De STEM-kloof is geen tekort aan talent, maar aan richting

Foto
Jonathan Maes, Research & Project Manager bij Howest, Caro Weytjens, Senior hr-specialist bij delaware, Sofie Mols, Directeur Innovatie en Internationalisering bij Thomas More
Hoe bouwen we een sterkere brug tussen onderwijs en werkvloer? Die vraag stond centraal tijdens een panelgesprek met Sofie Mols, Directeur Innovatie en Internationalisering bij Thomas More, Jonathan Maes, Research & Project Manager bij Howest, en Caro Weytjens, Senior hr-specialist bij delaware. De conclusie? De STEM-kloof zit vandaag minder in het aantal studenten dan in de manier waarop we jongeren voorbereiden op een arbeidsmarkt die razendsnel verandert. AI speelt daarin een belangrijke rol, maar het debat maakte vooral duidelijk dat de oplossing veel breder gaat dan technologie alleen.
De STEM-kloof begint al lang voor de hogeschool
Bestaat de STEM-kloof eigenlijk wel? Volgens Sofie Mols is het antwoord genuanceerder dan vaak wordt voorgesteld. "Er bestaat niet zoiets als één STEM-arbeidsmarkt of één STEM-profiel. De noden verschillen enorm tussen IT, biotechnologie, agrofood of elektromechanica. Elke sector vraagt andere competenties."
Volgens haar ligt de uitdaging bovendien niet uitsluitend bij het hoger onderwijs. "De beeldvorming begint veel vroeger. Als je een kleuter vraagt een fabriek te tekenen, krijg je nog altijd een gebouw met een rokende schoorsteen. Terwijl de industrie vandaag draait rond automatisering, innovatie en duurzame technologie."
Caro Weytjens ziet dat de samenwerking tussen onderwijs en bedrijven de voorbije jaren sterk is verbeterd, zeker in de hogescholen. "Wij werken intensief samen rond stages, gastcolleges en praktijkprojecten. Dat zit veel sterker ingebakken in de cultuur van hogescholen dan aan universiteiten. Daar zien we nog vaker dat stages moeilijk in het curriculum passen, zeker voor masterstudenten."
Volgens Sofie is dat logisch. "Een hogeschool is niet voor niets een University of Applied Sciences. Vanaf het eerste jaar brengen we bedrijven binnen in de opleiding. Studenten komen al heel vroeg in contact met de praktijk."
Dat merkt Caro ook tijdens sollicitaties. "Hogeschoolstudenten weten vaak veel beter wat ze verwachten van een werkgever. Ze hebben al een realistischer beeld van het werkveld. Masterstudenten zijn soms nog wat meer zoekende."
Vrije studiekeuze botst op maatschappelijke noden
De grootste uitdaging zit misschien niet in het aantal STEM-studenten, maar in de verdeling ervan. Sommige opleidingen trekken veel jongeren aan, terwijl andere knelpuntberoepen nauwelijks instroom kennen.
Of we jongeren dan actiever moeten sturen, is maar de vraag. "Dat blijft een moeilijke evenwichtsoefening", zegt Sofie. "Studenten moeten vooral kunnen kiezen waar hun motivatie ligt. Maar we mogen hen wel beter informeren over de mogelijkheden. Iemand die interesse heeft in chemie of biologie zou misschien ook enthousiast kunnen worden van data, AI of industriële toepassingen."
Thomas More probeert dat op te vangen via een modulair curriculum. "Studenten kiezen in het eerste jaar vaak met hun hart. Door minoren en keuzetrajecten kunnen ze later nog nieuwe interesses ontdekken en hun profiel verbreden."
Volgens Sofie wordt die flexibiliteit steeds belangrijker. "We leiden studenten niet op voor hun eerste job, maar voor een loopbaan van veertig jaar. Daarom moeten we naast vakkennis ook inzetten op kritisch denken, samenwerken, probleemoplossend vermogen en vooral leervermogen."
Ook Caro merkt dat studenten vandaag bewuster met hun loopbaan bezig zijn dan enkele jaren geleden. "Vroeger hoorde je vaak: 'Ik weet nog niet wat ik wil doen.' Vandaag stellen studenten veel gerichtere vragen over doorgroeimogelijkheden en werkzekerheid. Dat is een positieve evolutie."
De war for talent verandert van vorm
Dat de arbeidsmarkt verandert, merkt delaware elke dag. "De klassieke war for talent is niet verdwenen, maar ze ziet er helemaal anders uit", zegt Caro. Waar bedrijven vroeger vooral zoveel mogelijk technische profielen wilden aantrekken, kijken ze vandaag veel breder.”
"We zoeken uiteraard nog altijd mensen met technische kennis. Maar minstens even belangrijk zijn learning agility, kritische nieuwsgierigheid, eigenaarschap en business acumen."
