HRmagazine
23 april 2026

€10-maaltijdcheque: fiscale voordelen en juridische aandachtspunten

De aangekondigde verhoging van de maximale waarde van de maaltijdcheque naar €10 lijkt op het eerste gezicht een win-win voor alle betrokken partijen. Werknemers krijgen potentieel meer koopkracht, werkgevers genieten van een verhoogde fiscale aftrek en de federale regering zet een stap in de uitvoering van haar regeerakkoord. Toch blijkt bij nadere analyse dat de maatregel minder vanzelfsprekend is dan ze lijkt. Achter de nieuwe plafonds schuilen belangrijke juridische en praktische nuances die werkgevers niet mogen onderschatten.

Geen automatische verhoging

Een van de grootste misverstanden is dat werknemers automatisch een hogere maaltijdcheque zullen ontvangen. Dat is niet het geval. Wat verandert, is uitsluitend de maximale vrijgestelde werkgeversbijdrage. Waar die vroeger maximaal €6,91 bedroeg, stijgt ze vanaf 1 januari 2026 naar €8,91. Het werknemersaandeel blijft onveranderd op minimaal €1,09.

Concreet betekent dit dat de nominale waarde van een maaltijdcheque kan oplopen tot €10, maar enkel indien de werkgever of sector daar expliciet voor kiest. Zonder een cao of individuele overeenkomst blijft de bestaande regeling gewoon van kracht. De wet creëert dus een mogelijkheid, geen verplichting.

Nieuwe parameters en fiscale stimulans

De hervorming gaat gepaard met aangepaste fiscale regels. Tot eind 2025 kon een werkgever per maaltijdcheque slechts €2 fiscaal aftrekken, ongeacht het bedrag. Vanaf 2026 stijgt dit naar €4, maar alleen wanneer de maximale werkgeversbijdrage van €8,91 wordt toegepast. Wie onder dat plafond blijft, behoudt de oude aftrek van €2.

Deze verhoogde aftrekbaarheid vormt een duidelijke financiële incentive. Voor een onderneming met honderd werknemers die vijf dagen per week werken, kan dit op jaarbasis oplopen tot tienduizenden euro’s extra fiscale aftrek. Belangrijk detail: deze regeling geldt uitsluitend voor elektronische maaltijdcheques toegekend vanaf 1 januari 2026.

Botsing met de loonnorm vermeden, maar beperkt

De loonnorm voor de periode 2025-2026 is vastgelegd op nul procent, wat in principe elke loonsverhoging uitsluit. Om de verhoging van de maaltijdcheque mogelijk te maken, heeft de wetgever een specifieke uitzondering ingevoerd. Een stijging van de werkgeversbijdrage met maximaal €2 - tot een plafond van €8,91 - telt niet mee voor de loonnorm, op voorwaarde dat deze wordt vastgelegd via een cao of individuele overeenkomst.

Die uitzondering is echter strikt afgebakend: ze geldt alleen voor verhogingen toegekend tussen 1 januari 2026 en 31 december 2026. Wie buiten deze grenzen treedt, riskeert sancties. De mogelijke boete varieert van €250 tot €5.000 per werknemer, met een maximum van 100 werknemers.

Sectorale afwijkingen zorgen voor onzekerheid

Een bijkomende complexiteit ontstaat doordat sommige sectoren verhogingen voorzien van meer dan €2. Hoewel deze afspraken sectorbreed gelden, blijft de loonnormtoets op ondernemingsniveau gebeuren. Werkgevers die dergelijke sectorale verhogingen automatisch toepassen, lopen het risico de loonnorm te overschrijden.

Zoals Arian Roelens, Expert Sociale Wetgeving bij Partena Professional, aangeeft: “Dit is vermoedelijk het meest omstreden punt op dit moment.” Werkgevers moeten dus individueel nagaan of er voldoende marge is binnen hun onderneming.

Onzekerheid over toekomstige verhogingen

Het federale regeerakkoord voorziet een tweede verhoging met €2 tijdens de legislatuur 2025–2029. In theorie zou dit de werkgeversbijdrage naar €10,91 brengen en de maaltijdcheque naar €12. Toch ontbreekt voorlopig elk wettelijk kader.

De huidige uitzondering in de loonnormwet loopt slechts tot eind 2026. Of en wanneer de tweede verhoging er komt, blijft afhankelijk van politieke en budgettaire beslissingen, mogelijk pas in 2027 of 2028.

Arian waarschuwt: “Werkgevers die nu al contractueel beloven het bedrag van de maaltijdcheque na 2026 verder te verhogen, riskeren een juridisch probleem. Die politieke belofte bestaat op papier, de wettelijke grondslag evenwel nog niet.”

Alternatieven niet altijd voordeliger

In sommige sectoren wordt gekozen voor een equivalent voordeel in plaats van maaltijdcheques. Hoewel dit voor werknemers netto aantrekkelijk kan lijken, is de realiteit complexer. Maaltijdcheques zijn vrijgesteld van RSZ-bijdragen en bedrijfsvoorheffing, terwijl een netto premie voor de werkgever doorgaans duurder uitvalt in brutotermen.

Voorbeelden zijn onder meer de voedingsindustrie (PC 118 en 220), waar werkgevers zonder maaltijdcheques een netto voordeel van €240 moeten toekennen, en de sector van de elektriciens (PC 149.01), waar verschillende scenario’s gekoppeld zijn aan het al dan niet afschaffen van ecocheques.

De verhoging van de maximale maaltijdcheque naar €10 biedt kansen, maar vereist een doordachte aanpak. Werkgevers moeten rekening houden met fiscale optimalisatie, de loonnorm, sectorale afspraken en toekomstige onzekerheden. Wie de nieuwe regels strategisch benut, kan zowel financieel als sociaal voordeel halen, maar wie ze verkeerd interpreteert, riskeert juridische en financiële gevolgen.

25K

Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.

Trusted partners

Een selectie uit onze Premium Partners.

Rubrieken

Over HRmagazine

Externe links

Volg ons op socials

Published by

Nieuwe Media Groep logo