Nieuwe solidariteitsbijdrage doet verzuimkost voor werkgevers met gemiddeld 7% stijgen

Foto
Stefaan Vandesompele, Attentia
Sinds 1 januari 2026 betalen middelgrote en grote ondernemingen een nieuwe solidariteitsbijdrage wanneer werknemers langer dan een maand arbeidsongeschikt blijven. Volgens berekeningen van hr-dienstverlener Attentia zal die maatregel de directe verzuimkost voor werkgevers gemiddeld met 7% doen stijgen.
De federale overheid wil met de nieuwe regeling werkgevers stimuleren om zieke medewerkers sneller opnieuw aan het werk te helpen. Daarom moeten ondernemingen voortaan een bijdrage van 30% betalen op de ziekte-uitkering van werknemers tussen 18 en 54 jaar die langer dan een maand ziek zijn.
De maatregel geldt momenteel voor de tweede en derde maand arbeidsongeschiktheid. Vanaf 2027 wordt het toepassingsgebied uitgebreid naar de vierde en vijfde maand ziekte. De regeling is van toepassing op ondernemingen met minstens vijftig werknemers, met uitzonderingen voor onder meer flexi-jobbers, studenten en interimkrachten.
Focus verschuift naar middellang verzuim
Volgens Stefaan Vandesompele, legal expert bij Attentia, heeft de nieuwe wetgeving een belangrijke impact op het verzuimbeleid van organisaties. “Door de nieuwe wetgeving verschuift de focus binnen organisaties van de logistieke puzzel en de kosten van korte afwezigheden, naar het middellange verzuim. Medewerkers die langer dan vier weken thuisblijven vanwege ziekte, zorgen vanaf dit jaar voor een extra kostenpost. Dit komt boven op de al stijgende trend van de totale verzuimkost”.
Tot nu toe betaalden werkgevers enkel het gewaarborgd loon tijdens de eerste maand van arbeidsongeschiktheid. Daarna werden de kosten gedragen door het ziekenfonds. Met de invoering van de solidariteitsbijdrage verandert dat principe gedeeltelijk.
Aanzienlijke meerkost
Om de impact van de nieuwe regelgeving te berekenen, voerde Attentia een simulatie uit op basis van geanonimiseerde verzuimdata uit de periode 2021 tot en met 2025. Daarbij werd nagegaan welke kosten ondernemingen zouden hebben gedragen indien de bijdrage van 30% op de ziekte-uitkering toen al van kracht was geweest.
Uit die analyse blijkt dat een onderneming die vandaag jaarlijks 1 miljoen euro uitgeeft aan gewaarborgd loon tijdens de eerste maand ziekte, door de nieuwe regeling ongeveer 70.000 euro extra per jaar zal betalen voor de tweede en derde maand arbeidsongeschiktheid. Dat komt overeen met een stijging van 7%.
Vanaf 2027, wanneer ook de vierde en vijfde maand ziekte in rekening worden gebracht, loopt die bijkomende kost volgens Attentia op tot ruim 107.700 euro per jaar, of bijna 11% extra.
Factuur volgt achteraf
Een bijkomende uitdaging voor werkgevers is dat de financiële impact niet onmiddellijk zichtbaar wordt. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) zal de bijdragen pas achteraf innen. Voor werknemers die bijvoorbeeld in januari ziek worden, volgt de afrekening pas aan het einde van het jaar.
Attentia raadt werkgevers daarom aan om zich tijdig voor te bereiden. “Wacht niet op die factuur om cashflowproblemen te vermijden. Zet nu alvast een financieel reservepotje opzij. Maar nog beter is het om het probleem bij de wortel aan te pakken: zorg voor een goed preventie- en re-integratiebeleid om te vermijden dat werknemers überhaupt zo lang ziek blijven. Bovendien is de bijdrage niet verschuldigd zodra een medewerker deels het werk hervat. Een actief beleid loont dus niet alleen menselijk, maar levert de werkgever ook direct een concreet financieel voordeel op”, aldus Stefaan Vandesompele.
Volgens Attentia onderstreept de nieuwe maatregel het belang van preventie, vroegtijdige opvolging en actieve re-integratie. Werkgevers die erin slagen langdurige afwezigheden te beperken of werknemers sneller gedeeltelijk te laten hervatten, kunnen niet alleen de menselijke impact van ziekte verminderen, maar ook de bijkomende financiële lasten beperken.
25K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






