‘Laat u geen burn-out aanpraten’

18 mei 2020
Tekst
Jo Cobbaut
‘Laat u geen burn-out aanpraten’

Krijgen we na de coronacurve nu ook een burn-outcurve? Ralf Caers, nochtans burn-outdeskundige, ziet het niet in de cijfers van recent onderzoek. Hij waarschuwt voor negativisme en voor een zelfvervullende voorspelling. De Vlaming blijkt weerbaar.

KU Leuven, UGent, VUB en Odisee Hogeschool bevroegen 2.456 Vlamingen die tijdens de lockdown voltijds (minstens 4/5de) bleven voortwerken. De respondenten waren dus niet in tijdelijke werkloosheid. Het onderzoek gebeurde tussen 30 april en 8 mei, dus tijdens de versoepeling van de lockdownmaatregelen. De respons leert dat ze zelfs een lagere kans denken te hebben op burn-out dan in dezelfde periode in 2017.

Geen sombere vooruitblik

De werkende Vlamingen blijken eerder positief over de kans om op korte of lange termijn een burn-out te ontwikkelen.

  • 9,4% denkt binnen het jaar door een burn-out getroffen te worden; in 2017 was dat 12%;
  • 18,4% ziet de kans op het ontwikkelen van een burn-out binnen vijf jaar; in 2017 was dat 26,1%;
  • 41,8% denkt ooit door een burn-out getroffen te zullen worden; in 2017 was dat 49,8%.

Bovendien was er tijdens de lockdown ook een grote groep van tijdelijke werklozen (op haar hoogtepunt zelfs meer dan één miljoen), die helemaal niet met werk werd belast maar net veel vrije tijd kreeg. Zij lijken dan ook niet meer kans te maken op een burn-out dan de andere Vlamingen.

Zelfvervullende voorspelling

Ralf Caers (KU Leuven) concludeert dat de werkende Vlamingen veel weerbaarder en veerkrachtiger lijkt dan men denkt. “We moeten dus ook opletten dat we geen zelfvervullende belofte aan het maken zijn en de Vlamingen angstiger maken over de toekomst dan nodig is”.

Maar wat dan met al die verhalen over moeilijkere werkomstandigheden, de druk om het werk te combineren met de kinderen die niet naar school mogen en het vele werk dat op de plank blijft liggen? Uit de resultaten van de studie blijkt dat de respondenten nogal verschillen in hoe de coronacrisis hun werkdruk veranderd heeft.

  • 31,2% zag de werkdruk stijgen;
  • 24,7% zag de werkdruk dalen;
  • 40% had dezelfde werkdruk als voor de lockdown.

Er blijkt wel een duidelijk verband tussen gestegen werkdruk en de verwachting om een burn-out te ontwikkelen. De werkende Vlamingen die hun werkdruk door de coronacrisis zagen toenemen, rapporteren meer dan dubbel zoveel kans om binnen het jaar een burn-out te ontwikkelen (17,9%) dan bij wie de werkdruk gelijk bleef.

Bemoedigende cijfers

Ralf Caers interpreteert die cijfers kritisch. “Een derde van de werknemers, degenen met een hogere werkdruk, trekt de cijfers sterk omhoog. Van de mensen wier werkdruk gelijk bleef of daalde, denkt maar respectievelijk 6,8% en 3,4% binnen het jaar een burn-out te ontwikkelen. Dat is zeer bemoedigend.”

Bovendien geeft ook acht op de tien wier werkdruk steeg aan dat ze geen burn-out denken te ontwikkelen binnen het jaar. “We durven dus te concluderen dat de lockdown veel mensen voor uitdagingen heeft gesteld, maar dat er geen burn-outgolf lijkt aan te komen”.

En de kinderlast?

Maar wat met de ouders die door het sluiten van de scholen hun kinderen moesten opvangen? De resultaten tonen aan dat kinderen hebben niet samenging met meer werkdruk voelen. De kinderlast heeft evenmin effect op onze vrees om een burn-out te ontwikkelen.

