Automatische loonindexering: sociale bescherming of keurslijf?

Foto
Maarten Gerard, Hoofd van de studiedienst van het ACV, Lars Vande Keybus, Economisch adviseur bij de studiedienst van het ABVV, Ivan Van de Cloot, Econoom Stichting Merito, © James Arthur
België is een van de weinige landen die vasthouden aan een automatische loonindexering. Volgens Ivan Van de Cloot, econoom bij Stichting Merito, heeft dat systeem zijn grenzen bereikt.
De automatische loonindexering is wettelijk verankerd en daardoor politiek zo goed als onaantastbaar. Ook werkgevers hebben het systeem historisch in grote mate aanvaard, zij het in ruil voor een tegenprestatie. Via de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven wordt de Belgische loonkostenontwikkeling continu vergeleken met die van onze buurlanden. Loopt België te ver uit de pas? Dan treden er correctiemechanismen in werking via de wet op de loonnorm uit 1997.
“Dat is het kader waarin we functioneren”, zegt Ivan. “Enerzijds een indexering voor loontrekkenden en anderzijds een loonnorm die bepaalt dat wanneer er echte afwijkingen of overschrijdingen plaatsvinden ten opzichte van de buurlanden, er discussies ontstaan over correctiemechanismen.”
Ontsporing
De economische impact hiervan is niet onschuldig, legt hij uit. “Het zorgt ervoor dat we in bepaalde jaren een enorm snelle loonkostenontwikkeling kennen. Dat is recent nog gebeurd tijdens de grote inflatieontsporing van 2022. Toen de energieprijzen door het dak gingen, werden bij de overheid maar liefst vijf indexeringen doorgevoerd in twaalf maanden tijd. Vijf keer op rij stegen de lonen met twee procent.”
Cumulatief is dat een dure hap. “Als je dit accumuleert sinds het jaar 2000, dan spreken we over een cumulatieve indexering van maar liefst 74%. Dat is problematisch omdat je op deze manier arbeid uit de markt prijst. Arbeidsintensieve bedrijven worden keihard getroffen”, zegt Ivan. “Ze moeten in dat ene jaar een enorme productiviteitsstijging boeken om dat goed te maken.” Voor sommige bedrijven leidde dat onvermijdelijk tot een faillissement.
De echte pijn wordt volgens Ivan pas zichtbaar bij economische schokken van buitenaf. “Wanneer de inflatie wordt aangedreven door externe factoren, zoals de gasprijzen uit Rusland, dan zorgt het automatisch opdrijven van de lonen ervoor dat je snel te duur wordt tegenover andere landen”, stelt hij. “Die concurrentieproblematiek is pijnlijk. België doet het historisch gezien erg slecht in tijden van hogere inflatie, omdat dit systeem onze arbeid dan kapot maakt.”
Rem op het loonbeleid
Bovendien functioneert het systeem volgens de econoom als een keurslijf waardoor ondernemingen zelf weinig marge overhouden. “Doordat de indexering al een groot deel van de loonmassa opsoupeert, blijft er voor extra beloningen nauwelijks ruimte over. Dit belemmert in grote mate de autonomie en de flexibiliteit van bedrijven om hun eigen moderne loonbeleid uit te stippelen.”
In andere landen worden werknemers ook gecompenseerd voor stijgende prijzen, maar daar gebeurt het trager en gefaseerder. “Waar de loonkosten in België tijdens een inflatiestorm om de twee maanden omhoogschieten, wordt de aanpassing in andere landen meer afgevlakt over de jaren heen. Dat maakt het voor bedrijven verteerbaar.” Ten slotte wijst hij op een fundamentele ongelijkheid: zelfstandigen genieten geen automatische bescherming en moeten zelf met hun klanten onderhandelen over tariefaanpassingen.
Zelfs binnen België is de indexering geen uniform gegeven. Bij de overheid geldt vrijwel overal het principe van de spilindex: zodra de prijzen met meer dan twee procent stijgen, volgt automatisch een loonsverhoging. “In de privésector liggen de regels anders, vastgelegd via de paritaire comités. Veel bedienden krijgen een jaarlijkse indexering op een vast moment. Bij arbeiders verloopt de aanpassing vaak sneller, een erfenis van een tijd waarin arbeiders soms per dag of per week werden uitbetaald.”
