Neurodiversiteit op de werkvloer is ook een facilitair vraagstuk

Een aangenaam kantoor is voor iedereen anders. Wat de ene medewerker helpt om geconcentreerd te werken, kan voor de andere net voor afleiding zorgen. Dat wordt duidelijk wanneer we kijken naar neurodiversiteit. Naar schatting is 15 tot 20% van de bevolking neurodivergent. Toch zijn veel werkomgevingen nog ingericht vanuit één veronderstelde standaard. Voor sommige medewerkers kunnen geluid, licht, beweging en drukte daardoor een grotere impact hebben op hun concentratie en welzijn.
Dat betekent niet dat een kantoor voor iedereen prikkelarm moet zijn maar wel dat we moeten stoppen met denken in termen van één ideale werkplek.
Het kantoor als standaardoplossing
De voorbije jaren werden veel kantoren ingericht rond flexibiliteit, openheid en samenwerking. Wat logisch is want het kantoor moet meer zijn dan een plek waar iedereen aan een bureau zit. Maar wat gebeurt er met werk dat concentratie vraagt?
In de praktijk werd die vraag vaak opgelost door thuiswerk. Wie rust nodig had, werkte thuis. Wie wilde overleggen, kwam naar kantoor. Zonder dat het expliciet beleid was, ontstond zo een vorm van keuzevrijheid.
Nu organisaties opnieuw meer aanwezigheid verwachten, verdwijnt die keuze voor een deel. Daarmee komt ook een vraag terug op tafel: biedt het kantoor voldoende werkomgevingen om verschillende medewerkers en verschillende soorten werk te ondersteunen?
Niet iedereen heeft dezelfde werkplek nodig
Onderzoek laat zien dat controle over de werkomgeving voor neurodivergente medewerkers belangrijk kan zijn. Een brede analyse van 20 studies wijst onder meer op het belang van minder geluids- en visuele prikkels en op de mogelijkheid om zich fysiek terug te trekken wanneer dat nodig is. Stille of afzonderlijke werkplekken kunnen daarbij helpen.
Een medewerker moet kunnen samenwerken wanneer dat nodig is, maar ook kunnen terugschakelen naar rust en focus wanneer de taak of de persoon daarom vraagt. De les is dus niet dat open kantoren moeten verdwijnen. De les is dat keuze belangrijk is.
Inclusie zit ook in de vierkante meters
Daarmee wordt neurodiversiteit ook een facilitaire verantwoordelijkheid. Een redelijke aanpassing hoeft niet meteen groot of duur te zijn: een werkplek buiten een drukke looproute, een ruimte waar een deur dicht kan of controle over de verlichting kan al verschil maken.
Maar daar stopt het niet. Een stille ruimte inrichten is eenvoudig maar ze stil houden is een ander verhaal. Kan ze gereserveerd worden? Wie bewaakt het gebruik? Wanneer wordt ze schoongemaakt? En is ze echt een rustige plek, of wordt ze na verloop van tijd toch een extra vergaderruimte?
Dat zijn geen bijzaken want ze bepalen of de oplossing werkt.
Van HR-beleid naar dagelijkse praktijk
HR en facility kijken elk vanuit een ander perspectief naar dezelfde werkplek. HR bewaakt onder meer welzijn en inclusie; facility zorgt ervoor dat de fysieke omgeving en dienstverlening dat beleid ondersteunen.
Dat vraagt om sneller samen te werken. Niet eerst een terugkeerbeleid bepalen en daarna kijken hoeveel werkplekken er nodig zijn, maar vooraf nadenken over welk werk terugkomt, welke omgevingen daarvoor nodig zijn en hoe die dagelijks beheerd worden.
Want een inclusieve werkplek ontstaat niet gewoon op de tekentafel, ze wordt elke dag opnieuw georganiseerd.
Een werkplek die ruimte laat voor verschil
Neurodiversiteit dwingt ons daarom om anders naar de werkomgeving te kijken. Niet als één ruimte die voor iedereen moet werken, maar als een omgeving die verschillende manieren van werken mogelijk maakt. Dat is waardevol voor zowel medewerkers met ADHD of autisme als voor iedereen die af en toe nood heeft aan stilte, focus of meer controle over de omgeving.
De vraag is dus niet: “Hoe maken we één ideale werkplek?”
De betere vraag is: “Hoe zorgen we ervoor dat onze werkplek verschillende mensen de juiste omstandigheden geeft om goed te werken?”
Daar ligt een gedeelde verantwoordelijkheid van HR, facility én iedereen die de werkplek dagelijks gebruikt.
Bij Facilicom België kijken we dan ook naar de werkomgeving als één geheel: van beleid en inrichting tot het facilitaire beheer dat ervoor zorgt dat een werkplek ook in de praktijk blijft werken.
Bron: Weber, C., Krieger, B. & Häne, E. (2024). Physical workplace adjustments to support neurodivergent workers: A systematic review. Applied Psychology, 73(3), 910–962.
28K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.





