“De invloed van ouders blijft bijzonder groot: 26% van de actieve Belgen werkt in dezelfde beroepscategorie als een van de ouders, bij twintigers stijgt dat zelfs tot 33%”

Foto
Wim Van der Linden, woordvoerder bij Randstad
Meer dan een kwart van de twintigers heeft zich niet vrij gevoeld in zijn of haar beroepskeuze. Maatschappelijke status, de perceptie van diploma’s en familiale verwachtingen sturen jongeren nog steeds massaal richting theoretische studierichtingen. Dat blijkt uit een grootschalige studie van Randstad bij meer dan 3.000 actieve Belgen. Het onderzoek toont aan dat die keuzes niet alleen een impact hebben op individuele loopbanen, maar ook bijdragen aan een structurele mismatch op de arbeidsmarkt.
Kloof tussen gewenste en werkelijke loopbaan
Een kwart van de Belgische beroepsbevolking werkt vandaag in een functie die niet de eigen voorkeur geniet. Gemiddeld is 20% van de actieve Belgen ontevreden over het huidige beroep en zou 39% meteen een andere richting kiezen als die kans zich opnieuw zou aandienen.
Voor 17% van de respondenten werd de beroepskeuze voornamelijk bepaald door noodzaak, bijvoorbeeld om financiële redenen. Daarnaast geeft negen procent aan een beroep uit te oefenen omdat dit van hen verwacht werd.
De mismatch tussen het huidige en gewenste beroep is bovendien niet gelijk verdeeld. Lager opgeleiden en arbeiders worden er het sterkst mee geconfronteerd. Binnen deze groepen geeft meer dan één op de drie aan niet in het voorkeursberoep werkzaam te zijn.
Passie leidt tot meer tevredenheid
De studie toont een duidelijke link tussen de oorspronkelijke motivatie voor een beroepskeuze en de latere werktevredenheid.
Wie bewust kiest vanuit passie, rapporteert de hoogste tevredenheid. Dat is onder meer het geval in de IT, waar 89% tevreden is over de beroepskeuze. Ook in het onderwijs en de gezondheidszorg liggen de tevredenheidscijfers hoog, met respectievelijk 85% en 83%.
Bij arbeiders en in sectoren zoals schoonmaak en onderhoud spelen andere factoren vaker een rol. Daar worden keuzes vaker gestuurd door toeval, praktische combineerbaarheid of financiële noodzaak. In de schoonmaak en onderhoudssector oefent 67% niet het voorkeursberoep uit. Bijna de helft daarvan, 48%, geeft aan dat financiële noodzaak de belangrijkste reden was.
Familiale invloed blijft groot
Het onderzoek wijst ook op een sterke intergenerationele overdracht op de arbeidsmarkt. Hoewel het algemene opleidingsniveau stijgt, blijft de invloed van het ouderlijke diploma groot.
Van de hoger opgeleiden heeft 57% ouders die eveneens een hoger diploma behaalden. Bij lager opgeleiden bedraagt dat aandeel slechts 18%.
Ook beroepskeuzes blijken vaak binnen de familie te worden doorgegeven. Zo werkt 26% van de actieve Belgen in dezelfde beroepscategorie als een van de ouders. Bij twintigers loopt dat aandeel zelfs op tot 33%.
Daarnaast geeft 27% van de twintigers aan zich niet vrij te hebben gevoeld in de eigen beroepskeuze.
De studie toont bovendien aan dat traditionele genderpatronen nog steeds een belangrijke rol spelen. Mannen spiegelen zich vaker aan de carrière van hun vader, met 63% als resultaat. Bij vrouwen treedt 49% vaker in de voetsporen van de moeder.
Diplomahiërarchie houdt stand
omahiërarchie houdt standVolgens Randstad vormt de maatschappelijke voorkeur voor theoretische opleidingen een belangrijk obstakel voor een gezonde arbeidsmarkt.
Bijna de helft van de Belgen, 49%, beschouwt een hogeschooldiploma als minderwaardig aan een universitair diploma. Daarnaast vindt 43% dat een TSO-diploma kwalitatief lager is dan een ASO-diploma.
Opvallend is dat deze perceptie het sterkst leeft bij jongere generaties. Veel respondenten associëren theoretische opleidingen met meer werkzekerheid en een betere financiële toekomst. Zo gelooft 48% dat theoretische richtingen meer werkzekerheid bieden, terwijl 58% ze koppelt aan een hogere financiële status.
Achterhaalde logica
Volgens Wim Van der Linden, woordvoerder bij Randstad, strookt die overtuiging steeds minder met de realiteit van de arbeidsmarkt.
"Er bestaat in België een breed gedragen consensus dat theoretische beroepen de ‘veilige haven’ vormen, maar die stoelt op een achterhaalde logica. Terwijl we jongeren massaal richting administratieve en cognitieve kantoorbanen pushen, zijn het juist die functies die door de opkomst van AI en automatisering het snelst onder druk komen te staan. De echte, onvervangbare werkzekerheid bevindt zich vandaag in het praktische vakmanschap. Het onderscheid tussen hoofd en handen is niet alleen misleidend, het is economisch blind voor de complexiteit van technische beroepen. We moeten afstappen van de klassieke filter en via skills-based hiring gaan selecteren op feitelijke competenties, reëel vakmanschap en leervermogen. Alleen zo dichten we de skills gap en verhogen we het welzijn van werknemers."
Volgens Randstad is een herwaardering van praktische opleidingen en technische beroepen noodzakelijk om de kloof tussen talent, verwachtingen en arbeidsmarktrealiteit te verkleinen.
25K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