Enige strohalm
Hoewel Ivan waarschuwt voor een verlies aan concurrentiekracht, ziet de socialistische vakbond dat anders. Lars Vande Keybus, economisch adviseur bij de studiedienst van het ABVV, nuanceert het idee dat België een vreemde eend in de bijt is. “Het idee dat we de laatste der Mohikanen zijn, klopt niet. In Spanje en Italië zijn indexeringsclausules via sectorale akkoorden breed verspreid en ook in Nederland grijpen sectoren na de inflatiecrisis weer naar indexatieformules.” Uit rapporten van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven blijkt dat de Belgische loonkosten sinds 1996 trager zijn gestegen dan in onze buurlanden. “Zeggen dat een indexatie zorgt voor een ontsporing, is niet juist.”
Volgens Lars zorgt de indexering er juist voor dat de binnenlandse koopkracht na een crisis op peil blijft, wat de economische groei stimuleert. “Als wij van politieke partijen, economen of werkgevers horen dat we ons uit de markt prijzen, zeggen wij: integendeel. Die indexatie zorgt voor een basisgarantie. Voor kwetsbare sectoren met minimumlonen is de index vaak de enige strohalm om de koopkracht te behouden.”
Tweesnijdend mes
Dat de indexering een flexibel hr-beleid in de weg staat, trekt Lars in twijfel. “Een echt modern loonbeleid biedt stabiliteit en rust op twee componenten: inflatiecompensatie via de index en het belonen van productiviteit. Die productiviteitsstijgingen blijven nu te vaak onbetaald.”
Ook waarschuwt hij voor de wildgroei aan cafetariaplannen onder de vlag van ‘modern hr’. Omdat deze voordelen fiscaal anders worden behandeld, bouwen werknemers ongemerkt minder sociale rechten en pensioen op. “Het is een mes dat langs twee kanten snijdt. Het klinkt mooi, maar als werknemers achteraf geconfronteerd worden met de uiteindelijke rekening, dan is dat toch een stuk minder aantrekkelijk.”
Koopkrachtgarantie
Voor de christelijke vakbond ACV is de automatische loonindexering een basisvoorwaarde. “Het gaat niet om loonsverhoging, maar om koopkrachtgarantie”, verduidelijkt Maarten Gerard, hoofd van de studiedienst van het ACV. Dat onderscheid is essentieel voor de vakbond: de indexering corrigeert lonen pas als het leven duurder wordt.
Het argument dat andere landen het systeem niet kennen, overtuigt het ACV niet. “Tijdens de coronacrisis behield België de koopkracht net beter, dankzij de automatische indexering. De gevreesde loon-prijsspiraal bleef uit, wat het IMF en de Europese Commissie nadien ook moesten erkennen.”
Geen tegenstelling
Het ACV verwerpt de stelling dat de indexering een modern loonbeleid blokkeert. “Het is een vreemde tegenstelling, want ze horen in andere categorieën thuis. De indexering beschermt de reële loonwaarde voor iedereen, terwijl loonbeleid gaat over waardering en performantie.”
Bovendien is wie alternatieve voordelen verkiest boven de indexering volgens het ACV slechter af. De indexering grijpt in op het brutoloon, wat de basis vormt voor sociale rechten. “Bied je in plaats daarvan ‘koterijen’ aan zonder sociale bijdragen, dan bouw je geen rechten op en daalt de facto de koopkracht van het basisloon.”
Volgens Maarten wringt de schoen bij de loonnormwet, die in 2017 aanzienlijk verstrengd werd. “Daardoor komt alle druk op de indexering te liggen, terwijl die twee losstaan. Als we weer indicatief kijken waar ruimte is voor loonsverhogingen, blijft een eigen loonbeleid perfect mogelijk.” Het probleem is volgens hem niet de indexering, maar het rigide loonmodel dat de onderhandelingsruimte inperkt.
28K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






