Leren van ijsberen

18 januari 2022
Tekst
Isabel De Clercq
Beeld
Isabel De Clercq
Leren van ijsberen

Ik ben een ijsberin. Fier lid van de Deurnese IJsberenclub. Drie maal per week zwem ik in de ecologische zwemvijver in het Boekenbergpark in ijskoud water. Helaas is Petra De Sutter geen lid van de club. Doorstaat haar omzendbrief over het recht op deconnectie de ijsbeertoets?

Wat doorwinterde ijsberen typeert, is dat ze geen geluid maken wanneer ze in het water glijden. ‘Gij Zult Geen Misbaar maken’ lijkt een ongeschreven regel. Gillen is energieverspilling, energie die je beter inzet voor het controleren van je ademhaling. Bovendien dragen de clubleden zorg voor elkaar. ‘Blijf niet te lang in het water.’ Het is een raad die ik al verschillende keren kreeg van de andere ijsberen en de redders. Voorkomen is beter dan genezen. Ook de omkadering is sterk: een veilige en goed onderhouden infrastructuur, gegarandeerd door de Stad Antwerpen.

Wat me verbaast is dat deze eenvoudige maatregelen die ervoor zorgen dat mensen jarenlang lid blijven van de club, niet méér worden toegepast in het bedrijfsleven. In organisaties wordt de regel van het duurzaam inzetten van energie dagelijks met de voeten getreden. We verspillen tijd in meetings en mails in plaats van die in te zetten voor waardecreatie voor klanten. En zorg dragen voor onszelf, dat zit er ook niet altijd in. De uren vrijgekomen door minder pendeltijd, gebruiken we niet om te bewegen. Schermtijd is enkel toegenomen.

Bieden initiatieven zoals de omzendbrief van Petra De Sutter dan soelaas? Is het recht op deconnectie zoals omschreven in haar tekst een opstap naar duurzaam werk? En welke actoren spelen hierbij een rol?

In mijn zoektocht naar antwoorden stootte ik op het gedachtegoed van professoren Deci & Ryan. In de jaren ‘70 ontwikkelden zij de zelfdeterminatietheorie (ZDT). ZDT is een verzameling van zes mini-theorieën waaronder die van de autonome motivatie. Mensen floreren wanneer ze plezier vinden in hun taken (intrinsieke motivatie) of wanneer ze die activiteiten betekenisvol vinden (geïnternaliseerde extrinsieke motivatie).

Ik ben wel fan van dat stuk van ZDT. Als we Deci & Ryan mogen geloven is autonome motivatie een duurzame bron van energie. Duurzame inzetbaarheid veronderstelt dan wel dat medewerkers bewust zijn van wat hen drijft. Organisaties die ZDT genegen zijn, zetten in op het stimuleren van introspectie. Zelfkennis als belangrijke stap naar duurzame inzetbaarheid.

Niet meteen iets dat ik terugvind in de omzendbrief van Petra De Sutter. Betutteling en het stimuleren van introspectie staan eerder haaks op elkaar.

Andere elementen die bijdragen tot duurzame inzetbaarheid vinden we in het model van Karasek. Deze Amerikaanse socioloog stelt dat de werkbaarbaarheid van jobs bepaald wordt door twee parameters: Job Demands (werkdruk en taakeisen) en Job Control (taakvariatie en regelmogelijkheden). Karasek stelt daarbij dat regelmogelijkheden een bufferend effect hebben: mensen kunnen hoge werkdruk aan zolang ze genoeg autonomie hebben. Recent onderzoek van de SERV [1] nuanceert deze stelling. Jobs met hoge Job Demands en een hoge Job Control scoren niet zo goed op psychologische vermoeidheid, ziekteverzuimpatroon en verloopintentie. Kortom: werkdruk en prestatiedoelstellingen moeten haalbaar blijven.

Het model van Karasek en de inzichten van de SERV maken duidelijk dat ook leidinggevenden en organisaties een rol spelen wanneer we mensen langer gezond aan de slag willen houden. Is er genoeg taakvariatie? Blijft de belasting haalbaar? Laat de organisatie regelmogelijkheden toe? Interessante vragen die dieper gaan dan de nood aan deconnectie.

Een derde element dat we kunnen meenemen in de reflectie over duurzaamheid zit in een advies gegeven in 2020 door de (Nederlandse) Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid [2]. ‘Goed werk betekent grip op geld, grip op werk, grip op leven’. De tekst leest al een echo van ZDT en van het model van Karasek, maar de auteurs vullen verder aan: goed werk veronderstelt ook fairness, zekerheid van inkomen, het kunnen terugvallen op de sociale zekerheid in moeilijke omstandigheden en een kwalitatief hoogstaande kinderopvang.

Kortom: beleidsmakers, organisaties, leidinggevenden en ook het individu zelf spelen allemaal een rol in het creëren van duurzame inzetbaarheid. Een veilige omkadering, regelmogelijkheden, fairness, haalbare belasting, preventie, maar ook zelf-discipline, introspectie en het niet verspillen van kostbare energie, het zit er allemaal in.

Bij de Ijsberenclub van Deurne passen ze vele van die elementen toe met een natuurlijke flair. Ik nodig Petra De Sutter graag uit voor een verfrissende duik, daar in de ecologische zwemvijver in het Boekenbergpark bij ons in Deurne.

(1) Ria Bourdeaud’Hui e.a. Meer regelmogelijkheden als oplossing voor hoge werkdruk?, SERV

(2) Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht. - Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid