HRmagazine
27 oktober 2026

Wat Belgen kunnen leren van Singaporezen op de werkvloer en omgekeerd

Foto

Sam Fayoumi, Industry Manager bij Google

​Sam Fayoumi is Industry Manager bij Google en werkt al tien jaar voor het technologiebedrijf. Zijn carrière bracht hem van Europa naar Zuidoost-Azië. Vandaag woont en werkt hij in Singapore, waar hij van dichtbij ziet hoe andere organisaties omgaan met snelheid, hiërarchie, feedback en technologie. Wat kunnen Belgische bedrijven leren van die Aziatische werkcultuur? En waar heeft Europa volgens hem net een streepje voor?

Je hebt in Europa en Singapore gewerkt. Welke verschillen merk je op de werkvloer?

Voor mij is snelheid het grootste verschil. In Europa en de Verenigde Staten wordt veel op voorhand gepland. Toen ik met Europese en Amerikaanse e-commercebedrijven werkte, hadden zij bijvoorbeeld een jaarplan met projecten die één voor één werden uitgevoerd. Dat is een vrij lineaire manier van werken.

In Azië ligt het tempo veel hoger. Ik werk hier bijvoorbeeld met Shopee en Alibaba. Daar wachten mensen minder lang op het perfecte plan en proberen ze sneller dingen uit. Tegen de tijd dat een Europees bedrijf aan zijn eerste project begint, hebben Aziatische bedrijven soms al tien testen uitgevoerd en ontdekt wat wel en niet werkt.

Dat was voor mij een belangrijke learning: het hoeft niet meteen perfect te zijn. Je leert door te doen en past onderweg aan.

Zijn er naast die snelheid nog grote culturele verschillen?

Singapore is hiërarchischer en meer consensusgericht. Dat verschilt bijvoorbeeld sterk van Nederland. Tijdens mijn eerste teammeeting daar was ik nog maar net gestart. Achteraf zei mijn manager dat ik gerust mijn mening had mogen geven. Ik dacht: ik ben hier net, ik héb nog geen mening.

In Singapore wordt ook verwacht dat je iets aangeeft wanneer je het beter weet, maar de manier waarop is belangrijk. Je wilt vermijden dat iemand publiekelijk gezichtsverlies lijdt. Kritiek geef je daarom beter één-op-één dan tijdens een teammeeting.

Tegelijk hoef je je niet volledig aan de lokale cultuur aan te passen. Je Europese achtergrond kan net een sterkte zijn. Omdat Azië meer consensusgericht is, positioneer ik mezelf soms bewust als challenger. Als iedereen dezelfde culturele reflex heeft, kan iemand die kritische vragen stelt net waarde toevoegen.

Wat kan Europa volgens jou nog leren van Singapore?

Het optimisme tegenover nieuwe technologie valt me op. Mensen kijken hier sneller naar wat ermee mogelijk is. Singapore staat bijvoorbeeld heel hoog in het gebruik van Gemini per inwoner. In België kijken we misschien sneller naar wat er allemaal mis kan gaan, terwijl de reflex hier eerder is: hoe kunnen we hiermee aan de slag?

Ook de aandacht voor upskilling vind ik interessant. De overheid werkt samen met Google en andere technologiebedrijven om werknemers nieuwe digitale en AI-skills aan te leren. Ik had vorig jaar bijvoorbeeld een trainee die psychologie had gestudeerd en vanuit de kunstsector een carrière in digital wilde starten. Via een mee door de overheid gefinancierd traineeship kon die persoon een half jaar bij ons ervaring opdoen.

Dat soort omscholing zal volgens mij steeds belangrijker worden. Ik hoop dat we daar in België ook sterker op inzetten.

Hoe snel wordt AI in Zuidoost-Azië geadopteerd?

Heel snel. Veel landen in deze regio hebben de stap van desktop naar mobiel grotendeels overgeslagen en gebruiken hun smartphone als vertrekpunt voor bijna alles. Diezelfde snelheid zie je nu bij AI. Terwijl we in België soms nog discussiëren over de vraag of we die richting wel uit willen, hebben mensen hier de technologie vaak al uitgeprobeerd en zijn ze bezig met de volgende toepassing.

