Nieuwe technologie verhoogt productiviteit, maar ook werkdruk

Foto
©Syd Mills
Nieuwe technologie maakt werknemers in de Belgische metaal- en textielindustrie productiever, maar gaat tegelijk gepaard met meer werkdruk, stress en complexiteit. Vooral arbeiders en lager opgeleiden ervaren vaker de nadelen. Werknemers die betrokken worden bij de invoering van nieuwe technologie rapporteren dan weer minder werkdruk en stress.
Dat blijkt uit onderzoek van het Centrum voor Sociologisch Onderzoek van KU Leuven bij meer dan 2.800 werknemers uit de Belgische metaal- en textielindustrie.
Veel werknemers vinden dat technologie hun werk verbetert, maar niet noodzakelijk aangenamer maakt. Ze rapporteren onder meer een hogere werkdruk, meer stress, complexere taken en een groter aantal taken. Vooral digitale informatie- en communicatiesystemen die werknemers moeten ondersteunen, gaan volgens het onderzoek geregeld samen met een hogere belasting.
“Technologie is niet vanzelf goed of slecht voor werknemers. De manier waarop een toepassing wordt ontworpen en ingevoerd, bepaalt mee of ze het werk echt ondersteunt of net de druk verhoogt”, zegt KU Leuven-onderzoeker Yennef Vereycken.
Niet iedereen ervaart dezelfde voordelen
De impact verschilt sterk tussen groepen werknemers. Hoger opgeleiden, bedienden en kaderleden ervaren technologie vaker als ondersteunend. Lager opgeleiden en arbeiders melden vaker een hogere werkdruk, meer stress en een grotere complexiteit van hun werk.
Ook op het vlak van gegevensverzameling zijn er verschillen. Over arbeiders en lager opgeleiden worden volgens de onderzoekers meer persoonsgegevens verzameld, terwijl zij minder goed geïnformeerd zijn over hun rechten.
“Werknemers die al een sterkere positie hebben, lijken meer de voordelen van technologie te ervaren, terwijl andere groepen vaker met de extra werkdruk en complexiteit worden geconfronteerd”, zegt professor sociologie Valeria Pulignano.
Weinig werknemers betrokken bij invoering
Ongeveer 70% van de bevraagde werknemers zegt nooit of zelden betrokken te worden bij de planning en implementatie van nieuwe technologieën. Wie wel betrokken wordt, rapporteert volgens het onderzoek systematisch minder werkdruk en stress.
De onderzoekers wijzen daarmee op het belang van de manier waarop technologie op de werkvloer wordt ingevoerd. Voor ACV-CSC METEA, dat het onderzoek mee mogelijk maakte, moeten werknemers en hun vertegenwoordigers daarom vroeger bij het proces worden betrokken, zodat ook opleiding, werkbaarheid en de gevolgen voor jobs aan bod komen.
Veel vertrouwen, weinig zicht op persoonsgegevens
Ook privacy blijkt een aandachtspunt. Slechts 30% van de werknemers zegt de eigen verzamelde gegevens te kunnen raadplegen en 25% weet wat de werkgever ermee doet. Tegelijk gelooft 90% dat de eigen privacy wordt gerespecteerd.
De onderzoekers spreken van een ‘privacy-paradox’: werknemers hebben weinig zicht op de verzameling en het gebruik van hun gegevens, maar vertrouwen er wel sterk op dat daar correct mee wordt omgegaan.
Geen eensgezindheid over jobverlies
De bevraagde werknemers verwachten niet allemaal dat technologie en artificiële intelligentie tot minder jobs zullen leiden. 40% verwacht een daling van het aantal banen, terwijl eveneens 40% denkt dat het aantal jobs gelijk zal blijven of zal toenemen.
Voor het onderzoek werden 80.000 leden van ACV-CSC METEA uitgenodigd. Meer dan 2.800 werknemers vulden de vragenlijst in. De vakbond stond in voor de verspreiding van de enquête; de vragenlijst, analyses en conclusies werden volgens KU Leuven onafhankelijk door de onderzoekers uitgevoerd.
28K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