En wat met de vrouwen met kinderen, die misschien meer dan mannen de taak van ouder opnemen? Vrouwen rapporteren ook een soortgelijke verwachting op het al dan niet ontwikkelen van burn-out dan de mannen. Het argument dat de vrouwen meer belast zouden zijn door de combinatie thuiswerk en kinderen dan de mannen, wordt niet bevestigd.

Nieuwe balans

Ralf Caers ziet hier drie verklaringen voor. “De werknemers en de werkgevers lijken erin geslaagd te zijn om een nieuwe balans te vinden.”Dat de aanwezigheid van de kinderen bij het thuiswerk niet leidt tot een hogere werkdruk, komt wellicht doordat veel werkgevers de doelen hebben aangepast. Zo daalt de werklast en dat compenseert voor de moeilijkere werkomstandigheden.

Ten tweede blijken veel werknemers ook bijzonder veerkrachtig en hebben ze nieuwe werkmethoden ontwikkeld die het tijdsverlies door de tijdelijke problemen compenseren. Wellicht hebben medewerkers hun werk efficiënter gemaakt.

Ten derde suggereren de data dat het werk meer gespreid werd over de dag. Dat concluderen de onderzoekers uit het gegeven dat de thuiswerkers minder tevreden lijken met het aantal werkuren, tegenover medewerkers die wel nog naar het werk moesten. Dat kan erop wijzen dat men nog nadrukkelijker het werk en het privéleven in elkaar heeft zien overlopen, met bijvoorbeeld meer pauzes tijdens het werk omwille van de kinderen en nog wat extra werktijd nadat de kinderen naar bed gingen. “Bij de niet-thuiswerkers ligt de tevredenheid over de uren dus hoger, maar voelt de werkdruk binnen die uren wel ook wat hoger aan dan voor de thuiswerkers”.

Minder sociaal contact

Heeft het verminderde sociale contact de collega’s niet van elkaar vervreemd? Ralf Caers blijft bemoedigend: “De tevredenheid over de collega’s is niet verminderd door thuis te werken. De thuiswerkers zijn nog altijd even positief over het contact met collega’s als de Vlamingen die wel naar het werk moesten.” We hebben dus wel minder fysiek contact, maar we vinden elkaar via Skype, Whatsapp-groepen of zelfs nog maar via mail.

“We hebben ook heel veel inzet gezien bij mensen om ondanks de lockdown met elkaar in contact te blijven en elkaar geen extra stressoren te bezorgen. Dat heeft duidelijk geloond”.

Werkruimte

Tot slot geven de resultaten aan dat de thuiswerkers niet tevredener waren met hun werkruimte dan de niet-thuiswerkers. Aangezien er toch wel vaker geklaagd wordt over storende landschapsbureaus, zou je verwachten dat het thuis beter is. Toch denkt Caers dat dit geen kruis maakt over het idee dat je thuis veel meer mogelijkheden hebt om een leuke werkomgeving te creëren dan op het werk. “De verklaring ligt waarschijnlijk in het feit dat er veel mensen zijn die voor de lockdown niet of alleszins niet zo lang thuiswerkten en dat zij hun thuiswerkomgeving dus nog moeten optimaliseren. Door de aanwezigheid van de kinderen was de lockdown-periode sowieso niet echt representatief voor normale thuiswerksituaties”. Of misschien hebben we in het verleden wat te hard geklaagd over de kantooromgeving en merken we er nu toch ook meer de voordelen van op.

Hard werken mag geen taboe zijn

Hoe zit het nu voor de toekomst? Ralf Caers waagt zich aan een voorzichtige voorspelling: “Onderzoek heeft al vaak aangetoond dat we altijd nog net dat tikkeltje meer kunnen in crisistijden. Mensen die houden van hun bedrijf, trekken heel vaak samen aan hetzelfde koord als het voortbestaan van dat bedrijf in het gedrang komt. We mogen van hard werken dus zeker geen taboe maken. Het kan ongelofelijk veel voldoening geven om samen je geliefde bedrijf recht te houden, dan hoeft hard werken echt niet altijd naar een burn-out te leiden. Daarom geloof ik erin dat bedrijven die tijdens de lockdown voor hun mensen hebben gezorgd, die zorg na de lockdown zullen terugkrijgen”.

Werkbaar werken met Ralf Caers