Wie betaalt de elektriciteit?

3 juni 2022
Beeld
Rathaphon Nanthapreecha (Pexels)
Wie betaalt de elektriciteit?

Werknemers die over een bedrijfsvoertuig beschikken, krijgen vaak ook brandstof. Bij voertuigen die op fossiele brandstoffen rijden, wordt gewoonlijk een tankkaart verstrekt. Maar hoe werkt dit voor elektrische voertuigen?

Voor haar antwoord onderscheidt Isabelle Caluwaerts, Legal Expert bij Partena Professional, drie situaties en manieren van opladen, met name

  • met een standaardkabel aan een gewoon stopcontact, waarbij het elektriciteitsverbruik niet wordt gemeten,
  • met een zogenaamde ‘slimme kabel’ (Smart cable) en een gewoon stopcontact, maar waarbij het elektriciteitsverbruik wel wordt gemeten,
  • of via een oplaadstation, op het bedrijfsterrein, op de openbare weg, of bij de werknemer thuis (bv. Wallbox).

“Het staat de werkgever vrij al dan niet bij te dragen in de kosten voor het opladen van de bedrijfswagen. De overeenkomst hierover tussen de werkgever en de werknemer moet, omwille van de rechtszekerheid, schriftelijk worden vastgelegd (’car policy’, arbeidsovereenkomst, enz.)”, zo waarschuwt Isabelle Caluwaerts.

Als de werkgever de elektriciteit voor het opladen van het bedrijfsvoertuig aan de werknemer terugbetaalt, is het verstandig om aan te tonen dat alleen de hoeveelheid elektriciteit voor het opladen van het elektrische voertuig werd terugbetaald. Er zal dus een instrument nodig zijn (’Smart cable’ bijvoorbeeld) dat een onderscheid kan maken tussen het verbruik voor het opladen van het voertuig en het algemene verbruik van de werknemer.

De werkgever kan de werknemer ook toestaan om zijn bedrijfsvoertuig op te laden aan een oplaadpunt op het bedrijfsterrein, of hij kan een oplaadkaart verstrekken die kan worden gebruikt bij openbare oplaadpunten.

“Voor deze verschillende vormen van brandstofvoorziening (onder de vorm van elektriciteit) moet een schriftelijk akkoord tussen de werkgever en de werknemer worden gesloten, waarin ook eventuele beperkingen worden aangegeven (bv. een verbod op het opladen van andere voertuigen dan het voertuig dat door de werkgever ter beschikking wordt gesteld). Dit schriftelijke akkoord zal discussies met de werknemer vermijden en zal ook gebruikt worden wanneer de RSZ of de fiscus meer inlichtingen vraagt voor de socialezekerheidsbijdragen of het bedrag van het belastbaar voordeel,” zo schrijft Isabelle Caluwaerts (Partena).

Oplaadpunt thuis

Op kosten van de werkgever kan bij de werknemer thuis ook een oplaadpunt worden geïnstalleerd. De werkgever kan dus de installatiekosten en eventueel ook de elektriciteitskosten voor zijn rekening nemen. Om te bepalen op welk voordeel de werknemer zal worden belast, kan de werkgever in dat geval bij gebrek aan duidelijke wettelijke bepalingen, een ‘ruling’ (fiscaal akkoord) aanvragen bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen van de FOD Financiën.

De werkgever zorgt er ook hier best voor dat schriftelijk is vastgelegd wat er met de laadpaal gebeurt nadat een werknemer het bedrijf verlaat, of verhuist. Preciseer

  • of de laadpaal al dan niet kosteloos eigendom blijft van de ex-werknemer,
  • of hij al dan niet op kosten van de werknemer moet worden gedemonteerd en opnieuw geïnstalleerd in geval van verhuizing van de werknemer, enz.

Oplaadkosten voor het privévoertuig van de werknemer

De werkgever kan ook tussenkomen in de verstrekking van elektriciteit voor privéverplaatsingen van de werknemer met zijn eigen voertuig.

Als een werkgever zijn werknemers toestaat hun privévoertuigen op te laden aan de oplaadpunten die op de bedrijfsparking zijn geïnstalleerd, moet dat voordeel individueel worden vastgesteld en aangegeven bij de sociale en fiscale administraties. “Ook hier is een schriftelijk akkoord (overeenkomst, contract, ...) waarin de regels en grenzen worden vastgelegd, sterk aanbevolen,” zo schrijft Isabelle Caluwaerts.

Stijgende energieprijzen?

Ook elektriciteit wordt duurder. Werkgevers die kosten willen drukken en hun schriftelijke overeenkomst wijzigen, moeten dat doen met instemming van de werknemer, tenzij de overeenkomst uitdrukkelijk in de mogelijkheid tot herziening voorziet, zo preciseert Isabelle Caluwaerts.

Bron

De redactie bewerkte voor deze tekst een bijdrage van Partena: Elektrische bedrijfsvoertuigen: wie betaalt de elektriciteit?