Quota: als niemand het ziet, dan telt het niet

Kun je iets zinnigs zeggen over quota? Moeten er meer vrouwen in bestuursraden zitten, meer mensen van kleur op elk niveau, meer moslims en moslima’s in managementfuncties? Het zijn maar een paar van de evidente vragen als we het hebben over inclusie en diversiteit.
Ik ben me nooit echt bewust geweest van wat men ‘white privilege’ noemt. Oude witte heteromannen, cis en nog wat: dat ging nooit over mij. Voor mij waren veel dingen vanzelfsprekend. Ik wil er eerlijkheidshalve aan toevoegen dat ik een geweldig ‘egalitaire’ opvoeding heb gehad. In onze familie is er geen Everaert die niet kan koken, strijken, wassen en poetsen als een halfgod. We deden daar niet moeilijk over en wilden vooral altijd lekker eten.
Het gevolg daarvan is dat je blind wordt voor plekken waar het níét zo is. Mijn broers en ik kunnen ons niet voorstellen dat er kerels zijn die geen ei kunnen bakken of wasgoed om zeep helpen. Onze mama ging werken en onze papa deed meer dan zijn deel in het huishouden, zonder klagen. Daar groei je dan in op. In Brussel speelden we op straat met de zoontjes van de groenteboer én met onze Turkse buurkinderen. Voor mijn ouders was dat niets om bij stil te staan. En dan denk je al snel dat het overal zo is.
Logisch gevolg: je raakt overtuigd dat remediëring niet nodig is. Dat het overal zo kán gaan. Dat die discussies achter ons liggen: strijd gestreden, racisme weg, ongelijkheid tussen vrouwen en mannen opgelost. Dan wordt je stelregel heel eenvoudig: de job moet gedaan worden door wie er het meest geschikt voor is. Als dat een man is, prima. Als het een vrouw is, even goed.
Te simpel, zo blijkt. Hoe ik dat heb geleerd? Door ouder te worden. Niet noodzakelijk wijzer, al zou ik dat graag willen. En door iets als ageism te ervaren: de subtiele maar duidelijke boodschap dat je er niet meer bij hoort, dat je passé bent, dat er plaats moet worden gemaakt voor jonger (en daarom niet per se beter) volk. Het is een onaangenaam gevoel, zeker als je wilt blijven geloven in een wereld waar dat soort verschillen niet zou mogen tellen.
Daar komen dan de gesprekken met mijn studenten bij. Jonge mensen die aan het begin van hun carrière staan, bereid om hard te werken, en toch vaststellen dat de ingang tot de arbeidsmarkt voor hen niet vanzelfsprekend is - en dat dat zo zal blijven. Zeker niet als ze Chaima, Adil, Fouad, Aramatou of Kadija heten.
Het is hemeltergend om te zien hoe topstudenten moeite hebben om zelfs maar een stageplaats te krijgen, omdat de bange blanke man (dank u, Willem Vermandere) liever een Jonas of Ilse in zijn bedrijf heeft.
Op zo’n momenten hoor ik een goeie vriendin in mijn achterhoofd, met haar eenvoudige wijsheid: “Het is belangrijk omdat het zichtbaar wordt.” Dingen zichtbaar maken: mogelijkheden, maar ook ongelijkheid. Hoop begint bij intentie.
Niet met een ‘token’-beleid en symbooldossiers, maar met de bereidheid om een echte afspiegeling van de samenleving te zijn. Mensen doelbewust kansen geven, omdat ze die anders niet krijgen. Kijk rond en vraag je af in welke organisatie je werkt en groeit. Quota kunnen helpen om dat tastbaar te maken, zelfs als ze niet volledig worden gehaald. De intentie is er dan tenminste, en de bewustwording om eraan te werken.
Maar ik kan het natuurlijk mis hebben.
Column Guido Everaert, Docent KdG, Cross Media Management & International Business
25K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.