Volgens haar verandert AI fundamenteel wat bedrijven verwachten van starters. "Vroeger waren we al blij als iemand kon programmeren. Vandaag verwachten we ook dat iemand snel kan leren, kritisch kan nadenken en begrijpt hoe een organisatie werkt."
Jonathan Maes ziet dezelfde evolutie. "AI neemt steeds meer repetitieve taken over. Daardoor moeten we ons afvragen hoe starters nog expertise opbouwen." Volgens Caro ligt daar ook een kans. "Juniors moeten sneller verantwoordelijkheid krijgen. Als AI administratieve taken overneemt, kunnen starters veel sneller meedenken, analyseren en impact maken." Bedrijven mogen volgens haar vooral niet stoppen met investeren in jonge mensen."Als je vandaag geen juniors meer aanwerft, heb je over vijf jaar ook geen seniors. Bij delaware blijven we dan ook hetzelfde aantal juniors aanwerven."
AI maakt kritisch denken belangrijker dan ooit
AI verandert niet alleen de inhoud van jobs, maar ook de manier waarop mensen leren, en dat ziet Jonathan dagelijks in zijn lessen. "Studenten zijn vaak heel zelfzeker omdat ze ChatGPT al eens gebruikt hebben. Maar dat betekent nog niet dat ze AI ook professioneel kunnen inzetten."
Volgens hem begint alles dan ook bij inzicht. "Je moet begrijpen hoe een taalmodel werkt, hoe output tot stand komt en vooral waarom die output niet altijd klopt." Daarom waarschuwt hij voor de vergelijking met een rekenmachine. "Een rekenmachine geeft een fout antwoord dat je vaak snel herkent. AI geeft een overtuigend antwoord dat perfect fout kan zijn."
Dat maakt kritisch denken belangrijker dan ooit. "Studenten moeten leren twijfelen aan AI." Ook dataveiligheid krijgt daarom een prominente plaats. "Voor je AI leert gebruiken, moet je weten welke gegevens je nooit in zo'n systeem mag invoeren."
Sofie kiest ervoor studenten dat zelf te laten ervaren. "We laten hen bewust opdrachten uitvoeren waarbij AI overtuigende informatie verzint. Daarna moeten ze die output controleren via andere bronnen. Pas dan beseffen ze hoe belangrijk verificatie blijft."
Volgens haar blijft vakexpertise daarom cruciaal. "Hoe slimmer AI wordt, hoe belangrijker het wordt dat mensen voldoende kennis hebben om de output kritisch te beoordelen." Caro ziet dat ook terug in de selectiegesprekken.
"Wij kijken vandaag veel meer naar problem framing. Begrijpt iemand de echte vraag achter een probleem? Kan iemand AI de juiste opdracht geven? Dat wordt minstens even belangrijk als technische kennis."
Jonathan benadrukt dat technische expertise alleen niet meer volstaat. "We leiden studenten nog altijd op in de diepte, maar tegelijk hebben ze een T-shaped profiel nodig. Ze moeten over de grenzen van hun eigen vakgebied durven kijken, begrijpen wat er leeft binnen een organisatie en zien waar ze zelf impact kunnen maken. Die brede blik wordt minstens even belangrijk als de technische kennis zelf."
AI hoort thuis in elke opleiding
De vraag is volgens de panelleden niet langer óf AI een plaats krijgt in het onderwijs, maar hoe.
Jonathan begon al kort na de doorbraak van ChatGPT met de integratie van AI in de opleidingen van Howest. "Er was aanvankelijk nog behoorlijk wat weerstand. Niet iedereen geloofde dat AI zo'n impact zou hebben. Daarom hebben we gekozen voor een dubbele aanpak. Elke student leert de basisprincipes van AI kennen, ongeacht de opleiding. Daarna gaan we per afstudeerrichting veel dieper in op de tools en toepassingen die relevant zijn voor het toekomstige werkveld."
Volgens Sofie Mols is dat de enige logische evolutie. "AI verandert niet alleen technische beroepen. Ook zorg, hr, onderwijs en de publieke sector worden er fundamenteel door beïnvloed. Daarom moet AI geïntegreerd worden in alle opleidingen."
Tegelijk mag die digitale versnelling geen nieuwe ongelijkheid creëren.
"Niet elke student kan zich meerdere betalende AI-tools veroorloven", zegt Caro. "Sommigen werken met professionele licenties, anderen moeten het stellen met gratis versies. Dat heeft een impact op hun leerproces én op hun inzetbaarheid."
Daarom pleit ze voor een grotere verantwoordelijkheid van zowel onderwijs als technologiebedrijven.
"Studenten moeten kunnen experimenteren met professionele AI-tools. Net zoals Microsoft studenten al jaren goedkope Office-licenties aanbiedt, zou dat ook voor AI vanzelfsprekend moeten worden."
Ook Sofie ziet daar een duidelijke opdracht voor het onderwijs.
