Kwalificatie van de arbeidsrelatie: eenvoudig te bepalen?

1 juli 2020
Tekst
Gastauteur
Kwalificatie van de arbeidsrelatie: eenvoudig te bepalen?

In België hebben personen de mogelijkheid om een beroepsactiviteit uit te voeren in het kader van een overeenkomst of in een (ambtenaren)statuut. Als ze wordt uitgeoefend in de vorm van een overeenkomst, kan dit gebeuren door middel van (i) een arbeidsovereenkomst waarbij een werknemer zich verbindt om tegen loon arbeid te verrichten onder het gezag van een werkgever, of (ii) een aannemingsovereenkomst, waarbij een aannemer zich verbindt tegenover een opdrachtgever om een bepaald werk uit te voeren tegen een bepaalde prijs.

Het onderscheidende criterium tussen beide overeenkomsten is het feit dat er in het kader van een arbeidsovereenkomst een gezagsverhouding bestaat tussen de werkgever en werknemer. Een schijnzelfstandige is een werknemer die het sociaal statuut van zelfstandige aanneemt, terwijl hij of zij in werkelijkheid het werk uitoefent onder het gezag van een werkgever.

Aannemers of schijnzelfstandigen?
In het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 23 januari 2020 wordt de kwalificatie van 4 Bulgaarse onderdanen behandeld die voor een Belgische bouwonderneming werken. Bij een werfcontrole door de sociale inspectiediensten gaven de 4 betrokken personen aan dat zij als zelfstandige aannemer aan het werken waren. Er werd in ieder geval vastgesteld dat deze personen niet over de nodige documenten beschikten om als werknemer tewerkgesteld te worden. Er diende dus te worden nagegaan of deze personen aannemers of eerder schijnzelfstandigen waren.

Binnen de bouwsector geldt een weerlegbaar vermoeden dat een arbeidsrelatie wordt uitgevoerd in het kader van een arbeidsovereenkomst indien aan meer dan de helft van een aantal specifieke criteria wordt voldaan. Het Hof van Beroep te Antwerpen stelt vast dat er aan de meerderheid van de criteria wordt voldaan, wat door de 4 betrokken personen niet wordt betwist. Hierdoor zouden de betrokken personen in principe als werknemer gekwalificeerd moeten worden.

Het Hof van Beroep te Antwerpen stelt echter vast dat de partijen de arbeidsrelatie zelf als een aannemingsovereenkomst hebben gekwalificeerd en dit omdat de betrokken personen verklaard hebben dat zij als zelfstandige wilden werken (om zo meer uren te kunnen werken en geld te verdienen). Het Hof van Beroep stelt verder vast dat er vrijheid van organisatie van de werktijd was nu de werkuren niet eenzijdig werden vastgelegd door de opdrachtgever. Daarenboven moesten de personen geen toestemming vragen voor eventuele afwezigheden, maar mochten zij dit gewoon melden. De planning van het werk werd in onderling overleg tussen de betrokken personen en de opdrachtgever bepaald. Volgens het Hof van Beroep is er eveneens geen sprake van een hiërarchische controle door de opdrachtgever aangezien de controle van het werk door de opdrachtgever zich enkel beperkte tot een loutere controle van de kwaliteit van het werk.

Op basis van de voorgaande elementen beslist het Hof van Beroep te Antwerpen dat de 4 betrokken personen wel degelijk op basis van een aannemingsovereenkomst diensten hebben geleverd en dat zij niet als werknemers kunnen beschouwd worden.

Om te bepalen of een arbeidsrelatie als een aannemingsovereenkomst dan wel arbeidsovereenkomst gekwalificeerd moet worden, moet er rekening worden gehouden met een aantal criteria. Voor bepaalde sectoren, waaronder de bouwsector, bestaat er een weerlegbaar vermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Het is dus van belang om voor de start van de arbeidsrelatie tussen partijen grondig na te gaan welke kwalificatie er aan de arbeidsrelatie moet worden gegeven, rekening houdend met deze criteria, om een situatie van schijnzelfstandigheid te vermijden.

Jascha Kolesnyk
Advocaat DLA Piper UK LLP