Werknemers nemen recordaantal vakantiedagen in eerste jaarhelft

Steeds meer Belgische werknemers spreiden hun vakantiedagen over het hele jaar in plaats van te wachten op de zomer. Uit gegevens van Acerta blijkt dat 54% voor juli al minimaal één vakantiedag opnam. Deze trend bevordert een betere work-lifebalance en biedt bedrijven meer flexibiliteit.
Belgische werknemers nemen hun vakantie steeds vaker gespreid over het jaar in plaats van te wachten op de traditionele zomervakantie. Uit cijfers van hr-dienstverlener Acerta, gebaseerd op gegevens van 461.000 werknemers bij ruim 32.000 werkgevers, blijkt dat in de eerste zes maanden van dit jaar 3,36% van de werkbare uren werd besteed aan vakantie. Dat is het hoogste percentage van de afgelopen jaren. Daarnaast nam 54% van de werknemers vóór juli al minstens één dag van hun wettelijke vakantie op – eveneens een record. “We zien dat steeds minder werknemers hun vakantie oppotten tot aan de zomer”, aldus de experten van Acerta.
Van één grote zomervakantie naar spreiding
Volgens Marijke Beelen, experte vakantie bij Acerta, zijn er meerdere oorzaken voor deze verschuiving. “Enerzijds kan deze opvallende piek te verklaren zijn door het mooie voorjaar dat we gekend hebben in België. Anderzijds is er misschien ook een bredere trend aan de gang: steeds meer werknemers nemen hun grote vakantie bijvoorbeeld al in mei of juni. Ze kunnen dan buiten het seizoen een grotere reis maken, waardoor ze goedkoper af zijn én minder andere toeristen tegen het lijf lopen.”
Marijke wijst ook op het belang van welzijn: “Werknemers én werkgevers zijn zich steeds meer bewust van het belang van deconnectie en een goede work-life balans. Gespreide vakantie kan daar zeker bij helpen. Bovendien geeft het bedrijven meer ademruimte in de zomer: niet iedereen is tegelijk ‘out of office’ en het is eenvoudiger om permanentie te voorzien.”
Regionale verschillen en impact van schoolvakanties
De trend is zichtbaar in alle regio’s. In Vlaanderen ging het om 3,39% van de werkbare uren, in Wallonië om 3,25% en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om 3,29%. Opvallend is dat Vlaanderen, ondanks een week minder schoolvakantie in de eerste jaarhelft (4 weken tegenover 5 elders), toch het hoogste percentage noteert. “Schoolvakanties blijken niet allesbepalend te zijn, niet iedereen laat zijn vakantie daar nog van afhangen”, stelt Marijke.
Leeftijd speelt eveneens een rol: bij werknemers jonger dan 25 jaar ging 2,5% van de werkbare uren in januari-juni naar vakantie, terwijl dit bij 60-plussers ruim 4% was.
Meer vrijheid in vakantieplanning
Een mogelijke bijkomende factor is dat wettelijke vakantie van 2024 in sommige omstandigheden kon worden meegenomen naar 2025. Ook het feit dat enkel de bouwsector nog vasthoudt aan een collectieve vakantieperiode geeft werknemers in andere sectoren meer vrijheid om hun verlof in te plannen volgens eigen voorkeur.
Acerta benadrukt dat de analyse enkel wettelijke vakantiedagen betreft en geen rekening houdt met bijvoorbeeld arbeidsduurverminderingsdagen of feestdagen.
25K
Volg ons op Linkedin en sluit je gratis aan bij de grootste HR-community van België.