"Niet elke student beschikt zelfs over een eigen laptop. Dan moeten wij ervoor zorgen dat iedereen minstens met dezelfde basissoftware kan werken. Gelijke kansen beginnen daar."
Jonathan merkt dat de vraag vanuit bedrijven ondertussen nog een stap verder gaat.
"Werkgevers vragen steeds vaker naar veilige, Europese AI-oplossingen. Het gaat vandaag niet alleen meer over kunnen werken met AI, maar ook over privacy, databeveiliging en verantwoord gebruik."
STEM is groter dan AI
Hoewel AI tijdens het debat vaak terugkeerde, waarschuwt Sofie ervoor om STEM niet te vernauwen tot artificiële intelligentie.
"AI is maar één van de grote transities waar we voor staan. Klimaat, energie, waterbeheer, voeding en circulariteit vragen minstens evenveel technische profielen." Volgens haar moeten we jongeren veel vaker tonen welke maatschappelijke impact STEM kan hebben.
"Op onze innovatiecampus in Geel werken onderzoekers en bedrijven bijvoorbeeld samen rond circulaire voeding en biotechnologie. Dat zijn verhalen die jongeren inspireren, omdat ze tonen hoe technologie écht een verschil kan maken."
Ook Belgische technologie verdient volgens haar meer aandacht. "Er is ongelooflijk veel innovatie in ons land, maar we vertellen dat verhaal te weinig. Jongeren willen impact maken. Dan moeten we ook laten zien hoe een technische opleiding daartoe kan bijdragen."
De brug naar de werkvloer bouw je samen
Volgens de drie panelleden ligt de sleutel niet in méér stages, maar in een veel intensere samenwerking tussen onderwijs en bedrijven.
Sofie droomt van campussen waar studenten, onderzoekers en ondernemers dagelijks met elkaar in contact komen. "Ik zie een ecosysteem waarin bedrijven niet af en toe langskomen voor een gastcollege, maar echt deel uitmaken van de leeromgeving. Zo ontstaan spontane ontmoetingen, nieuwe ideeën en veel meer kruisbestuiving."
Caro kan zich daar volledig in vinden. "Vandaag geven bedrijven wel eens een gastles of denken ze mee over een curriculum, maar dat gebeurt vaak nog te vrijblijvend. Terwijl het voor beide partijen een enorme meerwaarde heeft."
Die samenwerking is volgens haar bovendien geen vorm van liefdadigheid. "Bedrijven leren toekomstige medewerkers veel vroeger kennen en kunnen opleidingen mee vormgeven. Dat is minstens even waardevol als klassieke employer branding." Tegelijk mogen werkgevers ook kritischer naar zichzelf kijken. "Tijdens de war for talent hebben sommige bedrijven zichzelf vooral proberen te verkopen. Vandaag moeten we ook duidelijker communiceren over wat een job echt inhoudt en welke competenties nodig zijn. Dat helpt studenten uiteindelijk veel meer dan mooie slogans."
Ook bij Howest staat praktijkervaring centraal. "Vanaf het eerste jaar brengen we studenten in contact met het werkveld. Eerst via bedrijfsbezoeken, daarna via echte bedrijfscases en stages. We willen dat ze zo snel mogelijk ervaren hoe de theorie zich vertaalt naar concrete uitdagingen. Dat maakt de overstap naar de arbeidsmarkt veel kleiner."
Leren stopt niet bij een diploma
De arbeidsmarkt verandert sneller dan ooit. Dat betekent volgens de panelleden niet dat opleidingen voortdurend volledig moeten worden herschreven.
"Vakexpertise blijft de basis", zegt Sofie. "Maar minstens even belangrijk zijn nieuwsgierigheid, kritisch denken, samenwerken en eigenaarschap over je eigen ontwikkeling. Dat zijn de competenties die mensen in staat stellen om zich hun hele carrière opnieuw uit te vinden."
Jonathan ziet levenslang leren dan ook als een vanzelfsprekend vervolg op het hoger onderwijs. "De snelheid waarmee AI evolueert betekent niet dat we elke drie jaar een volledig curriculum moeten herschrijven. Wel dat mensen tijdens hun hele loopbaan moeten blijven bijleren. Korte modules, microcredentials en gerichte opleidingen zullen daarom alleen maar belangrijker worden."
Caro besluit met een duidelijke oproep richting beleid. "We verwachten van het onderwijs dat het sneller innoveert, nauwer samenwerkt met bedrijven en jongeren voorbereidt op een arbeidsmarkt die voortdurend verandert. Maar tegelijk staan de middelen onder druk. We kunnen niet verwachten dat onderwijs steeds meer doet met steeds minder."
Daarmee raakt ze misschien wel de essentie van het debat. De brug tussen onderwijs en werkvloer is geen opdracht van één partij. Ze vraagt engagement van onderwijs, bedrijven én overheid. Alleen zo kunnen we jongeren voorbereiden op een arbeidsmarkt waarin verandering de enige constante is.
28K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






