Waarom digitale transformatie vandaag vier soorten leiders nodig heeft

Foto
Karlien Vanderheyden, Associate Professor Vlerick Business School
Digitale transformatie wordt vaak voorgesteld als een logisch stappenplan: eerst een visie ontwikkelen, vervolgens een strategie uitwerken en daarna implementeren. Volgens professor Karlien Vanderheyden van Vlerick Business School sluit die klassieke benadering steeds minder aan bij de realiteit van organisaties. Verandering verloopt vandaag niet langer lineair. Nieuwe technologieën, veranderende verwachtingen en een hoog tempo van innovatie vragen om een ander soort leiderschap. Tijdens HRCONGRES stelde Vanderheyden daarom een alternatief voor: het 4V-model, een kader dat leiders helpt om verandering in een complexe en onvoorspelbare omgeving vorm te geven.
Het model vertrekt vanuit twee dimensies. Enerzijds is er het verschil tussen ideeën ontwikkelen en ideeën uitvoeren. Anderzijds bestaat er een spanningsveld tussen exploreren en exploiteren: nieuwe mogelijkheden ontdekken versus bestaande activiteiten optimaliseren. Op het kruispunt van die dimensies ontstaan vier leiderschapsrollen: de Vigilant, de Voyager, de Visionary en de Vested leader. Geen van die rollen staat op zichzelf. Integendeel, succesvolle verandering vraagt dat ze voortdurend naast elkaar bestaan.
De eerste rol is die van de Vigilant leader. Deze leider kijkt voortdurend naar buiten en probeert signalen van verandering vroegtijdig op te vangen. Dat vraagt nieuwsgierigheid, maar ook het vermogen om voorbij de eigen denkpatronen te kijken. Net daar schuilt volgens Vanderheyden een belangrijke uitdaging. Mensen zijn immers gevoelig voor cognitieve biases die hun blik vernauwen. We zoeken vooral informatie die onze bestaande overtuigingen bevestigt, vergelijken nieuwe oplossingen met wat we vandaag kennen en hebben een natuurlijke voorkeur voor de status quo. Daardoor dreigen organisaties kansen te missen of te laat in te spelen op ontwikkelingen zoals artificiële intelligentie.
Nieuwsgierigheid alleen volstaat echter niet. Ideeën moeten ook getest worden in de praktijk. Dat is de rol van de Voyager leader. Deze leider experimenteert, probeert nieuwe technologieën uit en werkt via co-creatie. Volgens Vanderheyden is kwetsbaarheid daarbij geen zwakte, maar een noodzakelijke voorwaarde voor innovatie. Experimenteren betekent immers dat niet alles zal werken. Leiders die fouten durven toegeven, hulp vragen of onzekerheid uitspreken, creëren psychologische veiligheid en maken ruimte voor leren. Daarmee sluit ze aan bij het gedachtegoed van Brené Brown rond daring leadership: leiderschap dat niet vertrekt vanuit controle, maar vanuit moed en menselijkheid.
Die kwetsbaarheid blijkt in de praktijk vaak moeilijk. Veel leiders willen antwoorden bieden en zekerheid uitstralen. Toch ontstaat groei net wanneer mensen uit hun comfortzone stappen. Feedback geven, moeilijke gesprekken voeren of erkennen dat men zelf niet alle antwoorden heeft, zijn volgens Vanderheyden essentiële vaardigheden in een veranderende omgeving.
Waar de Vigilant nieuwe mogelijkheden ontdekt en de Voyager ermee experimenteert, zorgt de Visionary leader ervoor dat verandering betekenis krijgt. Medewerkers engageren zich immers zelden voor een technologie op zich. Ze engageren zich voor een verhaal dat duidelijk maakt waarom verandering nodig is en welke impact die zal hebben. Storytelling is daarom een van de belangrijkste leiderschapsvaardigheden van deze tijd.
Volgens Vanderheyden worden veel veranderverhalen nog te abstract gebracht. Grote begrippen zoals innovatie, digitalisering of transformatie creëren zelden beweging. Mensen hebben nood aan concrete beelden, tastbare voorbeelden en duidelijke boodschappen. Daarom verwijst ze naar het SPICE-model, waarin effectieve communicatie eenvoudig, positief, interessant, concreet en empathisch is. Organisaties die erin slagen verandering op die manier te vertalen naar het dagelijkse werk van medewerkers, vergroten de kans op betrokkenheid aanzienlijk.
Zelfs de beste visie blijft echter theorie wanneer niemand ze realiseert. Daar komt de vierde rol in beeld: de Vested leader. Deze leider zorgt ervoor dat verandering daadwerkelijk wordt ingebed in de organisatie. Dat betekent de juiste mensen samenbrengen, middelen vrijmaken, weerstand begrijpen en omgaan met veranderingsmoeheid. Want hoe noodzakelijk verandering ook is, medewerkers ervaren die niet allemaal op dezelfde manier. Sommigen zijn enthousiast, anderen twijfelen of bieden weerstand.
Vanderheyden benadrukt daarom het belang van een sterke change coalition: een netwerk van formele en informele beïnvloeders die verandering helpen dragen. Daarbij gaat het niet alleen om enthousiaste ambassadeurs. Ook kritische stemmen kunnen een waardevolle rol spelen, omdat ze blinde vlekken zichtbaar maken en de kwaliteit van beslissingen verhogen.
Om die dynamiek te begrijpen verwijst ze naar de bekende metafoor van de rider, de elephant en het path. Succesvolle verandering vraagt volgens die benadering aandacht voor drie elementen tegelijk. De rider heeft nood aan een duidelijke richting en een helder einddoel. De elephant, die staat voor emoties en motivatie, moet stap voor stap in beweging worden gebracht. En het path verwijst naar de omgeving, die zo eenvoudig mogelijk moet worden ingericht om gewenst gedrag te ondersteunen.
De rode draad doorheen het verhaal van Vanderheyden is dat digitale transformatie uiteindelijk minder draait om technologie dan om menselijk gedrag. Organisaties die succesvol willen veranderen, hebben niet één type leider nodig, maar een combinatie van nieuwsgierigheid, experiment, betekenisgeving en implementatiekracht. De uitdaging voor HR bestaat er dan ook niet alleen in om die vaardigheden te ontwikkelen, maar ook om teams samen te stellen waarin alle vier de perspectieven aanwezig zijn. Want in een wereld waarin verandering steeds sneller gaat, blijkt complementair leiderschap belangrijker dan ooit.
25K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






