Wat trauma met het brein doet

Foto
Joke De Clercq, klinisch psycholoog, psychotraumatoloog en EMDR-therapeut © Nicolas Herbots
Wat gebeurt er met een medewerker na een arbeidsongeval? Na een plotse ontslagronde? Na een schokkend incident op de werkvloer?
Tijdens ons event Trauma op de werkvloer dat dinsdag plaatsvond, nam klinisch psycholoog en psychotraumatoloog Joke De Clercq het publiek mee in wat er dan écht gebeurt: niet in de organisatie, maar in het brein.
Haar uitgangspunt is helder: wie gedrag wil begrijpen, moet eerst begrijpen hoe het stresssysteem werkt.
Ons intern kompas
Joke vertaalt de bekende “window of tolerance” naar wat ze het intern kompas noemt. Dat kompas kent een optimale spanningszone: de plek waar we functioneren zoals organisaties dat graag zien. Daar kunnen we plannen, focussen, beslissingen nemen. We reguleren onszelf. We gedragen ons professioneel, zelfs onder druk.
In die zone werken de prefrontale cortex (ons denkbrein) en de amygdala (ons alarmsysteem) samen. De amygdala scant voortdurend op gevaar. De prefrontale cortex nuanceert, relativeert en houdt het overzicht.
Belangrijk detail: die optimale zone is geen constante. Doorheen de dag schakelen we voortdurend tussen breininspanning en breinontspanning. Na intense concentratie volgt automatisch ontlading. Geeuwen bijvoorbeeld is vaak geen teken van desinteresse, maar van hersenen die letterlijk afkoelen.
Veel organisaties verwachten echter permanente alertheid. Altijd “aan” staan. Volgens Joke is dat biologisch onrealistisch. Je kan niet ontsnappen aan ontspanning. Wie dat structureel probeert, duwt zichzelf langzaam richting ontregeling.
Hoe breed je optimale spanningszone is, hangt bovendien af van je genetische aanleg, je vroege ervaringen en je huidige levensomstandigheden. Wie onder langdurige druk staat, schuift sneller naar de grenzen van zijn kompas.
Wanneer het alarmsysteem het overneemt
Bij een schokkende gebeurtenis verschuift het brein abrupt naar hyperarousal. Het alarmsysteem neemt het over. De verbinding tussen emotie en ratio wordt asymmetrisch: je raakt sneller in paniek dan dat je brein het kan reguleren.
Het lichaam volgt onmiddellijk. Hartslag omhoog. Zweten. Verwijde pupillen. Verandering in bloedstolling. Misselijkheid of een knoop in de maag. Energie gaat naar de spieren, niet naar de spijsvertering. Het lichaam bereidt zich letterlijk voor op vechten of vluchten. Hoe meer spanning, hoe primitiever dus de reacties. Dat betekent ook: hoe hoger de stress, hoe lager het IQ-functioneren. Strategisch denken, complexe beslissingen nemen en genuanceerd communiceren wordt moeilijker. De eerste reflex is vaak freeze. Daarna kunnen flight en fight volgen.
Voor hr is dit geen academische uitleg. Het verklaart waarom medewerkers na een schokkend incident plots anders reageren dan verwacht. Iemand die altijd rationeel en rustig was, kan plots scherp of defensief worden. Of net volledig stilvallen.
De andere kant: hypoarousal en burn-out
Na hyperarousal volgt vaak het tegenovergestelde: hypoarousal. Weinig voelen. Terugtrekken. Afhaken. Dat kan zich uiten in withdrawal: afstand nemen. Of in submission: meegaandheid, pleasen, overal “ja” op zeggen. Joke linkt dat aan vroegkinderlijke overlevingsstrategieën. Als je geen kans maakt om te winnen, is onderwerping de veiligste optie.
In extreme vorm kan het lichaam in passive freeze gaan: energie zakt, bloeddruk daalt, alles vertraagt. Ook burn-out past in dit verhaal. Niet als plots fenomeen, maar als de rekening van te lang bovenaan in het intern kompas te hebben gefunctioneerd. Te lang in hyperarousal en te weinig herstel.
Wanneer spreken we van trauma?
Niet elke schokkende gebeurtenis leidt tot trauma in klinische zin. Volgens de DSM-5 moet er sprake zijn van blootstelling aan dreigende dood, ernstige verwonding of seksueel geweld om van PTSS te spreken. Normaal stabiliseert het systeem binnen enkele dagen. Maar blijven hyper- en hypoarousal elkaar afwisselen en geraakt iemand niet terug in zijn optimale zone, dan kan er sprake zijn van een acute stressstoornis of PTSS.
Belangrijk is de nuance die Joke maakt: ook gebeurtenissen die niet voldoen aan de formele criteria, zoals een plots ontslag, een zwaar conflict, een ernstig arbeidsongeval zonder dodelijke afloop, kunnen gelijkaardige ontregeling veroorzaken.
Het woord “trauma” wordt soms te snel gebruikt. Maar het wordt minstens even vaak onderschat.
Wat vraagt dit van hr?
Joke schuift drie duidelijke hefbomen naar voren.
- Ontwikkel een traumasensitieve blik. Trauma kies je niet en het gedrag van de persoon komt voort uit het trauma en mag je dus niet gelijkstellen aan de persoon. Dat vraagt leidinggevenden om anders te kijken. Kijk actief: wat zie je, hoor je, denk je? Noteer het en volg op: wat ontbreekt dat er zou moeten zijn, en wat is aanwezig dat er niet hoort?
- Communiceer traumasensitief. Ga in gesprek en gebruik eenvoudige taal. De formule Notice, Name, Normalise vat het samen: erkenning en normalisering bieden vaak al opluchting. Wees je ervan bewust dat trauma niet verjaart, bied waar nodig een warme doorverwijzing naar een psychotraumatoloog.
- Werk traumasensitief. Wees voorbereid: werk protocollen en richtlijnen uit, zorg voor ankerpunten en een ondersteunend netwerk en laat jezelf ook ondersteunen.
25K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






