Vrouwen starten sneller met een bijverdienste en kiezen vaker voor een andere activiteit

Foto
Youssef Deconinck, Xerius
Het aantal Belgen met een bijverdienste blijft toenemen. Volgens cijfers van Xerius startten in 2025 meer dan 30.000 mensen met een bijberoep. Opvallend is dat vrouwen sneller de stap zetten dan mannen en vaker kiezen voor een activiteit die volledig losstaat van hun hoofdberoep. Gemiddeld besteden bijverdieners ongeveer tien uur per week aan hun tweede activiteit.
Uit cijfers van het RSVZ blijkt dat het aantal zelfstandigen in bijberoep de voorbije jaren gestaag stijgt. Begin 2025 waren er al meer dan 150.000 vrouwelijke bijberoepers. Ook de cijfers van Xerius tonen een verdere groei. Het ondernemingsloket registreerde een stijging van 10% bij starters in bijberoep: van 10.000 naar 11.000.
“Onze cijfers geven een goede indicatie van een stijgende trend. Zowel bij mannen (+12%) als bij vrouwen (+9%) zien we een groei in bijberoep” zegt Youssef Deconinck, woordvoerder van Xerius. “We onderzochten ook welke factoren een rol spelen bij de keuze voor een bijverdienste en hoe die verschillen tussen mannen en vrouwen.”
Volgens een bevraging van Xerius bij 1.000 werkende Belgen heeft vandaag 26% een tweede job. Nog eens 16% heeft er in het verleden ervaring mee gehad. Daarbij gaat het om verschillende vormen van bijverdienen, zoals een zelfstandig bijberoep, een flexi-job, bijklussen, vrijwilligerswerk of activiteiten via een deelplatform.
De interesse is bovendien groot bij wie nog geen bijverdienste heeft. Meer dan acht op tien (82%) van deze groep zegt ervoor open te staan.
Bijverdienste vaak totaal andere activiteit
Opvallend in het onderzoek is dat veel mensen hun bijverdienste niet zien als een verlengstuk van hun huidige job. Meer dan de helft (52%) wil via een bijverdienste iets totaal anders doen dan hun hoofdactiviteit. Bij vrouwen is dat nog sterker uitgesproken: 59% kiest voor een volledig andere activiteit, tegenover 48% van de mannen.
Daartegenover staat dat 37% de bijverdienste net ziet als een uitbreiding van de huidige job. Dat geldt vaker voor mannen (43%) dan voor vrouwen (29%). Daarnaast laat 14% van de vrouwen beide pistes open, tegenover 9% van de mannen.
Wie een bijverdienste overweegt, werkt vandaag vaak in sectoren zoals gezondheidszorg (13%), overheid en defensie (10%), onderwijs (9%), IT (8%), industrie (7%) en financiële diensten (7%). Als mogelijke bijverdienste worden onder meer lesgeven, administratief werk, klussen, koerierdiensten en IT-activiteiten genoemd.
Gemiddeld tien uur per week
In de praktijk blijkt een bijverdienste behoorlijk wat tijd te vragen. Driekwart van de bijverdieners (77%) is er dagelijks of wekelijks mee bezig. Gemiddeld spenderen zowel mannen als vrouwen tien uur per week aan hun tweede job. Bij 10% loopt dit zelfs op tot 20 uur per week.
Vrouwen doen hun bijverdienste vaker in het weekend (62% tegenover 49% bij mannen), terwijl mannen vaker ’s avonds tijdens de week werken aan hun tweede activiteit (43% tegenover 34% bij vrouwen).
“Uiteindelijk geeft ongeveer een op acht (12%) aan dat ze hiervoor parttime zijn of zullen gaan werken, om zo meer tijd te hebben voor hun bijverdienste”, zegt Youssef.
Tijd blijft grootste drempel
Ondanks de grote interesse blijven er drempels. De belangrijkste reden om niet te starten met een bijverdienste is tijdsgebrek: 14% noemt dat als belangrijkste obstakel. Daarna volgen financieel risico (13%) en onzekerheid over de financiële impact (11%).
Volgens Youssef kunnen duidelijke informatie en begeleiding helpen om die drempels te verlagen. “Door de financiële en fiscale impact in kaart te brengen, kunnen we voor velen de drempels verlagen om te starten met een bijverdienste. Daarnaast helpt het ook om de administratieve stappen te verduidelijken. Starten kan in principe al binnen de week.”
25K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






