Jobtransitie stijgt, vooral bij jongeren

Foto
Vicky Tran (Pexels)
Het aantal werkenden dat aan het werk blijft, maar wel van baan verandert, stijgt. Tussen 2017 en 2018 bleek maar 5,3% van de werkenden een jaar later van job veranderd, nu is dat 8,2%. Vooral jongeren veranderen van baan.
Het aantal werkenden dat aan het werk blijft, maar wel van baan verandert, stijgt. Tussen 2017 en 2018 bedroeg de jobtransitie 5,3%, nu is dat 8,2%. Vooral jongeren veranderen van baan.
StatBel stelt vast vast dat het aandeel mensen dat van job verandert stijgt. Tussen 2017 en 2018 veranderde 5,3% van de 15-64-jarigen die aan het werk waren, van job. Maar tussen 2021 en 2022 was dit al 8,2%.
Dit gaat over 375.000 mensen, wat ongeveer evenveel is als het aantal werklozen en inactieven dat aan de slag ging. Deze verandering wordt niet alleen gedreven door loontrekkenden met een tijdelijke job. StatBel ziet de trend ook bij de loontrekkenden met een vast contract.
Profiel
Leeftijd is een belangrijke factor bij jobtransitie. Hoeveel werknemers veranderden tussen 2021 en 2022 van job per leeftijdsgroep?
- 15-24-jarigen: meer dan 25%.
- 25-34-jarigen: meer dan 13%
- 35-44-jarigen: 7,4%.
- 55- tot 64-jarigen: 2,1%.
Veranderen van job neemt ook in alle groepen in gelijke mate toe tussen 2017 en 2022. Naar geslacht zien we geen verschillen.
Op het vlak van regio zien we het afgelopen jaar duidelijk meer jobtransities bij inwoners in het Vlaams (9,0%) dan in respectievelijk het Waals (7,0%) en het Brussel Hoofdstedelijk Gewest (6,9%).
Naar opleidingsniveau zien we tussen 2021 en 2022 meer verschillen dan de vorige jaren: voor de coronacrisis veranderden laagopgeleiden (met vaak tijdelijke contracten) iets vaker van job. Nu zien we dat midden- en hogeropgeleiden vaker van job veranderen dan laagopgeleiden.
Deeltijds loontrekkenden (9,2%) zijn iets meer geneigd om van job te veranderen dan voltijds werkenden (7,9%), maar recent lijken die verschillen niet op te lopen.
Vergelijking tussen sectoren
Sectoren met het hoogste aantal gemiddelde jobtransities ten opzichte van het totale aantal werkenden in de sector, voor 2017-2022:
- de horeca: 1,7%
- de cultuursector: 10,3%
- de ICT-sector: 9,5%
Mensen veranderden het minst van job in
- openbare besturen: 2,9%
- onderwijs: 5,0%
- Financiële activiteiten en verzekeringen: 5,2%
- Vervoer en opslag: 5,5%
Ruim een op de twee blijft in dezelfde sector
Tussen 2017 en 2018 bleef 45,4% van de werkenden die van job veranderden, in dezelfde sector. Dit percentage is in 2019-2020 iets gedaald tot 42,3% en steeg in 2021-2022 tot 50,8%. Dus meer dan de helft van de werkenden die het afgelopen jaar van job veranderde, blijft in dezelfde sector werken: dit kan in hetzelfde bedrijf of een andere organisatie zijn.
De sectoren met de meeste jobtransities binnen de sector zijn
- menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening
- onderwijs
- bouwnijverheid
De sectoren met de meeste jobtransities naar een andere sector, zijn
- overige diensten
- administratieve en ondersteunende diensten
- kunst, amusement en recreatie.
De jobtransities tussen sectoren worden ook duidelijk beïnvloed door de beroepen die in die sector werken: een bouwvakker of verpleegster kan moeilijker van sector veranderen dan een administratief profiel.
Bron: Statbel
25K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






