HRmagazine
23 juni 2026

Het Coffitivity-effect

Foto

Shana Mertens, Assistant Professor in de organisatiepsychologie aan de Open Universiteit. Ze is auteur van de boeken ‘Beste medewerker, hoe gaat het?’, ‘HRM Theory meets Reality’ en ‘Carrière hacks’.

​Ik schrijf deze column op een zaterdagochtend vanuit een koffiebar. Of ‘schreef’, verleden tijd. Wanneer jij hem leest, is er natuurlijk al wat tijd verstreken. Dat interesseert verder natuurlijk niemand, waar ik mijn werk doe. Maar voor mij werkt dat goed. De geluiden en in geroezemoes opgaande stemmen zijn vaak stimulerend voor mijn productiviteit. En voor mijn creativiteit, want hier zo gezeten, met mijn flat white naast mij, vloeide er plots moeiteloos een column uit mijn pen. Hoe werkt dat?

Onderzoek toont dat een matige achtergrondruis onze creativiteit en prestaties stimuleert. Het gaat om het typische geluid van een koffiebar, wat ik onmiddellijk associeer met gezelligheid. Men noemt dat het Coffitivity‑effect: lichte ruis blijkt ons net genoeg af te leiden om abstracter te denken. Niet te veel geluid, maar ook niet te weinig. Een cognitieve sweet spot. Zeventig decibels zou optimaal zijn. Er bestaat zelfs een app - Coffitivity - waarmee je het omgevingsgeluid van je favoriete koffiebar kan simuleren. Niets is vandaag te gek.

Maar misschien is er wel meer aan de hand. Misschien is het niet het achtergrondgeluid, maar ook de verandering van omgeving die me deugd doet? Uit omgevingspsychologie weten we ondertussen dat een verandering van locatie onze mentale patronen doorbreekt. Een andere plek, een andere stoel, een andere lichtinval: het reset onze aandacht en kan ons weer even wat scherper maken. Het is dus niet zo raar dat ik af en toe aan mijn thuiskantoor moet ontsnappen, hoe leuk die ook is ingericht. Mijn brein houdt van variatie, maar onze werkplekken zijn toch vaak gebouwd op uniformiteit.

Tegelijk besef ik ook dat dit niet voor iedereen werkt. Niet elke job leent zich tot werken vanuit een koffiebar. Dat ik dat wél kan, is een absoluut privilege. En dat mijn brein oplicht bij geroezemoes - misschien omdat het net een beetje anders werkt dan dat van jou - is dat eigenlijk ook. Alles is afhankelijk van hoe je brein functioneert. Dat is meteen ook de reden waarom landschapsbureaus zo’n dubbel gevoel oproepen: voor sommige mensen werken ze prima, maar voor een ander voelen ze als een cognitieve gevangenis. Neurodiversiteit speelt daarin een rol, maar ook los van dergelijke labels verschillen werknemers sterk in hoe ze aandacht vasthouden of afleiding filteren.

Daarom is autonomie zo’n belangrijke factor in hoe we werken. Niet enkel als de ‘A’ uit het befaamde ABC van werkmotivatie, maar ook als erkenning dat mensen het best functioneren wanneer ze enige controle hebben over hun omgeving. Waar ze zitten. Hoe ze hun dag indelen. Wanneer ze even ontsnappen aan de drukte. En door al die inzichten over hoe uniek ieder brein werkt, komen we bij een vraag die hr zich misschien vaker mag stellen: hoeveel ruimte geven we mensen om te werken op een manier die past bij wie ze zijn? Hoe ver durven we daarin gaan, terwijl we telewerk, werktijden en kantoorinrichting tegelijk ook proberen te uniformiseren? Wordt productiviteit dan ineens een kwestie van context, in plaats van discipline? “Of zijn we daar nog niet klaar voor?”, denk ik, terwijl ik mijn volgende flat white bestel.

Gastauteur Shana Mertens, Assistant Professor in de organisatiepsychologie aan de Open Universiteit. Ze is auteur van de boeken ‘Beste medewerker, hoe gaat het?’, ‘HRM Theory meets Reality’ en ‘Carrière hacks’.

25K

Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.

Rubrieken

Over HRmagazine

Externe links

Volg ons op socials

Published by

Nieuwe Media Groep logo