Wat mij vooral enthousiast maakt, is het idee dat AI een persoonlijke assistent in je broekzak wordt. Ik spreek daarbij voor mezelf en niet namens Google, maar dankzij bijvoorbeeld vibe coding kunnen mensen vandaag toepassingen bouwen zonder een groot technologiebedrijf achter zich te hebben.

Dat doet me denken aan de mobiele revolutie. Landen als Vietnam konden dankzij apps en gaming plots een internationale industrie uitbouwen. Flappy Bird is daar een bekend voorbeeld van. Met AI kan dat opnieuw gebeuren. Als iedereen toegang krijgt tot technologie die kan meedenken over een businessplan of zelfs iets kan bouwen, kan de volgende wereldwijde app evengoed uit landelijk Indonesië komen.

Hoe stimuleer je je eigen team om AI te gebruiken?

We hebben ons team verdeeld in drie groepen en op vrijdagmiddag tijd vrijgemaakt om samen een AI-usecase uit te werken. Elke groep koos zelf een probleem dat ze met AI wilde verbeteren. Een groep werkte bijvoorbeeld aan interview- en coachingtools. Na enkele weken organiseerden we een kleine hackathon waarin iedereen zijn oplossing presenteerde.

Ik geloof niet dat je AI simpelweg van bovenaf moet opleggen. Als manager weet je niet altijd welke workflows er het meeste baat bij hebben. Wanneer mensen zelf een probleem kiezen, sluit de oplossing veel beter aan bij hun dagelijkse werk.

Daarnaast gebruiken we tools die ons als salesteam ondersteunen. Zo hebben we een Gemini-assistent die informatie uit meeting notes en klantgegevens kan gebruiken. Voor een gesprek kan ik bijvoorbeeld vragen wat de belangrijkste uitdagingen van een bedrijf zijn op basis van eerdere meetings. In plaats van zelf alle informatie bij elkaar te zoeken, kun je rechtstreeks je vraag stellen.

Wat typeert de werkcultuur in Singapore nog?

Singapore is vrij collectivistisch. Relaties en gemeenschap zijn belangrijk en dat merk je ook op de werkvloer. Mensen willen hun collega's persoonlijk leren kennen. Samen karaoke zingen kan hier perfect een teamactiviteit zijn. Bij Chinese bedrijven speelt die persoonlijke relatie nog sterker: voor je zaken doet, ga je vaak eerst samen eten of iets drinken. Vertrouwen moet worden opgebouwd.

Tegelijk is er een enorme ambitie. Ze spreken hier soms over de kiasu-cultuur: de angst om te verliezen of iets mis te lopen. Het lijkt een beetje op FOMO. Je moet blijven vooruitgaan omdat iemand anders je anders misschien voorbijsteekt.

Dat heeft ook te maken met Singapore zelf. Als klein land is het zich voortdurend bewust van zijn positie en relevantie. Dat creëert veel drive, maar heeft ook een keerzijde: het gevoel dat je nooit echt mag stilstaan.

Is dat iets waarin Europa dan sterker is?

Ja. In Europa hebben we onze work-life balance volgens mij beter voor elkaar. Singapore kan ons iets leren over snelheid, ambitie en de bereidheid om nieuwe technologie te proberen. Maar omgekeerd kunnen we vanuit Europa ook iets meenemen: niet alles hoeft voortdurend sneller.

En wat kunnen Belgen specifiek meenemen naar een internationale context?

Op school werd me vroeger vaak verteld dat Belgen internationaal goed zijn omdat we sterk zijn in compromissen sluiten. Ik weet niet of dat dé verklaring is, maar ik denk wel dat we ons relatief goed kunnen aanpassen en inleven in andere culturen.

Als je ergens aankomt met de houding van ‘zo moet het en niet anders’, wordt het moeilijk. Je moet begrijpen hoe mensen lokaal werken, zonder je eigen achtergrond volledig los te laten. Net die combinatie kan een sterkte zijn: je aanpassen waar nodig, maar ook durven brengen wat vanuit je eigen cultuur waardevol is.

28K

Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.

Trusted partners

Een selectie uit onze Premium Partners.

Rubrieken

Over HRmagazine

Externe links

Volg ons op socials

Published by

Nieuwe Media Groep logo