Mobiliteitsbudget wordt verplicht vanaf 2027 wat betekent dit voor werkgevers

Vanaf 1 januari 2027 wordt het mobiliteitsbudget verplicht voor een brede groep werkgevers. De maatregel maakt deel uit van een bredere hervorming van het mobiliteits- en loonbeleid en heeft aanzienlijke gevolgen voor ondernemingen met bedrijfswagens.
Volgens Thea Debbaut, Manager Social Legal bij Vandelanotte, vraagt deze evolutie om een proactieve aanpak. “Werkgevers doen er goed aan om zich nu al voor te bereiden en inzicht te krijgen in de impact en mogelijke keuzes.”
Evolutie naar structureel looninstrument
Het mobiliteitsbudget stelt werknemers met een bedrijfswagen in staat om dat budget op een flexibelere en duurzamere manier in te zetten. Het systeem bestaat uit drie pijlers: een milieuvriendelijkere bedrijfswagen, duurzame vervoersoplossingen zoals fiets of openbaar vervoer in combinatie met huisvestingskosten, en de eventuele uitbetaling van een resterend saldo.
Met de geplande verplichting evolueert het mobiliteitsbudget van een optioneel instrument naar een structureel onderdeel van het loonbeleid. “Het mobiliteitsbudget evolueert van een vrijwillige keuze naar een structureel onderdeel van het loonbeleid,” stelt Debbaut. “Werkgevers die vandaag al een wagenbeleid hebben, doen er goed aan om dit tijdig te herbekijken.”
Toepassingsgebied en timing
Hoewel de definitieve wetgeving nog niet is vastgelegd, wordt verwacht dat de verplichting vanaf 2027 zal gelden voor ondernemingen met meer dan vijftig werknemers, en enkel voor werknemers die beschikken over een bedrijfswagen of daarvoor in aanmerking komen.
Werkgevers met minder dan vijftig werknemers zouden uitstel krijgen tot 2028. Ondernemingen met minder dan vijftien werknemers vallen voorlopig buiten het toepassingsgebied. Bedrijven in moeilijkheden of in een procedure van collectief ontslag met sluiting worden eveneens uitgesloten.
Werknemers behouden de keuzevrijheid om al dan niet in te stappen in het mobiliteitsbudget en kunnen ervoor kiezen hun bedrijfswagen te behouden.
Bepaling van het budget
Het mobiliteitsbudget wordt berekend op basis van de total cost of ownership van de ingeruilde bedrijfswagen of een referentiewagen. Voor 2026 bedraagt het budget minimaal 3.233 euro en maximaal 17.244 euro, met een bijkomende beperking van 20% van het brutojaarloon.
“Voor veel werkgevers betekent dit dat ze voor het eerst grondig moeten analyseren wat hun wagenpark vandaag echt kost,” zegt Debbaut. “Die analyse vormt straks het vertrekpunt van het mobiliteitsbudget.”
Beleidskeuzes en randvoorwaarden
Volgens het huidige wetsontwerp zullen werkgevers werknemers niet langer volledig kunnen uitsluiten van het mobiliteitsbudget. Wel kunnen zij binnen bepaalde grenzen sturen in de keuzes die werknemers maken, bijvoorbeeld door het gebruik van een voertuig binnen de eerste pijler te verplichten.
“Belangrijk is dat deze keuzes transparant, proportioneel en niet-discriminerend zijn,” benadrukt Debbaut.
Strategische voorbereiding noodzakelijk
De invoering van het mobiliteitsbudget vereist meer dan een louter technische aanpassing. Het heeft impact op mobiliteitsbeleid, verloningsstructuren, hr-processen en interne communicatie.
“Wie wacht tot de wet definitief is, dreigt tijd te verliezen,” besluit Debbaut. “Door de nieuwe loontransparantiewet komt het mobiliteitsbeleid sowieso onder de aandacht. Wie vandaag al scenario’s uitwerkt, kan het mobiliteitsbudget inzetten als een strategische hefboom binnen zijn hr-beleid én duurzaamheidsstrategie.”
25K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






