HRmagazine
12 januari 2026
Zoeken
Nieuwsbrief
Word member

​Loon: Willekeur of transparantie?

Je mag in België naar alles vragen. Hoeveel heeft je auto gekost? Hoeveel kostte dat etentje je? Hoeveel heb je betaald voor je vakantie naar Spanje en zelfs hoeveel winst of verlies heb je al gemaakt met je Bitcoins en cryptohandel. Iedereen zal trots, pocherig antwoord geven.

Er is maar één heilig huisje, en dat is salaris. Waarom willen we het daar niet over hebben? Het maakt het leven nochtans een pak eenvoudiger. Maar misschien is dat dan ook weer het probleem. Ik heb er totaal geen moeite mee om bijvoorbeeld tegen een vriend te zeggen als we op restaurant gaan ‘Jij betaalt, want je verdient waarschijnlijk een pak meer dan ik, afgaande op je auto, je pak, je schoenen en het huis waarin je woont!’ Meestal glimlacht die andere dan en betaalt grootmoedig ons geschrans. Nu ik eraan denk, ik word steeds minder uitgenodigd voor etentjes, zou dat daaraan kunnen liggen?

Het is overigens ook een totaal verkeerd uitgangspunt. Ons mama zegt altijd ‘Ge moet een ander zijn rekening niet maken, en niet proberen te maken!’ Sommige mensen vinden de uiterlijkheden nu eenmaal belangrijker dan anderen. Het is geen solide basis om inkomen op in te schatten. Toen ik als jong consultant werkte voor een groot Amerikaans bedrijf, reden wij allemaal in min of meer dezelfde auto’s, en was er geen enkele reden om aan te nemen dat er grote salarisverschillen waren. We hadden allemaal een universitair diploma en we zaten in dezelfde leeftijdscategorie. Toch droeg de ene een das van vijf euro en de andere een zijden ‘cravate’ van Hermès en schoenen van Church’s.

Mijn baas herhaalde altijd dezelfde twee mantra’s. Enerzijds vond hij dat mensen met een bepaalde goede opvoeding zo min mogelijk over geld dienden te praten. Allicht om onheil te vermijden. Daarnaast was hij er vast van overtuigd dat als je met elkaar over loon begint, dan zal er altijd één van de twee ongelukkig het gesprek verlaten. Meestal degene die doorheeft dat hij minder verdient, zonder aanwijsbare reden. Dat geeft aan dat er wel degelijk verschillen bestaan. En dat je ’t aan je onderhandeltalent te danken hebt of jouw salaris boven het gemiddelde uitsteekt.

Er valt iets voor te zeggen, maar het is een tweesnijdend zwaard. Onderhandelen om het onderste uit de kan te halen, zorgt er ook voor dat je extra in de gaten gehouden wordt. Doe je wel wat je moet doen om dat salaris te verdienen? Als dat niet zo is, dan staat de deur voor ontslag vrij snel op een kiertje.

Ik heb altijd – en wellicht nogal dommig – geloofd in de wijsheid van mijn loonheren. Zij konden bepalen wat ik waard was voor de organisatie. Een te grote spreiding zorgt vroeg of laat toch voor deining, dacht ik. En als het te weinig was, ging ik niet op het aanbod in. Ik ‘marchandeerde’ nooit. Toetsing aan de markt door al eens van job te veranderen gaf mij gelijk, ik werd nooit scheef bekeken, noch in het positieve, noch in het negatieve.

En dan was er die ene keer, in dat ene bedrijf, waarbij een collega, die (beduidend) minder competent was, zich extreem goed had verkocht. Dat bleek uit het loonbriefje op de kopieermachine.

Ja, ik heb het gelezen, en ja ik was diep ongelukkig. Mijn naïeve vertrouwen in een sympathieke baas en het samen opbouwen van iets, kreeg daar een serieuze knauw. De ‘chantagegesprekken’ die ik vervolgens voerde hebben opgeleverd wat ik wilde, maar mijn vertrouwen in dat bedrijf en die leiding was zo groot dat ik een jaar later toch opstapte.

Je krijgt willekeur niet uitgelegd. Loonstaffels, bonussen, anciënniteit en ervaring wel. Dan komt die transparantie vanzelf.

Gastauteur Guido Everaert, Docent KdG, Cross Media Management & International Business.

25K

Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.

Rubrieken

Over HRmagazine

Externe links

Volg ons op socials

Published by