvoorbeeld mee op gesprek te gaan naar banken of zorgverstrekkers. Werkgevers die op zoek blijven naar ‘de witte raven’ krijgen het moeilijk om vacatures in te vullen. Wie daarnaast ook aandacht heeft voor andere profielen, kan daar veel bereiken. Dat vraagt wel dat men openstaat voor het aanbieden van extra opleidingen, trainingen of coaching van nieuwe medewerkers.”
HET ECONOMISCHE VERSUS PSYCHOLOGISCHE PERSPECTIEF
“Misschien moeten we onze kijk op werk en werkloosheid ook durven herdenken. We hebben de neiging om alleen economische waarde te tellen: hoeveel iemand verdient, hoeveel belasting hij of zij betaalt. Maar er zijn ook andere manieren om bij te dragen aan de samenleving, zoals zorg voor ouders en kinderen, of vrijwilligerswerk. In Nederland is er bijvoorbeeld veel discussie over deeltijds werkende vrouwen, of zogenoemde ‘deeltijdprinsesjes’. Maar het is niet omdat ze deeltijds werken, dat die vrouwen verwend en lui zijn, eerder integendeel. Ze creëren net heel wat waarde, ook al is die niet (rechtstreeks) economisch te berekenen: de zogenaamde invisible labour. Zo zorgen die vrouwen ervoor dat de kinderopvang en crèches minder belast worden, want ze zorgen grotendeels voor hun eigen kinderen. Ze doen hun eigen huishouden, waardoor er minder nood is aan huishoudhulpen. We kunnen hetzelfde zeggen over mensen met een arbeidshandicap die bepaalde vormen van vrijwilligerswerk doen; ook zij genereren heel wat maatschappelijke en psychologische meerwaarde, maar economisch is die waarde moeilijk te berekenen.
Werkloosheid en niet-beroepsactiviteit zijn dus geen eenvoudige problemen met eenvoudige oplossingen. Het gaat niet alleen om het creëren van méér jobs, maar ook om bétere jobs – werk dat mensen stabiliteit geeft en perspectief biedt. De regering kan de regels rond de werkloosheidsuitkeringen verstrengen, maar zonder een structurele aanpak blijven we op dezelfde problemen botsen.”
25K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






